Martin Leeda (82) overleden – in memoriam

J. Blik

Onlangs is Martin Leeda overleden op 82-jarige leeftijd. Hij was zeer actief in Joods Nederland en had een bewogen leven achter de rug. Op zijn begrafenis (lewaja) waren veel mensen, waaronder opvallend veel jongeren. Dat was niet zomaar. Leeda beheerde ruim 25 jaar het moadon van de Joodse jeugdorganisaties Haboniem en Bne Akiwa. Hij leidde de Joodse jeugdhonken met veel toewijding en al moest hij soms streng zijn, hij was altijd rechtvaardig en kon steevast compassie tonen met hen die het moeilijk hadden.

Leeda en zijn vrouw Jeta waren voor veel oud-Haboniemers bekende gezichten. Jaren gingen ze mee als ‘kookouders’ op weekenden en machanot, veel chanichiem herinneren zich de gezelligheid in de keuken. Daags voor zijn overlijden interviewde schrijfster en Jonet-columniste Femmetje de Wind hem voor het boek ‘250 Face Stories’ van fotografe Julie Blik. Dit interview, dat grotendeels over zijn jeugd gaat – een periode waarover hij bijna nooit sprak – treft u hieronder en is een ode aan zijn leven. De redactie van Jonet.nl wenst de nabestaanden van Martin Leeda veel sterkte toe. BDH

‘Martin Leeda werd geboren in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam in 1939. Zijn moeder, Esther Leeda, was alleenstaand. Wie zijn vader was, wist Martin niet. Na Martins geboorte moest zijn moeder werken om de kost te verdienen en werd de baby in een kindertehuis geplaatst. “Ik ben gewend aan rampen,” zegt Martin Leeda. Hij kijkt er vrolijk bij, iets in zijn blik is ondeugend op een zachtmoedige manier.

Zijn vader was dus onbekend en ondanks ettelijke pogingen is het Martin ook later niet gelukt hem te vinden. Wat hij wel te weten is gekomen uit de nauwgezette administratie van de Duitsers, is dat Martin als tweejarige dreumes al op transport is gezet naar Westerbork, waar zijn moeder gevangen zat. Samen zijn ze vervolgens naar Bergen-Belsen gedeporteerd. Martin: “We denken dat die hereniging op advies van de Joodse Raad is gebeurd. Zij vonden het beter om gezinnen bijeen te houden. Voor mijn moeder was het niet gemakkelijk een klein kind bij zich te hebben. Naast mij, had ze ook nog de zorg voor haar zus Rachel, of Chellie zoals ze haar noemde, die verstandelijk beperkt was. En hoewel Bergen Belsen geen vernietigingskamp was, waren de omstandigheden er erbarmelijk.”

Martins eerste herinneringen komen uit het kamp. De vreselijke appèls, waar men uren- soms dagen lang moest staan, in weer en wind. “Mensen vielen na een tijdje gewoon om,” vertelt Martin. “Ook de koolraapsoep en mijn moeder die keihard moest werken, staan in mijn geheugen gegrift. We hadden geluk dat mijn moeder een Engels paspoort had. Daardoor werden we op een gegeven moment met een groep anderen op een trein naar Zwitserland gezet, waarschijnlijk voor een gevangenen-uitruil. Toen we daar aankwamen stond het perron vol met een lange, wit gedekte tafel. Er werden sinaasappelen van een brug naar beneden gegooid en ik wist niet wat mij overkwam. Aan het eind van de dag hoorden we dat “de deal” niet doorging. Mijn moeder was als de dood dat ze ons terug zouden sturen naar Bergen-Belsen. In plaats daarvan werden we als Engelse krijgsgevangenen naar Libenau gebracht in de buurt van Hannover.”

Na de oorlog, toen ze terug in Nederland kwamen, werd Martin in de Bergstichting geplaatst, een Joods kinderhuis voor oorlogswezen in Laren. Eerst van 1945 tot 1946 en later ook nog enkele jaren vanaf zijn dertiende tot zijn achttiende. “Ik was een ‘onhandelbaar’ kind en mijn moeder kon de zorg niet aan. Maar die vier jaren in de Bergstichting waren voor mij de beste van mijn jeugd. Er was licht, ruimte, natuur en ik had een eigen kamer.” Zijn psychiater, de befaamde Hans Keilson, hielp hem grip op het leven te krijgen

Met zijn moeder onderhield Martin in die tijd regelmatig contact. “Zij woonde in Amsterdam, was straatarm en moest hard werken, voor mij, haar zuster en voor zichzelf. Ik was achttien en net op kamers toen ze me op een avond een draagbare typemachine gaf. Een bijzonder groot cadeau. De volgende morgen bereikte me het bericht dat ze zelfmoord had gepleegd. Ze liet geen afscheidsbrief na. Toen ik hoorde dat ze dood was, kwam er een soort stilte in me, die is nooit meer weggegaan.” Desalniettemin heeft hij begrip voor haar keuze. “Mijn moeders leven was totaal verwoest door een zware jeugd en door de oorlog. Ze is 40 geworden, veertig diep ongelukkige jaren. Haar zuster Chellie pleegde kort na de dood van mijn moeder ook zelfmoord. Zij kon niet verder zonder haar zus. Beiden zijn begraven in Muiderberg. Ik vind dat, je niet tegen elke prijs hoeft te leven.”

In zijn adolescente jaren raakte Martin betrokken bij de Zionistische jeugdvereniging Hashomer Hatzair. Met een groepje jongeren vertrok hij naar Israël. “Ik vocht voor de goede zaak in de Zesdaagse- en Jom Kippoeroorlog. Nu kijk ik daar niet altijd met dezelfde gevoelens op terug.”

In Israël ontmoette hij de Nederlandse Jeta, ze trouwden en kregen twee kinderen, Michal en Jaron. “Maar mijn hoop op permanente vrede was door de Jom Kippoeroorlog vervlogen. Wilde ik mijn kinderen en later mijn kleinkinderen laten opgroeien in een land waar altijd oorlog dreigt? Daarnaast kreeg ik een aanbod van mijn werkgever, een Canadese luchtvaartmaatschappij om een transfer te maken naar Amsterdam. We zijn met het gezin terug naar Nederland gegaan. Ik was een eenzaam kind, geen broers en zussen, weinig vrienden. In de Bergstichting kreeg ik vrienden en bij de jeugdvereniging heb ik vriendschappen voor het leven opgebouwd. Ik ben een laatbloeier. Als ik nu naar mijn twee kinderen en vijf kleinkinderen kijk, ben ik verbaasd. Ik had een kansloze start en toch heb ik dit bereikt. Ik ben daar ontzettend dankbaar voor.”’

Martin overleed vrij plotseling op 26 juli 2022. Een bijzonder mens die de gave bezat om anderen van hem te laten houden. Tot het laatst heeft hij met veel plezier en toewijding gewerkt als rondleider bij het Joods Cultureel Kwartier. Martin is begraven op Gan Hasjalom. Hij zal door velen worden gemist. Moge zijn herinnering voortleven’.

Lees ook:
Hess wordt hoofd internationale Haboniem Dror

Michael Hess komt aan het roer te staan van de internationale Haboniem-Dror, de socialistisch-zionistische jeugdbeweging. De Nederlander was in het verleden al voor de organisatie actief in Israël en Nederland. Binnenkort mag hij gaan opereren in de zestien landen waarin ‘Haboniem’ zich manifesteert. Hess is erg enthousiast en vindt het een grote eer om voorgedragen te zijn voor de functie.

Categorie: |

Home » Nieuws » Martin Leeda (82) overleden – in memoriam