Herinneringen aan Babyn Jar – essay Andreas Albrecht

Menora ter herinnering in Babyn Jar (beeld: Markv, wikipedia commons)
Menora ter herinnering in Babyn Jar (beeld: Markv, wikipedia commons)

Het was deze week precies 85 jaar geleden dat het bloedbad van Babyn Jar plaatsvond. In bezet Oekraïne besloten de nationaalsocialisten om de hele Joodse bevolking van Kyiv te vermoorden. Dat deden ze systematisch in de kloof van Babyn Jar. De Duitse auteur en historicus Andreas Albracht schreef een essay over het drama en schrijft dat we deze massamoord niet moeten vergeten. ‘Een herinnering mag niet bij het verleden eindigen. Herinneren betekent ook verantwoordelijkheid nemen voor het heden en de toekomst.’

Ik schrijf niet als historicus. Ik schrijf omdat ik wil gedenken. Ik schrijf mijn gedachten en gevoelens neer in de hoop mensen te bereiken die bereid zijn om werkelijk verder te kijken, zodat het verleden niet ver weg, abstract of vergeten raakt. De aanleiding was een badge van de Ancre Somme Association Charity, verkocht via de Empire Poppy Store, ter gelegenheid van de 85ste herdenking van het bloedbad van Babyn Jar. Een klein speldje dat herinnering zichtbaar wil maken. Bij mij deed het precies dat.

Badge van de Ancre Somme Association Charity, verkocht via de Empire Poppy Store, ter gelegenheid van de 85e herdenking van het bloedbad van Babyn Jar (beeld: Andreas Albrecht, courtesey)

Badge van de Ancre Somme Association Charity, verkocht via de Empire Poppy Store, ter gelegenheid van de 85e herdenking van het bloedbad van Babyn Jar. De afbeelding wordt gebruikt met uitdrukkelijke toestemming. Het bleef niet bij zomaar een voorwerp. Het werd een vraag die mij niet meer losliet: Wat weet ik werkelijk over deze plek?

Babyn Jar. Een ravijn bij Kyiv. Een plek waar Duitse daders op 29 en 30 september 1941 in twee dagen tijd ongeveer 34.000 Joden vermoordden.

Het Duitse Einsatzgruppenrapport noemt voor die twee dagen het aantal van 33.771 vermoorde mensen. Dat cijfer komt uit een bron van de daders en wekt een nauwkeurigheid die de werkelijke omvang van de moord niet tot op het niveau van ieder afzonderlijk mens kan vatten. Daarom is het juister om van ongeveer 34.000 vermoorde mensen te spreken.

Maar ook dat aantal omvat alleen het grote bloedbad van 29 en 30 september 1941. Het moorden in Babyn Jar ging tijdens de volledige Duitse bezetting verder. Naar schatting werden daar in totaal 40.000 tot 50.000 Joden vermoord. Die cijfers moeten worden genoemd. Ze tonen de omvang van de misdaad. Maar de herinnering mag daar niet ophouden.

Joods leven

Voordat Babyn Jar een plaats des doods werd, was Kyiv een stad met een levendig Joods leven. Joden woonden in Kyiv, werkten er, leerden, hadden mensen lief en zorgden voor hun families. Ze hadden woningen, beroepen, herinneringen en plannen.

Maar ook vóór de Duitse bezetting was het Joodse leven in de Sovjet-Unie onderworpen aan ingrijpende beperkingen van staatswege. Veel synagogen waren gesloten. In de jaren 1930 werden Joodse culturele en onderwijsinstellingen steeds verder teruggedrongen; ook het netwerk van Jiddischtalige scholen kromp sterk.

Ondanks die beperkingen bleef Kyiv een belangrijk centrum van Joods leven. Joden maakten deel uit van de stedelijke samenleving – als buren, vrienden, familieleden, collega’s en schoolgenoten. Hun leven maakte deel uit van deze stad en van de geschiedenis van Oekraïne. Voordat zij slachtoffers werden, waren zij medeburgers – midden in het gedeelde leven van deze stad.

Achter de cijfers stonden mensen met heel verschillende levensverhalen en levensomstandigheden. Kinderen en jongeren, volwassenen en ouderen. Ze leerden, werkten, stichtten gezinnen, hadden lief, maakten ruzie, maakten zich zorgen, hoopten en maakten plannen. Hun dagelijks leven werd evenzeer bepaald door de politieke en maatschappelijke omstandigheden van hun tijd als door persoonlijke ervaringen, zorgen en verwachtingen.

Zeventien jaar

In Babyn Jar werden niet alleen mensen vermoord, maar er zo werden relaties verscheurd, families vernietigd en toekomsten ontnomen. Helaas kan ik niet over alle slachtoffers vertellen. Enkele van hun namen heb ik bij Yad Vashem gezien. Twee van hen wil ik naar voren halen – niet omdat zij voor iedereen kunnen spreken, maar omdat ik via hen, symbolisch en met het grootste respect, alle slachtoffers wil gedenken.

Pola Perlovitz werd in 1924 in Kyiv geboren. Ze was scholier en pas zeventien jaar oud.

Mijn eigen dochter Elena is vandaag achttien jaar – bijna precies de leeftijd waarop Pola werd vermoord. Elena zit vol levensvreugde en toekomstplannen. Wanneer ik naar haar kijk, wordt voor mij nog tastbaarder wat het getal zeventien betekent.

We weten niet waarvan Pola droomde of welke plannen ze had. Op haar zeventiende had haar hele leven nog voor haar moeten liggen. In plaats daarvan werd ze in Babyn Jar op brute wijze vermoord.

Vele jaren later herinnerde haar voormalige klasgenote Maria Kolominskaya zich Pola en diende zij bij Yad Vashem een getuigenisblad ter nagedachtenis aan haar in. Zo bleef Pola’s naam bewaard – en daarmee de herinnering aan een meisje van zeventien wier leven in Babyn Jar werd uitgewist.

Voor die inzet voor de herinnering ben ik Maria Kolominskaya zeer dankbaar. Want dankzij mensen zoals zij weten wij vandaag welke namen achter de cijfers schuilgaan – en dat elk van die namen staat voor een mens, een leven en een verhaal.

Gebed

Mariya Rubchinskaya werd in 1935 geboren, woonde in Kyiv en werd slechts zes jaar oud. Haar moeder Sofiya Rubchinskaya, geboren Livshitz, was 43 jaar oud en tandarts. Op 29 september 1941 werden moeder en dochter in Babyn Jar vermoord.

Op haar zesde had Mariya moeten spelen, leren en opgroeien. Haar leven was nog maar net begonnen toen haar elke toekomst werd ontnomen. Mariyas broer Abram overleefde. Later diende hij bij Yad Vashem getuigenisbladen in voor zijn zus Mariya en zijn moeder Sofiya. Ook door zijn herinnering bleven hun namen bewaard.

Zo weten we vandaag niet alleen dat zich onder de vermoorde mensen een zesjarig meisje en haar moeder bevonden. We kennen hun namen: Mariya en Sofiya Rubchinskaya. En we weten dat er een broer en zoon was die weigerde hen aan de vergetelheid prijs te geven.

Op dit punt wil ik zelf even stilstaan en mij in gebed buigen voor Pola, Mariya, Sofiya en alle slachtoffers van Babyn Jar. Misschien wilt ook u een ogenblik stilstaan – in een gebed, een stille gedachte of eenvoudigweg in herinnering aan de mensen wier leven hier werd uitgewist.

Na dit moment van stilte moeten we opnieuw naar de misdaad zelf kijken.

Niet zomaar

Babyn Jar was geen spontane uitbarsting van geweld. De moord werd voorbereid, georganiseerd en bevolen. Eind september 1941 besloten Duitse instanties de Joodse bevolking van Kyiv te vermoorden. Op 27 en 28 september werden in Kyiv affiches aangeplakt. De Joodse inwoners moesten zich de volgende ochtend melden en documenten en persoonlijke bezittingen meenemen.

De Duitse daders verspreidden het gerucht dat de Joodse bevolking zou worden hervestigd. Dina Levina, toen nog een meisje, herinnerde zich later dat buren haar vroegen aan een Duitse bewaker te vragen waarheen ze zouden worden gebracht, omdat zij een beetje Duits sprak. Hij zei haar dat ze zouden worden weggevoerd en dat ze niet bang hoefden te zijn.

Sommigen geloofden of hoopten op hervestiging. Anderen vreesden het ergste. Maar zij stonden onder bevel en doodsbedreiging. Wie niet verscheen, zou worden doodgeschoten. Velen kwamen met kinderen, oudere familieleden en zieke mensen – met familieleden die zij niet alleen konden achterlaten.

Op weg naar het ravijn waren Duitse eenheden en deels lokale hulpkrachten betrokken bij de bewaking en het voortdrijven van de mensen. Vanaf een bepaald punt was er geen weg meer terug.

Corridor

Raisa Dashkevich, geboren in 1916 en een van de overlevenden van Babyn Jar, herinnerde zich later hoe Duitsers een corridor vormden waar de mensen doorheen werden gedreven. Zelf droeg zij haar zoon in haar armen. De mensen werden met zwepen geslagen, en wie probeerde uit te wijken, werd met honden teruggedreven. Raisa probeerde haar kind met haar eigen lichaam te beschermen, zodat de slagen haar en niet hem zouden treffen.

De mensen werden verder voortgedreven. Persoonlijke bezittingen en documenten moesten zij achterlaten. Daarna werden ze gedwongen zich uit te kleden, volgden nog meer slagen en angst – en uiteindelijk de executies.

Raisa overleefde. Toen zij ’s nachts onder de lichamen weer bij bewustzijn kwam, lag haar zoon nog bij haar. Hij was al dood. Volgens haar herinnering was hij niet door een kogel gestorven, maar gestikt onder het gewicht van de lichamen die boven op hen lagen.

Ook David Aizenberg overleefde Babyn Jar. Toen hij aan de rand van het ravijn de gruwel voor zich zag, verloor hij het bewustzijn en stortte naar beneden, nog vóór er op hem werd geschoten. Onder de lichamen kwam hij weer bij bewustzijn. Duitsers schoten gewonden dood die nog tekenen van leven vertoonden. Toen een Duitser op zijn benen ging staan, beet David in zijn vinger om geen geluid te maken. Uiteindelijk wist ook hij Babyn Jar levend te verlaten.

Mannen graven het grootste massagraf met slachtoffers van de nazi’s in Oekraïne.
Archiv des Hamburger Instituts für Sozialforschung, Bild 008,016 (PK-Fotograf Johannnes Hähle)

Benoemen

De gruwel van Babyn Jar moet worden benoemd, hoe moeilijk die ook te verdragen is. De concrete gang van zaken bij de executies verschilde in details. Maar het doel was hetzelfde: de systematische moord op Joodse mensen. Onze herinnering moet meer bewaren dan een cijfer: de namen van de vermoorde mensen, hun gezichten en hun waardigheid – en zij moet verantwoordelijkheid duidelijk benoemen.

Babyn Jar was een Duitse misdaad. Centraal stond Sonderkommando 4a van Einsatzgruppe C onder Paul Blobel, ondersteund door andere Duitse politie- en bezettingseenheden. Ook lokale hulppolitie en andere plaatselijke helpers waren betrokken; er waren aangevers en mensen die profiteerden van vervolging en onteigening. Ook dat behoort tot de waarheid.

Aan de kern verandert dat niets: het doel was de vernietiging van de Joodse inwoners van Kyiv. De beslissing hen te vermoorden, evenals de organisatie en uitvoering van de massamoord, stonden onder Duits bevel. De moord in Babyn Jar maakte deel uit van de Duitse vernietigingsoorlog in het Oosten en was een uitdrukking van de antisemitische vernietigingsdrang van het nationaalsocialisme.

Anderen

Het moorden eindigde niet op 30 september 1941. Joden die aan het eerste bloedbad waren ontkomen en later werden ontdekt, werden eveneens naar Babyn Jar gebracht en vermoord. Tot 1943 bleven de Duitse daders het ravijn als moordplaats gebruiken. Tot de andere slachtoffers behoorden onder meer patiënten van een psychiatrische instelling, Roma, Sovjetkrijgsgevangenen en niet-Joodse burgers.

Auschwitz bepaalt als vrijwel geen andere plek onze herinnering aan de Shoah. Maar de Shoah voltrok zich niet alleen achter kamphekken. Zij voltrok zich ook in de open lucht – in ravijnen en bossen, aan de rand van kuilen, op velden en vaak in de onmiddellijke nabijheid van de plaatsen waar de mensen voordien hadden gewoond.

Aktion 1.005

Babyn Jar stond niet aan het begin van de massale executies van Joden tijdens de Sjoa. Het moorden was al begonnen. Maar hier bereikte het binnen enkele dagen een vroege, afschuwelijke climax.

Op het grondgebied van het huidige Oekraïne werden minstens anderhalf miljoen Joden vermoord. Velen van hen werden niet naar verre kampen gedeporteerd, maar dicht bij hun steden en dorpen doodgeschoten. Hun graven lagen op plaatsen waar later weer gras groeide, wegen liepen en mensen hun dagelijks leven voortzetten.

Maar zelfs de doden lieten de daders geen rust en geen waardigheid. In 1943 dwongen zij gevangenen uit het kamp Syrets de massagraven van Babyn Jar opnieuw te openen. De lichamen van de vermoorde mensen werden opgegraven en verbrand, hun botten vergruisd, as en resten verstrooid.

Het maakte deel uit van de zogenoemde Aktion 1.005. De nationaalsocialisten wilden de sporen van hun massamisdrijven uitwissen en alle bewijzen ervan vernietigen. Wat nog van de vermoorde mensen over was, moest zo volledig mogelijk worden vernietigd. Geen zichtbare graven. Geen bewijzen. Zo weinig mogelijk dat nog aan de vermoorde mensen kon herinneren.

Ook de gevangenen die tot dit werk waren gedwongen, zouden daarna worden vermoord. De meesten van hen werden inderdaad gedood. Enkelen wisten echter te ontsnappen. Zij overleefden en vertelden later wat de daders in Babyn Jar hadden geprobeerd te verbergen. Maar de mensen herinnerden zich de massamoord van Babyn Jar.

Niet vergeten

Overlevenden zoals Dina Levina, Raisa Dashkevich en David Aizenberg vertelden later wat zij in Babyn Jar hadden meegemaakt. Hun getuigenissen bewaarden niet alleen de kennis over de misdaad, maar ook de stemmen van degenen die eraan waren ontsnapt. Familieleden en vrienden bewaarden namen en herinneringen. Mensen zoals Maria Kolominskaya en Abram Rubchinski vulden getuigenisbladen in. Historici reconstrueerden levenslopen en de toedracht van de misdaad.

Zo konden namen, verhalen en sporen van hun leven worden bewaard – en daarmee de herinnering dat achter elke naam een mens en een leven stond. Daarmee blijft de hoop dat zij nooit vergeten zullen worden. Na de oorlog begon een nieuw, moeilijk hoofdstuk in de geschiedenis van Babyn Jar: de omgang met deze plek en de vraag hoe de vermoorde mensen werden herdacht.

In de officiële Sovjet-herdenkingspolitiek werden de vermoorde mensen vooral omschreven als Sovjetburgers en slachtoffers van het fascisme. De Joodse slachtoffers van het bloedbad van 29 en 30 september en het antisemitische karakter van hun moord stonden daarbij niet centraal in de officiële herdenking. Ook het Sovjetmonument dat in 1976 werd opgericht, benoemde de Joodse slachtoffers niet uitdrukkelijk als zodanig.

Dat betekent niet dat hun Joodse identiteit onbekend was of dat mensen zich hen niet herinnerden. In het kader van glasnost en perestrojka begon ook de publieke herinnering aan Babyn Jar te veranderen. De Joodse slachtoffers en het antisemitische karakter van de misdaad konden steeds duidelijker worden benoemd. Die ontwikkeling zette zich voort na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

Monumenten

Op 29 september 1991, bij de vijftigste herdenking van het begin van het bloedbad, werd in Babyn Jar het Menora-monument onthuld ter nagedachtenis aan de vermoorde Joden. Ook Babyn Jar zelf werd in de decennia na de oorlog ingrijpend veranderd. Delen van het ravijn werden opgevuld, wegen aangelegd en terreinen tot parken omgevormd. Veel van wat deze plek in 1941 bepaalde, is vandaag niet meer rechtstreeks herkenbaar.

Maar de verandering van de plek mag er niet toe leiden dat de misdaad en de vermoorde mensen worden vergeten. Babyn Jar behoort tot de centrale plaatsen van de Shoah in Oost-Europa en tot de belangrijkste locaties van de massa-executies van Joden. Hier vermoordden Duitse daders tienduizenden Joodse inwoners van Kyiv. Deze misdaad behoort tot de Duitse geschiedenis – en de herinnering eraan is onze verplichting en onze opdracht.

Oekraïne

Babyn Jar moet een vaste plaats krijgen in het onderwijs en een vast onderdeel zijn van de behandeling van de Sjoa. Kinderen en jongeren moeten weten wat daar is gebeurd. Daarbij mag de geschiedenis van het Joodse leven niet pas beginnen bij de vernietiging ervan.

Het onderwijs moet ook laten zien hoe Joodse mensen vóór de vervolging leefden, welke plaats zij innamen in hun steden en gemeenschappen, in de cultuur en in het leven van hun medemensen, en wat met hun moord verloren ging.

Tot die kennis behoren ook de massa-executies waarbij Joodse mensen uit hun dagelijks leven werden weggerukt en vaak slechts enkele kilometers van hun woning werden vermoord – in bossen, op velden, bij kuilen en in ravijnen. Wie de Sjoa wil begrijpen, moet ook deze vorm van vernietiging kennen – Babyn Jar en de vele andere plaatsen waar Joodse mensen vlak bij hun eigen woonplaats werden vermoord.

En dan is er het heden.

In Oekraïne bevinden zich vele bekende en tot op vandaag onbekende Joodse massagraven – plaatsen waar slachtoffers van de Sjoa werden doodgeschoten en begraven, zonder naam op een grafsteen en zonder waardige begrafenis.

Vandaag worden in Oekraïne opnieuw mensen vermoord en gemarteld. Doden werden aangetroffen in massagraven en ongemarkeerde graven. Rusland heeft Oekraïne aangevallen en voert er een oorlog die talloze slachtoffers eist. Boetsja en Izjoem staan voor misdaden die zich diep in de geschiedenis en in de ziel van dit land en zijn bevolking hebben gebrand.

Huidige oorlog

Ook worden plaatsen van herinnering bedreigd. Gedenkplaatsen, Joodse begraafplaatsen en zichtbare en verborgen sporen van de Shoah kunnen beschadigd of vernietigd worden.

Babyn Jar zelf werd door de huidige oorlog getroffen. Op 1 maart 2022 trof een Russische raketaanval de televisietoren van Kyiv, direct naast de gedenkplaats. Daarbij kwamen minstens vijf mensen om het leven. UNESCO verklaarde enkele dagen later uitdrukkelijk dat de aanval ook de Holocaust-gedenkplaats van Babyn Jar had getroffen. Volgens het Babyn Yar Holocaust Memorial Center raakte bovendien een gebouw beschadigd waarin in de toekomst een Holocaustmuseum zou worden ondergebracht.

De Sjoa was een Duitse, antisemitische vernietigingsmisdaad. De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne is een ernstige misdaad van onze tijd, waarin mensen worden vermoord, gemarteld en ontvoerd, families uiteen worden gerukt en steden worden verwoest. Beide moeten duidelijk in hun eigen historische dimensie worden benoemd.

Verantwoordelijkheid nemen

Maar herinnering mag niet bij het verleden eindigen. Herinneren betekent ook verantwoordelijkheid nemen voor het heden en de toekomst. Het verplicht ons onrecht ondubbelzinnig bij naam te noemen en niet te zwijgen wanneer mensen van hun rechten worden beroofd, vervolgd, gemarteld of vermoord – vooral daar waar oude graven nog altijd niet alle namen dragen.

Wie de vermoorde mensen van Babyn Jar gedenkt, mag vandaag niet zwijgen. Wij moeten onze stem verheffen – luid en ondubbelzinnig. Babyn Jar maant ons de vermoorde mensen niet aan de vergetelheid prijs te geven. Achter elk cijfer stond een mens. Achter elke naam een eigen leven.

Alleen al op 29 en 30 september 1941 werden in Babyn Jar ongeveer 34.000 Joden vermoord. Het moorden ging tijdens de Duitse bezetting verder. Naar schatting werden daar in totaal 40.000 tot 50.000 Joden vermoord. Pola Perlovitz en Mariya Rubchinskaya. Twee namen uit Babyn Jar. Twee mensen wier leven veel te vroeg en op brute wijze werd beëindigd.

Zij en al die anderen mogen niet worden vergeten. Hun namen bewaren, hun leven gedenken en hun verhalen doorgeven, is onze verantwoordelijkheid. En die verantwoordelijkheid eindigt niet in het verleden. Ze geldt ook vandaag en in de toekomst, wanneer onrecht plaatsvindt. Dat zijn wij de slachtoffers van Babyn Jar verschuldigd – de mensen van vandaag en morgen en alle rechtvaardige mensen die niet zwijgen wanneer onrecht plaatsvindt.

