‘Wie over vrede spreekt, heeft moed’ – verslag uit De Balie

Leonard Ornstein in De Balie (foto: K. Rijken)

In het Amsterdamse debatcentrum De Balie is een avond gehouden om stil te staan bij de situatie door oorlog in Israël en Gaza. Centraal stond het boek ‘Wie over vrede spreekt, heeft moed’, waar achttien schrijvers een bijdrage aan hebben geleverd. In een bomvolle zaal – op de eerste avond van Chanoeka – spraken ze erover met elkaar. De somberheid, teleurstelling en mistroostigheid waren alom.

Doorgeslagen haat

De avond werd geopend door De Balie-directeur Yoeri Albrecht, die opkwam voor de vrijheid van meningsuiting en godsdienst. Hij werd gevolgd door journalist Leonard Ornstein, een van de initiatiefnemers van de bundel. “Het antisemitisme en de doorgeslagen Israël-haat maakten me kwaad en maakten velen bvang. Waar gaat dit naartoe? Maar het wakkerde ook strijdbaarheid aan. We moeten iets doen,” aldus Ornstein, die sprak van ‘een hartekreet’. “Wie nu over vrede spreekt, heeft moed nodig.”

Recordtijd

“We willen niet in onze schulp kruipen,” benadrukte Ornstein. De voorgeschiedenis van veel pogroms en de Sjoa zorgt ervoor dat Israël voor veel Joden wordt gezien als een veilige thuishaven. Eenvormig zijn de stukken van de deelnemende schrijvers geenszins, zei Ornstein. Hij dankte de uitgeverij en mede-initiatiefnemers Judith Zilversmit en Kitty Herweijer. Zij en onder andere Marcel Möring, Jessica Durlacher, Robert Vuijsje en Femmetje de Wind hebben in recordtijd hun bijdragen moeten schrijven.

Kibboets

In een talkshow, die niet live werd uitgezonden, kwamen verschillende auteurs van het boek aan bod. Schrijfster Jessica Durlacher was een van de deelnemers. Zij heeft in 1979 als zeventienjarige in Israël in een kibboets gewoond en gewerkt. Ze was idealistisch over het land, en ‘dat was toen ook nog zo’. Later kwam ze er soms drie keer per jaar. “Dat land ontroert me, altijd weer.” Documentairemaker Hans Fels benadrukte het belang van Israël voor hem en zijn familie.

Roos op de kaart

Naast hen zat auteur Marcel Möring, die een keer in Israël is geweest. “Ik heb nooit de behoefte gehad om terug te gaan,” vertelde hij. “Ik had het besef in het enige land van de wereld te zijn waar iedereen Joods was.” Het verbijsterde hem dat zelfs de soldaten, vuilnismannen en prostituees ook Joods waren. Hij had nog nooit zoveel Joden samen gezien. Op de Golan Hoogvlakte kreeg hij het gevoel in ‘een belegerde natie’ te zijn, iets wat hij onprettig vond. Israël noemt hij ‘een roos op de kaart’ voor omringende landen en ook ‘leuke linkse mensen’ die ‘tegen iets’ zijn.

Lankmoedig

De drie verbaasden zich over de situatie in Nederland: het beeld dat momenteel over Israël ontstaat en het antisemitisme dat opleeft. “Ik blijk antisemieten onder mijn beste vrienden te hebben,” zei Möring tegen Durlacher. Het verbaast hem helaas niks dat DENK-voorman Stefan van Baarle ‘From the river to the sea’ in het parlement zei. “Wat mij wel verbaast is dat de Kamer daar zo lankmoedig mee omgaat.” Alles gaat over symbolen in plaats van woorden, stelde Durlacher. Toch was ze er blij om dat de Israëlische vlag in Amsterdam werd opgehangen.

Achterdocht

Volkskrant-columniste Elma Drayer had kritiek op de manier waarop de zogenoemde ‘kwaliteitskranten’ berichten over 7 oktober en de periode erna. NRC kreeg kritiek: de pogrom van 7 oktober wordt ‘aanval’ genoemd. Vrijwel alle Nederlandse kranten bejegenen Israël met achterdocht, zei Drayer, terwijl het narratief van Hamas wordt overgenomen. Een voorbeeld was het Israëlische ‘bombardement’ van het ziekenhuis in Gaza dat werd overgenomen, maar niet waar bleek te zijn. Ook de culturele sector, ambtenaren, dominees, activisten; allemaal scharen ze zich sinds 7 oktober vierkant achter de Palestijnse zaak. “De intelligentsia is tegen Israël.”

‘Niet meer sexy’

In het tweede panel zaten columnist Esther Porcelijn, schrijfster Chaja Polak en publicist Gideon Querido van Frank. Die laatste is zowel queer, feminist, anti-racist als zionist. Hij vraagt zich af waar hij thuis hoort. “Waar kan je nog terecht?” Joden horen volgens Porcelijn niet meer bij de minderheden. “Wij kunnen meelopen in de BLM-demo’s, maar zij zullen dat niet voor ons doen.” Ze vraagt zich af waar de wederkerigheid is. Joden zijn niet meer sexy, meent Querido van Frank. “Die zijn uit de tijd van opa en oma. Joden zijn niet meer in. Er zijn andere minderheden.” Joden worden als daders gezien ‘en dat vinden veel mensen ontzettend fijn, want dan hoeven ze zich niet meer schuldig te voelen’.

Volk van het boek

Chaja Polak zei zelf tot een uitzondering te horen, omdat zij zich betrokken voelt bij ‘het volk van het boek en niet van de vlag en het leger’. Ze wil dat ‘we ophouden met het tribale denken’ en dat ‘we elkaar als mens herkennen’. Porcelijn sloot zich daarbij aan. “Maar dat tribalisme is ontzettend stom en toch voel ik het.” Tegelijkertijd wil ze af van de last dat ze zich moet verontschuldigen om Joods te zijn. Polak merkt dat ze de beelden van het IDF niet kan verdragen. “Ik weet dat het onzin is, maar ik heb een verantwoordelijkheidsgevoel voor wat Israël doet en niet doet.”

Hoe nu verder?

Polak hoopt dat er vrede komt en ziet de noden van de Palestijnen, die in Gaza worden onderdrukt door Hamas. Door Durlacher werd ze vanuit het publiek geconfronteerd door het feit dat er met Hamas niet te praten valt. “Al ons belastinggeld dat naar Gaza is gegaan en dat is geïnvesteerd in tunnels!” zei de schrijfster, met betraande ogen. Polak snapt dat, maar nuanceerde wel, want Hamas is volgens haar niet zomaar ontstaan. “Er worden nu jongetjes van zeven getraumatiseerd en over tien jaar zijn die zeventien. Dan begint het weer van voor af aan.” De rest van de avond bestond uit een gesprek over over hoe het verder moet.

Conclusie

Wat opviel tijdens de avond in De Balie was het ongemak dat veel geïnterviewden voelen bij de oorlog en de situatie die daardoor in Nederland rondom het onderwerp Israël is ontstaan. Sommigen geloofden immers jarenlang dat er in progressief Nederland en bij de linkse intelligentsia voldoende steun voor Joden was, maar worden nu in een nachtmerrie wakker. Wat opviel was dat velen verrast zijn door het antisemitisme en de haat tegen Israël onder collega’s, vrienden en medestanders. De teleurstelling, somberheid en mistroostigheid waren zichtbaar aanwezig.

Categorie: |

Home » Cultuur » Boeken » ‘Wie over vrede spreekt, heeft moed’ – verslag uit De Balie