Jullie?… jullie is Jodenvolk! – column Roland Vos

Voor een keertje zat Roland Vos eens niet in de organisatie van een feestje. Nee. Hij liet een eigen feest door anderen organiseren en uitvoeren. Dat heeft hij geweten, in alle opzichten. Een column over een merkwaardige situatie met een bijzondere afloop.
Wauw, wat ongemakkelijk. We gaven een feestje en ik vond het lastig. Ik zie nu voor mij hoe u uw wenkbrauwen ophaalt. Dankzij mij burn-out, enige jaren geleden, en de behandeling daarna van een bekende psychiater, kan ik wat beter relativeren en proberen mij zelf te begrijpen.
Al pratend met de gasten, bestaande uit familie en vrienden, kwam ik tot de conclusie dat ik het best lastig vond gewoon op een feestje met iedereen te praten. Ik ben namelijk gewend rond te rennen als er een feestje is: de catering aansturen, op de muziek letten, de bediening te instrueren en overal tegelijk te zijn waar ik denk dat ik nodig ben of nog iets kan doen. Ik ben helemaal niet gewend om gewoon te staan praten met ooms en nichtjes of met vrienden over ‘zomaar dingen’.
Wat fout ging
Maar ik kan ook loslaten en dat was wel nodig. Let wel: door de jaren heb ik duizenden grote en kleine events aangestuurd of georganiseerd, maar wat op ons feestje fout ging was te veel om op te noemen. Toen wij gelukkig iets eerder binnenkwamen, stond de zaal vol stoelen en tafels. Dat was dus niet de bedoeling. Er zou ruimte worden gemaakt zodat iedereen zou kunnen rondlopen. Een paar sta-tafels en zitjes, dat was de afspraak.
OK. Misverstand. Kan gebeuren, denk je dan nog. Kom, we helpen wel even. Dus wij de zaal met hulp van het enige beschikbare personeelslid maar even ombouwen. En tussendoor heb ik maar even bij de organisatie herhaald wat de afspraken waren. “Daar komt het garderobe-rek, daar de bar,” zei ik al wijzend. “Nou,” zegt de medewerker, “een garderobe-rek? Geen idee of we dat hebben. Een bar? We zetten altijd al het eten en drinken daar op tafel.”
Dat was niet echt de bedoeling. Het eten zou in setjes verspreid over de tafels staan en met de borrelhapjes zou worden rond gegaan, vertelde ik. Verbaasd en bezorgd keek de enige beschikbare medewerker mij aan. Is dit echt zo? Help, wat nu?
Zaterdagavond
Toen kwam de chefkok aanzetten. Nu komt het vast allemaal goed, dacht ik. En ja, hij wilde even de lijst met bestelde hapjes doornemen. Ik wees op de lijst die hij al in zijn handen had. “Ja maar,” begint hij, “dit heb ik wel en dit ook, maar dit en dit heb ik niet.” Huh? hoezo niet? Dit is toch besteld? vroeg ik hem. Toen kreeg ik een vaag verhaal over ‘het is zaterdagavond en weet ik veel’. Ik zei tegen beide heren dat ik het schandalig vond, maar besluit ook om me niet druk te maken en redden wat er te redden viel.
We gingen tevoren in het restaurant eten en dat was allemaal best prima. Maar ons taartje, waar negen personen van moesten eten en ik nog aangeboden had of ik het zelf zou aansnijden, kwam in dertien ongelijke stukken terug. Dertien, hoezo?
Tussendoor werd mij gevraagd even te komen kijken hoe het er in de zaal bij stond. Daar stonden kratjes met flesjes op tafel. Voorzichtig zei ik er wat van. Antwoord: “Dat is handig, kunnen ze de lege flesjes er meteen in zetten.” Gelukkig heeft de aardige medewerker de flesjes alsnog uit de kratjes gehaald. Andere zaken liepen ook niet tiptop, zoals het tv-scherm met openhaard die het niet deed of de hapjes die net niet goed geserveerd werden. Ik ben blij dat mij zoiets voor een van mijn ongeveer vierduizend opdrachtgevers nooit is overkomen.
Jullie!
Na afloop voerde ik twee gesprekken met een van de managers, die uiteraard in de verdediging ging. Tja, niet zo handig, want de gast of klant heeft in eerste instantie altijd gelijk, zo heb ik ooit geleerd. De man wilde geen korting geven en weigerde een tegemoetkoming te doen. Ik had daar ook niet om gevraagd. Hij ging verder en toen werd het ongemakkelijk: “Dat is toch wat jullie, eh, de meeste, eh, mensen altijd willen.” Op mijn vraag wat hij precies insinueerde kwam niet echt een antwoord.
Eigenlijk wist ik het ook niet zeker, maar het gevoel bleef toch een beetje hangen. Heeft hij dit nou echt gezegd of verbeeld ik mij dat nou? Het bleef wekenlang in mijn gedachten hangen en ik besloot nog eens om met hem om de tafel te gaan zitten. Het werd een super-gesprek en hij was zich van geen kwaad bewust.
Volgens hem waren ze vroeger zelf Joods of zoiets, want zijn moeder was Joods.
Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren