‘Een teken van hoop’

Dit weekend was ik zo maar ineens te gast bij een Turkse jongerenvereniging in Leiden. De uitnodiging was niet zo lang geleden uit de lucht komen vallen. Ik kende de vereniging niet en las de tekst met gepaste afstandelijkheid: ‘Ons hart is met u. En wij willen dat uitdragen’. Tja, wat moet je daar nu van denken?

Na navraag bleek het te gaan om een terugblik op de afgelopen herdenkingsdagen, en het feit dat er een paar Arnhemse jongeren wat hadden gebruld over Joden. De mensen van deze vereniging, met een islamitische achtergrond, wilden daarvan afstand nemen. Je geeft zo’n initiatief wat mij betreft het voordeel van de twijfel. Dus autootje gehuurd; richting Leiden.

Wat ben ik blij dat ik ben gegaan.

Veel jongeren, veel vrouwen ook – met of zonder hoofddoek. Andere aanwezigen: een hoogleraar aan de Leidse Universiteit, een Leids raadslid en een Leidse wethouder; de één meer bekend met deze vereniging dan de ander.

Met alle respect, de bobo’s waren voor mij van secondair belang. Veel belangrijker was de speech van twee jongens van Turkse afkomst, die met hun lezing aantoonden dat ze wisten wat er was gebeurd met de Joodse gemeenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze deden dat eloquent, met kennis van zaken, en met – voor mij nog veel essentiëler – een betrokken hart.

Deze avond was voor mij een teken van hoop. Ik vertelde dat ik werk aan een verhaal over een Joodse vrouw die ooit, in de 16de eeuw een veilige thuishaven vond in het toenmalige Ottomaanse rijk. Dit voor de westerse wereld totaal onbekende verhaal bleek bij sommige Turkse aanwezigen bekend. Dat is thuiskomen. De mensen die ik deze avond sprak  vertelden me ook wat het betekent om te proberen thuis te komen in een maatschappij als de onze.

Aan het einde van de bijeenkomst werden er rozen uitgedeeld, als teken van vriendschap. Ik kreeg er twee. Ze hangen te drogen omdat ik ze lang wil bewaren. Ik hoop dat deze bijzondere Turks-Nederlandse jongeren een brug kunnen slaan, bijvoorbeeld met het CiJO, onze jeugdafdeling van CIDI.

Voor mij is de bereidheid om een brug te willen slaan tussen verschillende groeperingen die op het eerste gezicht misschien meer verschillen dan overeenkomen, de toekomst voor een tolerant Nederland. Een Nederland waarin we allemaal kunnen zeggen: “G’d, was het niet een ontzettend goed idee van U om ons allemaal verschillend te laten zijn.”

Verschillend, maar met een paar zeer essentiële overeenkomsten. Want waar ik ook ter wereld ben geweest, in vijfsterren hotels in Londen, in bedoeïenententen in de Sinaï, of in stenen tijdperk-hutjes in Ethiopië; als je met vrouwen praat, hoor je altijd weer dezelfde wensen: een beetje gezondheid, vrijheid en een beter leven voor hun kinderen dan zij hebben gehad.

We lijken heel veel op elkaar; veel meer dan we soms willen toegeven.  Laten we dat, samen met onze, zo zeer interessante verschillen, vieren [EV].

Categorie:

Home » Columns en opinie » ‘Een teken van hoop’