Een bedrukkende sfeer – verkiezingsblog 2026
In aanloop naar de verkiezingen voor een nieuwe Knesset – het Israëlische parlement – houdt Ya’akov Almor de situatie vanuit zijn woonplaats Mitzpe Ramon goed in de gaten. In meerdere artikelen voor en na de stembusgang vertelt hij over zijn observaties en wat je moet weten over de campagne.
Je zou verwachten dat de aanloop naar de algemene verkiezingen op komende dinsdag, mijn dorp vol spandoeken, posters, en vlaggen zou hangen en onze brievenbussen vol met allerhand flyers zouden zitten. Bij de laatste verkiezingen voor de Knesset hing Mitzpe Ramon vol, maar deze keer zo goed als niets, nada.
Mijn buurman heeft pas gisteren zijn vlag van de voetbalclub Betar Yerushalayim vervangen door een slap hangende vlag van de Likud-partij van premier Benjamin Netanyahu, die hoopt na de verkiezingen aan de macht te blijven. Verder zag ik mijn straat van achthonderd meter lang, nergens enig andere verkiezingsmateriaal hangen.
Maar dat wil niet zeggen dat er geen propaganda wordt gemaakt. De verkiezingsstrijd en retoriek is in Israël verschoven naar de media, en dan vooral de sociale media. Hoewel er in de laatste drie dagen voor de verkiezingsdag – op dinsdag gaan de Israëli’s naar de stembus – door de partijen in de publieke ruimte geen campagnes meer mogen worden gevoerd en er geen peilingen meer mogen worden gepubliceerd, verwacht ik dat ‘ze’ dan op de sociale media helemaal los gaan.
In mijn gesprekken met medebewoners blijkt dat mensen zich bezorgd maken over mogelijke gewelddadigheden op de verkiezingsdag. Een van mijn buren vertelde dat een paar weken geleden een aantal leerlingen – tieners van dertien, veertien, vijftien jaar, van de ‘kleine’ jesjieve – de onverharde wegen naar het kamp van de ‘onze’ bedoeïenen die verderop wonen en bij ons komen stemmen, hadden versperd met rotsblokken terwijl ze leuzen riepen als ‘Weg met de Arabieren!’
“Wie weet of die jeugd, op verkiezingsdag, opgeruid door hun extremistische leraren onze bedoeïenen met geweld proberen te beletten te gaan stemmen,” zei mijn buurman. “Wat gebeurt er als er een busje met zwaar gesluierde bedoeïenenvrouwen naar het stembureau komt en die bus door dat tuig wordt aangevallen? Wie garandeert dat datzelfde tuig niet probeert de stembureaus binnen te dringen en de boel in de fik te steken?”
“Dat meen je niet,” zei ik met een ongelovige toon. “Zover zal het tot niet komen?” Mijn buurman: “Ach man, waarom denk je dat de overheid in de afgelopen weken al die spotjes op radio en televisie uitzendt over hoe goed beveiligd de stembureaus zullen zijn, en wat ze doen om fraude voor, tijdens en na het stemproces te voorkomen? Maar wie garandeert ons datzelfde tuig [onaantastbaar omdat ze minderjarig zijn, YA] niet hun gang kunnen gaan?”
Ik had geen weerwoord. Daarom zal het u niet verbazen dat toen diezelfde buurman mij vorige week aansprak en vroeg om op verkiezingsdag, samen met een aantal andere bezorgde burgers, informeel en op redelijke afstand, de stemlokalen in de gaten te houden, ik graag instemde.
Geloof me, in geval van onraad, wat voor onraad ook, bellen we de politie.
Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren






