‘Soms is Nederland een snertland’

Zo maar een dag…

Ochtend
Soms vind ik Nederland maar een snertland (lees dit letterlijk: niet koosjer ;-))Met die afgrijselijke ‘kom-niet-met-je-kop-boven-het-maaiveld-uit’ mentaliteit en de weigering om zwart ‘zwart’ te noemen en wit ‘wit’. Grijs lijkt, wanneer ik dit land een snertland vind, de boventoon te voeren. Grijs weer, grijs water, grijze mentaliteit… Zo begon mijn dag. Ik kan me ontzettend druk maken om een beslissing van het Openbaar Ministerie om niet duidelijk stelling in te nemen wanneer Turkse jongetjes de verschrikkelijkste antisemitische uitspraken doen. Wanneer de man die dat blootlegt wordt bedreigd door zijn eigen Turkse gemeenschap, waar die jongetjes als helden worden binnengehaald, en wanneer die jongetjes er dankzij het Openbaar Ministerie mee wegkomen. Dat vind ik grijs. Deprimerend grijs.

Middag
Soms vind ik Nederland leuk. Vooral wanneer ik in een programma als De Halve Maan (NTR) warm word ontvangen en rustig mag vertellen waarom ik vind dat de beslissing van zo’n OM niet deugt; wanneer ik merk dat de programmamakers, van wie veel met een moslimachtergrond, dat begrijpen en me de ruimte bieden om dat verhaal te doen, waardoor ze zelf ook stelling innemen. Wanneer ik mag vertellen dat ik het gedrag van de voorzitter van een moskee niet vind deugen omdat hij partij heeft getrokken voor die nare mannetjes.

Avond
Soms vind ik Nederland ontroerend. Wanneer ik, na me te hebben omgekleed op een schoon toilet in Den Haag (van jeans en fel blauw, naar jurk in stemmig zwart), als directeur van CIDI mag spreken op de herdenking van de Armeense genocide, dit jaar 98 jaar geleden. Wanneer ik in een Doopsgezinde kerk, op een steenworp afstand van paleis Noordeinde, een Armeense fluit hoor spelen, meisjes van Armeense afkomst gracieus zie dansen, mijn naam op het programma terugvind in het Armeens, en daarna door Nederlanders een concert met Armeense melodieën hoor spelen en zingen met een intensiteit waar ik kippenvel van krijg.

Nacht
Ik hou van Nederland, wanneer ik naar mijn huis loop, langs de kroeg, waar warm licht brandt en mensen zich vermaken, ontspannen, in harmonie. Wanneer ik mijn huis kan binnenstappen, mijn warme deken – bescherming tegen de boze buitenwereld – en nog even Pauw en Witteman kan terugkijken, waar een heerlijke taalpurist het Koningslied neersabelt op een manier dat ik er buikpijn van krijg. Van het lachen, wel te verstaan. Ik ben een fan van de maker van dit gedrocht, John Ewbank. Maar John, wat ging er mis? Nou veel, zo blijkt uit de woorden van Wim Daniëls. (De W van stamppot. Ja, je verzint het niet ☺) Kortom, zullen we maar, als stamppotland, snertland, leuk land, ontroerend land, aan onze toekomstige koning een variatie op het lied 15 Miljoen mensen presenteren? En als ik dat lied dan google, blijkt die variatie al te bestaan, gezongen door René Froger… Help, ik word wereldvreemd, wist van het bestaan niet af. Maar als ik de originele versie van dat lied hoor, dan weet ik: ik hou van Nederland… [EV].

Esther Voet is directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Daarvoor werkte ze als journalist, onder meer als hoofdredacteur van het Nieuw Israelietisch Weekblad (NIW) en bij Vivenda. Voet schrijft columns voor Jonet over haar dagelijkse besognes. 

Categorie:

Home » Columns en opinie » ‘Soms is Nederland een snertland’