NPO-ombudsman: vragen Gibbs over ‘apartheidsregime Israël’ niet goed onderbouwd in Op1

Twitter

De vragen en opmerkingen die presentator Natasja Gibbs in de uitzending van 6 januari van Op1 over Israël, waren van te voren opzettelijk gekozen door de redactie van het programma. Dat blijkt uit onderzoek dat de Ombudsman van de NPO instelde nadat kijkers erover hadden geklaagd. In gesprek met toenmalig ChristenUnie-voorman Gert-Jan Seegers over een klachtbrief van alle fractievoorzitters in de Tweede Kamer over Iran, werd bewust verbreed om die vervolgens te versmallen tot Israël, wat Gibbs een ‘apartheidsregime’ noemde. Ook sprak zij bewust over ‘dit soort regimes’. Volgens de Ombudsman had Gibbs de bronnen moeten noemen die stellen dat er in Israël sprake is van een ‘apartheidsregime’.

Onderzoek

Seegers kreeg in het gesprek de ruimte om zich te verweren en zei dat Israël onvergelijkbaar is met Iran. Achteraf regende het echter klachten van kijkers die de opmerkingen en vragen van presentator Gibbs niet vonden kunnen. Er kwamen zeker achthonderd klachten binnen. NPO-ombudsman Margo Smit zette een onderzoek in. Maandag presenteerde zij de uitkomsten ervan. Als eerste benadrukt zij dat het grote aantal klagers – meer dan achthonderd – niet de doorslag gaf in het besluit of er een onderzoek moest komen.

Reconstructie

Smit ging in gesprek met de redactie van Op1 om te achterhalen welke keuzes er zijn gemaakt. ‘Op vrijdagochtend wordt in de voorbereiding van de uitzending gesproken over de open brief van de fractievoorzitters aan Iran en Gert-Jan Segers wordt uitgenodigd om die toe te lichten’, omschrijft Smit in haar onderzoek. ‘Dan al komt het gesprek op de redactie ook op de vraag of het opvallend is dat de fractievoorzitters zich nu wel uitspreken tegen Iran, maar niet tegen andere landen. Segers gaat een vraag over bijvoorbeeld mogelijke misstanden in Israël vaak uit de weg, zegt men op de redactie’.

Nieuwsbericht

Toen in de middag een nieuwsbericht binnenkwam dat in Israël in 2022 een recordaantal doden is gevallen op de Westelijke Jordaanoever, besloot de redactie van Op1 twee op zich losstaande nieuwsfeiten (open brief Iran – doden op de West Bank) aan elkaar te koppelen, aldus Smit. ‘De link met specifiek de staat Israël wordt in het gesprek aangebracht. “Als we spreken over mensenrechten, laten we het dan ook hebben over Israël. Dan willen we graag in zijn hoofd kijken en van Segers weten hoe ver hij gaat in zijn strijd voor mensenrechten.” Maar, zegt de redactie, deze vraag moet het gesprek over Iran niet overschaduwen, daarom zal het punt pas vrijwel aan het eind van het gesprek gemaakt worden’.

Bronnen niet vermeld

Het woord ‘apartheidsregime’ zou de redactie hebben gevonden op basis van een aantal bronnen, zoals rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch. Smit: ‘Die bronnen en de afweging waarom deze bewoordingen worden gebruikt, meldt de presentator die avond niet in het gesprek. Zo komt de term voor de kijker als een constatering op tafel: “het apartheidsregime van Israel […] jegens de Palestijnen.” Gert-Jan Segers stelt daarop dat Israël geen apartheidsregime is, en legt uit waarom de vergelijking met Iran volgens hem niet gemaakt kan worden’.

Omroep houdt vol

Ombudsman Smit wilde van de Op1-redactie weten of die heeft overwogen de bronnen te benoemen in het gesprek, om zo te kunnen verwijzen naar de term. Bijvoorbeeld door een formulering als ‘volgens bronnen x, y en z voert Israël een apartheidsregime jegens de Palestijnen, gaat u – meneer Segers – daar nu ook een open brief aan schrijven’? Daarop antwoordde verantwoordelijke omroep BNNVARA (net als eerder) ‘achter de uitzending’ te staan. ‘De constatering van de presentator dat Israël een apartheidsregime is “vindt voldoende grondslag in de feiten,” zegt de omroep, verwijzend naar de door de redactie gebruikte maar niet in de uitzending genoemde bronnen’.

‘Bron wel benoemen’

Volgens de de redactie kan er niet bij alles aan bronvermelding worden worden gedaan, want ‘Als we bij alles wat gezegd wordt aan bronvermelding moeten doen, worden onze uitzendingen misschien wel twee keer zo lang’. Smit constateert dat het in dit geval geen probleem zou zijn geweest de bron wel te benoemen, ‘het scheelde wellicht drie seconden uitzendtijd’. Belangrijker, zo vervolgt de NPO-ombudsman, ‘beweringen, ook als die gedaan worden door een presentator, moeten onderbouwd worden. En zeker als je weet dat zo’n bewering controversieel is. Met (desnoods kort aangeduide) bronvermelding wordt een journalistiek gesprek informatiever én controleerbaar. Dat laatste is een belangrijke opdracht in de Journalistieke Code om te komen tot kwaliteitsjournalistiek, om betrouwbaar en geloofwaardig te zijn’.

‘Niet zomaar beschuldigen’

Smit benadrukt het belang van goede bronvermelding, zeker in deze uitzending. BNNVARA zegt dat de redactie zijn werk goed heeft gedaan. De bronnen hadden echter moeten worden vermeld, aldus Smit. ‘De Journalistieke Code geeft verder aan dat de journalist terughoudend is met beschuldigingen, en dat die pas gedeeld worden als ze gecheckt zijn’, schrijft Smit. ‘Volgens de omroep is er voldoende onderbouwing voor de constatering van de presentator dat Israël een apartheidsregime is, de check zit in de geraadpleegde rapporten. Vermeld dat (en die rapporten) dan. Bij een beschuldiging is bronvermelding nog relevanter, niet alleen om te voorkomen dat de bewering in kwestie als de particuliere mening van een gast of presentator weggezet kan worden’.

Geen bronbescherming

BNNVARA geeft wel toe dat het misschien handiger was geweest als de bronnen wel waren genoemd, gezien ‘de commotie bij een specifiek deel van het publiek’. De Ombudsman stelt dat het niet benoemen van de bronnen in dit geval alleen had gekund als er sprake zou zijn geweest van bronbescherming, bijvoorbeeld als de identiteit van een bron niet gedeeld zou kunnen worden. ‘Dat was hier niet zo’, aldus Smit. Verder was het gesprek in Op1 volgens haar niet eenzijdig, zoals veel klagers beweerden. Segers kreeg namelijk voldoende ruimte om zijn weerwoord te geven, stelt Smit vast.

Feiten en meningen

NPO-ombudsman Smit geeft de redactie van Op1 en omroep BNNVARA wel een spreekwoordelijke tik op de vingers. Een eenduidig oordeel over de feitelijkheid van de bewering of Israël een ‘apartheidsregime is’, is ver uit zicht, al stuurde publiek de Ombudsman informatie om te onderbouwen dat het glashelder wél of juist overtuigend niet zo is. schrijft ze. ‘Het gaat hier om het journalistieke proces. Een presentator mag het één stellen, mits controleerbaar onderbouwd of als mening aangeduid. Beide gebeurde hier niet. Een gast mag het tegenspreken, mits ook op onderbouwing bevraagd. Dat gebeurde hier wel. En iedereen mag een mening hebben, want meningen zijn vrij. Maar het moet in een journalistiek programma altijd duidelijk zijn wat als feit gebracht wordt en wat als mening’.

Scheve schaats

Tot slot concludeert Smit dat de redactie van Op1 een scheve schaats gereden heeft. ‘De vragen over Israël mochten het gesprek over Iran niet overschaduwen, vond de redactie van Op1. Maar door de wijze waarop dit ene deel van het gesprek naar aanleiding van de open brief van de fractievoorzitters werd ingezet, is nu precies dát gebeurd. Het journalistiek beoogde doel – in het hoofd van Gert-Jan Segers kijken hoe ver hij in zijn strijd voor mensenrechten zou gaan – werd bij een deel van het publiek niet bereikt, boosheid en ophef wel’.

Lees meer:
Zeker 800 klachten bij NPO-ombudsman over Gibbs’ anti-Israël-uitspraken

De ombudsman van de NPO heeft zeker achthonderd klachten binnengekregen over de uitlatingen van Op1-presentatrice Natasja Gibbs. Zij noemde eerder Israël een ‘apartheidsregime’ en kreeg in de uitzending repliek van toenmalig ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers. Nadien diende opiniemaker Jan Dijkgraaf een klacht in bij de ombudsman. Aan zijn oproep om ook te klagen is ruim gehoor gegeven. 

Categorie: | |

Home » Nieuws » NPO-ombudsman: vragen Gibbs over ‘apartheidsregime Israël’ niet goed onderbouwd in Op1