Dé online community van Joods Nederland. 4 Av 5778 · 16 juli 2018
 

Swipe voor meer nieuwsberichten
Jedida – column Salomon Bouman

Werd Otto Frank bevangen door emoties toen hij in 1953 het elfjarige Israëlische meisje Jedida Rülf Kaouly in Amsterdam ontmoette en rondleidde in het Achterhuis? Herkende hij in dat frêle meisje zijn dochter die op 12 maart 1945 in het concentratiekamp Bergen-Belsen, in Duitsland, stierf?
(In het recent verschenen boek ‘De achtertuin van het Achterhuis’ wijst de auteur Gerard Kremer Ans van Dijk, de Amsterdamse Jodin die uit levensbehoud voor de Nazi’s onderduikers opspoorde, als de verraadster van de familie Frank in 1944 in het Achterhuis aan.)

‘Otto Frank ging me voor op de trap naar boven’ herinnert Jedida zich nog zeer levendig. ‘Otto Frank opende de zolderdeur.’ Door de geheime toegang tot de schuilplaats kwam ze in de kamer waar Anne had geslapen en aan haar dagboek had gewerkt. “Het zag er uit alsof er niets was veranderd, alsof niemand er was geweest.’
Op die voor haar gedenkwaardige dag kreeg ze van Otto Frank ook een copy van het dagboek van Anne dat Jedida koestert als één van haar waardevolste, betekenisvolste, bezittingen.

Dat Jedida het hart van Otto ‘veroverde’ werd ontdekt door Ronald Leopold, de directeur van het Anne Frank museum. In het dagboek van Otto Frank trof hij de datum 7.11 aan, de verjaardag van Jedida op 7 november. Ronald Leopold heeft haar die notitie in het dagboek van Otto Frank tijdens zijn bezoek aan Israël vorig jaar december laten zien. ‘Dat was voor mij een heel bijzonder moment,’ vertelde Jedida. ‘Ik voelde me daardoor verbonden met het lot van Anne.’

Hoe kwam dit bijzondere contact tussen Otto Frank en Jedida Rülf Kapouly tot stand?

Haar vader dr. Schlomo Friedrich Rülf diende van 1953 tot 1954 als rabbijn van de Liberaal Joodse gemeente in Amsterdam waar de ontmoeting met Otto Frank tot blijvende vriendschap leidde. Van 1929 tot 1934, toen hij naar het onder Brits mandaat staande Palestina emigreerde, stond hij aan het hoofd van de liberale Joodse gemeenten in Saarbrücken.

Jedida herinnert zich dat Otto Frank tegen haar vader in 1953 in Amsterdam had gezegd dat hij geld zou schenken voor de school die haar vader in Naharyah, een stadje in noord-Israël, in 1937 had gesticht. Die belofte is Otto Frank nagekomen. In 1954 bezocht hij de dr. Weizman school in Naharyah.
De inkomsten uit de vertaling van het Dagboek van Anne Frank uit het Nederlands naar Ivriet werden door Otto Frank aan de dr. Weizman school gedoneerd. Uit die donatie werden instrumenten voor de nieuwe sportzaal en de keuken gefinancierd.
Vorig jaar december heeft Ronald Leopold een bezoek aan de dr. Weizman school in Naharyah gebracht. Tussen de school en het Anne Frank museum zijn nauwe contacten ontstaan. Nava Alfasi Naor, lerares Engels, heeft zich ingezet om op basis van deze contacten het verhaal van Anne Frank om te zetten in educatieve projecten op Israëls scholen.

In de strijd tegen het Nazisme heeft dr. Rülf in Saarbrücken een belangrijke rol gespeeld. Hij zette zich in om de publieke opinie in het onder voogdij van de Volkenbond staande Saargebied te beïnvloeden te stemmen tegen aansluiting bij Nazi-Duitsland. (Het Saargebied werd na de eerste wereldoorlog onder mandaat van de Volkenbond te gesteld.) Voordat negentig procent van de inwoners van het Saargebied voor de ‘Anschluss’ stemde werd in 1934 onder auspiciën van de Italiaanse dictator Mussolini het ‘verdrag van Rome’ tussen Duitsland en Frankrijk getekend.

Hitler stemde er volgens de termen van dit verdrag mee in dat de Joden met al hun bezittingen konden emigreren een jaar nadat dit omstreden gebied tussen Frankrijk en Duitsland door het referendum in de schoot van Duitsland zou terugkeren. In 2013 is in aanwezigheid van Jedida Rülf Kaouly het grote plein Berlijn-plein in Saarbrücken genoemd. naar haar vader dr. Schlomo Friedrich Rülf.



 

Voer uw zoekopdracht in en druk op enter

X