‘Tijd voor nieuwe sprekers voor Joods Nederland’

“Het kan voor weinigen een verrassing zijn dat na de maatschappelijke discussie over de sjechita (rituele slacht) eenzelfde discussie over de briet mila (jongensbesnijdenis) is opgelaaid. Alle seinen staan immers al lange tijd op rood. De vrijheden die gelovigen de afgelopen 400 jaar in dit land hebben verworven, staan al enige tijd op losse schroeven. De ongebreidelde kritiek op Israël heeft een vruchtbare voedingsbodem gecreëerd voor laaghangende antisemitische sentimenten. Voor het onvermogen om juist nu goede woordvoerders naar voren te schuiven, is onze gemeenschap zelf debet.

Dat een verbod op de Sjechita er niet is gekomen, mag een klein wonder heten. Per slot van rekening was het maatschappelijke discours in de politiek en in de media fel tegen dit “barbaarse ritueel” gekant. Wat zeker niet heeft geholpen zijn geluiden van personen uit eigen kring die als belangrijk argument tegen een verbod, de Tweede Wereldoorlog erbij sleepten. Deze missers hebben de Joodse positie verzwakt en het is dan ook desondanks dat onder leiding van een klein en kundig team – en met wat toch ook een beetje God’s hulp moet zijn geweest – het politieke tij op het laatste moment is gekeerd. 

De strijd om het behoud van godsdienstige rechten, is een strijd die wordt gestreden op het snijvlak van beeldvorming en onderbuikgevoelens. Het toneel is een samenleving die alle religie gelijk stelt aan barbarisme en die zelf een nog groter geloof aanhangt: het secularisme. Het tonen van filmpjes van lugubere praktijken die niets van doen hebben met het Nederlandse Jodendom, is een succesvolle formule gebleken, die de dierenlobby effectief heeft ingezet. Want het gaat allemaal om perceptie, weten de dierenactivisten, niet om feiten. Wetenschappelijk, historisch of anderszins.

Het is dan ook met lede ogen dat ik afgelopen zondag heb gekeken naar de uitzending van Brandpunt. We zagen o.a. bloederige kinderhandjes, scalpels en scharen. Dan komt de Nederlandse moheel (ritueel besnijder) aan het woord. Hij stelt dat de Jodenvervolging is begonnen met een verbod op jongensbesnijdenis en debiteert de opmerking dat de Duitsers de laatsten moeten zijn die over een verbod moeten beginnen. Dit mag bij sommigen in Joodse kring misschien op sympathie rekenen, in de context van de maatschappelijke en politieke discussie zijn deze ‘Godwins’ opnieuw grote flaters. Even kwalijk is het dat het besnijdenisinstrumentarium wordt getoond met begeleidende opmerkingen als: “Ik weet niet of het pijn doet” en “met dit mesje alleen moet het ook kunnen”. Wie denkt dat je er in de media goed aan doet om zelfgenoegzame dit soort onsmakelijkheden te verkondigen, schaadt doelbewust de eigen Joodse gemeenschap. Alles is perceptie, beeldvorming, onderbuik. De onheuse vergelijking met mensonterende praktijken als vrouwenbesnijdenis en andere vormen van criminele lichaamsmutilatie is bij het publiek dan gauw gemaakt. We staan met deze uitzending met 2-0 achter, als gevolg van schoten in eigen doel. Nog even en de wedstrijd is definitief in ons nadeel beslist.

Er zijn goede argumenten in te brengen tegen de veelgehoorde  opmerking dat met jongensbesnijdenis “onomkeerbare keuzes voor minderjarigen” worden gemaakt. Die argumenten moeten dan wel gebracht worden door personen die op een sympathieke en respectvolle manier de connectie weten te maken met de levensbeschouwing van de seculiere Nederlander. Denk aan schoolkeuze, een vegetarisch dieet, vier-oudergezinnen van gays en lesbiennes. Niemand die zal beweren dat dit soort opvoedingskeuzes onomkeerbaar en schadelijk zijn en dus verboden moet worden.

Het is de zwakte van de Nederlands-Joodse gemeenschap dat we kennelijk niet in staat zijn om communicatiegetrainde, mediagenieke woordvoerders naar voren te schuiven om steekhoudende standpunten goed over het voetlicht te brengen in dit soort maatschappelijke debatten, die als een denderende trein op ons af komen. Denk onder andere aan het Joodse dagonderwijs dat het nog zwaar te verduren zal krijgen.

Mij bekruipt het gevoel dat hier iemand bewust bezig is de publieke opinie bewust tégen onszelf in het harnas te jagen. Ik nodig u uit om het in Brandpunt te bekijken. Die polariserende houding is ook zichtbaar in soortgelijke optredens rond de sjechita, de Dodenherdenking  en over de, ook op sjabbat geldende, identificatieplicht. Onder het mom van een ‘juridische strijd’ vindt een continue gedaanteverwisseling plaats. Nu weer als ‘voorzitter’, dan weer als advocaat, of gebruik makend van de oneigenlijke titel ‘professor’ moet het erop lijken dat een noemenswaardige achterban wordt vertegenwoordigt. Quod non, om in juridische termen te spreken. Het moet genoeg zijn met deze schertsvertoningen. De schade die wordt aangericht aan het Nederlandse Jodendom – of die nu orthodox, progressief of in een eigen variant wordt beleefd – die is pas ècht onomkeerbaar.

De sjechita is voor nu behouden. Of dat met de briet mila ook gaat lukken, is nog maar de vraag. Eén ding is zeker: als we polariserende krachten in ons midden de ruimte geven, gaat het zeker mis. Ik roep de Joodse ledenorganisaties daarom op om met spoed samen te werken aan een effectief maatschappelijk mediabeleid. Een beleid dat erop gericht is om goed gekwalificeerde woordvoerders op te leiden en in te zetten op de podia waar de maatschappelijke discussies die ons raken worden gevoerd. Dit nalaten zal ons wel eens duur kunnen komen te staan. Want op alweer een wonder mogen we niet rekenen.

David Serphos (1964) is communicatieadviseur. Hij was van 1998-2008 directeur van de Joodse Gemeente Amsterdam.
In 2011was hij coördinator van het sjechita-team dat in de Tweede Kamer de lobby aanvoerde tegen het wetsvoorstel om onverdoofd slachten te verbieden.

Categorie:

Home » Columns en opinie » ‘Tijd voor nieuwe sprekers voor Joods Nederland’