Andreas Albrecht woont met zijn gezin in Keulen en is vader van twee dochters. Al vele jaren zet hij zich in voor de oudervertegenwoordiging in het onderwijs in Keulen en Noordrijn-Westfalen. Een ander belangrijk onderdeel van zijn persoonlijke inzet is herinneringswerk. Hij is ondersteunend lid van de Kölsche Kippa Köpp en bestuurslid van de vereniging voor de stedenband Keulen–Esch-sur-Alzette.

Dankwoord

Voor zijn historische opmerkingen bij het essay en voor het beschikbaar stellen van de interviews met overlevenden dank ik dr. Yurii (Amir) Radchenko van het Nationaal Historisch Herdenkingsreservaat ‘Babyn Jar’ in Kyiv. Zijn opmerkingen hebben ertoe bijgedragen verschillende passages historisch te verdiepen en nauwkeuriger te formuleren.

Ter nagedachtenis

Ik verzoek u alle slachtoffers van Babyn Jar in een stil gebed te gedenken. Met diep respect voor de vermoorde mensen, hun families en de Joodse traditie van herinneren.

Bronnen en literatuur

De biografische gegevens over Pola Perlovitz, Mariya Rubchinskaya en Sofiya Rubchinskaya zijn afkomstig uit de Central Database of Shoah Victims’ Names van Yad Vashem en de daar bewaarde getuigenisbladen. Het getuigenisblad voor Pola werd ingediend door haar voormalige klasgenote Maria Kolominskaya; de getuigenisbladen voor Mariya en haar moeder Sofiya door Mariya’s broer Abram Rubchinski.

Yad Vashem, Central Database of Shoah Victims’ Names, vermeldingen en getuigenisbladen over Pola Perlovitz, Mariya Rubchinskaya en Sofiya Rubchinskaya.

United States Holocaust Memorial Museum, Holocaust Encyclopedia: Mass Shootings at Babyn Yar (Babi Yar).

Karel C. Berkhoff, Babi Yar: Site of Mass Murder, Ravine of Oblivion, Washington, D.C.: Center for Advanced Holocaust Studies, United States Holocaust Memorial Museum, 2012.

Karel C. Berkhoff, ‘The Corpses in the Ravine Were Women, Men, and Children’: Written Testimonies from 1941 on the Babi Yar Massacre, in: Holocaust and Genocide Studies 29/2 (2015), pp. 251–274.


Victoria Khiterer, ‘Kyiv as a Center of Soviet Jewish Culture in the 1920s–1930s’, in: Leonard J. Greenspoon (red.), Jews and Urban Life, West Lafayette: Purdue University Press, 2024, pp. 139–160.

Patrick Desbois, Der vergessene Holocaust. Die Ermordung der ukrainischen Juden. Eine Spurensuche, Berlijn: Berlin Verlag, 2009.

Franziska Davies / Katja Makhotina, Offene Wunden Osteuropas. Reisen zu Erinnerungsorten des Zweiten Weltkriegs, Darmstadt: wbg Theiss, 2022.

Laura Notheisen, Zum Holocaust in der Ukraine. Babyn Jar und die Aktion 1005 im Spiegel von Vernehmungsberichten, red. Erhard Roy Wiehn, Konstanz: Hartung-Gorre, 2015.

Daarnaast werden transcripties bestudeerd van interviews met de overlevenden Dina Levina, Raisa Dashkevich en David Aizenberg, ter beschikking gesteld door dr. Yurii (Amir) Radchenko. De materialen zijn afkomstig uit het archief van Yad Vashem.

Voor de Sovjet- en post-Sovjetgeschiedenis van de herinneringscultuur werden aanvullend materialen van Yad Vashem en het United States Holocaust Memorial Museum geraadpleegd.

Voor de koppeling met het heden werden rapporten van het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten en van de UN Human Rights Monitoring Mission in Ukraine geraadpleegd, evenals de verklaring van UNESCO van 3 maart 2022 en informatie van het Babyn Yar Holocaust Memorial Center over de aanval van 1 maart 2022.

Beeldmerk Jonet.nl.Waardeert u dit artikel?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Donatie
Betaalmethode
American Express
Discover
MasterCard
Visa
Maestro
Ondersteunde creditcards: American Express, Discover, MasterCard, Visa, Maestro
 
Kies uw betaalmethode

Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren

Categorie: | |

Home » Nieuws » Herinneringen aan Babyn Jar – essay Andreas Albrecht