Complexe gevoelens – column Carine Cassuto
Je als nietsvermoedende Jood in Amsterdam door het leven bewegen is niet altijd makkelijk. Een ontmoeting in de zakelijke sfeer maakte Carine Cassuto dat onlangs nog eens duidelijk. Deze column gaat niet over antisemitisme, maar over iets anders; de blijkbaar niet te onderdrukken neiging van sommige mensen om eigen onverwerkte ervaringen – en dan met name negatieve en misschien zelfs wel traumatische – op iemand die Joods is te projecteren.
“Jews are news and sex sells,” vertelde een van mijn eerste journalistieke mentoren mij eens. Als chef du bureau in Amsterdam deden zijn stukken over de hoerenbuurt of Anne Frank het inderdaad altijd het beste. De overmatige aandacht voor en interesse in Joden is niets nieuws en dat geldt sinds 1948 eveneens voor Israël, als Jood onder de landen.
In Nederland geldt dat al helemaal. Van de bevolking is 0,3 procent Joods, wat betekent dat de meeste Nederlanders nog nooit een Jood een hand hebben gegeven. Laat staan dat ze er een kennen. Niettemin staan de media bol van nieuws over Joden, vaak aangedreven door schuldgevoelens over het laten wegvoeren van de meeste Joodse buren tijdens de nazi-bezetting. Als de Joden niet hadden bestaan, dan hadden de media ze wel uitgevonden.
Die overmatige aandacht zorgt ervoor dat je Joods-zijn, toch vooral een toevalligheid, soms een drempel is die bij een eerste ontmoeting moet worden genomen. Zo ook laatst. Ik werd benaderd door een stichting die statusouders die in eigen land als journalist werkten, in Nederland aan het werk helpen binnen hun eigen vakgebied. Mijn gesprekspartner bestiert de stichting en nodigde mij uit voor een kennismakingsgesprek.
Het leek een alleraardigst gesprek. De directeur vertelde vol verve over haar stichting en ik vertelde over mijn werk als docent Nederlands als tweede taal, in de inburgering en journalistiek. Net toen ik dacht dat het gesprek zijn einde naderde, kwam er toch nog een vraag: “Maar nu moet ik je toch echt een vraag stellen. Ik heb gehoord dat jij een orthodoxe Jodin bent en dat dat wel eens tot conflicten kan leiden.”
Het was een van de laatste echt warme dagen en ik droeg een kort, mouwloos jurkje.
“Vind je dat ik er orthodox uitzie, dan?”
“Eh nee, niet echt.”
Nu even doorvragen, dacht ik.
“Heb je wel eens een orthodoxe Jood ontmoet?”
“Eigenlijk niet, eerlijk gezegd.”
Er viel een korte stilte.
“Ja, maar mijn zus heeft op het Cheider [de orthodox-Joodse school in Amsterdam, CC.] gewerkt en is daar heel naar weggegaan,” voegde ze snel toe.
“Ik heb zelf helemaal niet op een Joodse school gezeten, dus daar weet ik echt niets van.”
En toen zag een vanonder haar zonnebrilglazen een paar tranen biggelen. “Dit ligt bij mij,” fluisterde ze. Johanna, niet haar echte naam, groeide op in de zogeheten zwartekousenkerk, orthodoxe protestanten die in de politiek worden vertegenwoordigd door de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP). “Als ik het woord orthodox hoor, word ik nog steeds helemaal naar, maar dat heeft helemaal niets met jou te maken.”
En zo is dat natuurlijk ook. Mijn gesprekspartner had gelukkig de gogme en het zelfbewustzijn om zichzelf te doorzien.
We zijn uit elkaar gegaan met een hartelijke omhelzing. Of ik de klus ga krijgen? Dat zal de tijd leren. Want er bestaat nog een ander mechanisme. Soms is het makkelijker om je af te keren van degene die je hebt geprobeerd te beschadigen. Wordt dus vervolgd.
Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren






