‘De Toekomst van onze Joodse jeugd’ – David Samama
Tijdens de nationale viering van 350 jaar Snoge, op zondag, hield voorzitter David Samama van de Portugees-Israëlietische Gemeente (PIG) een rede die op velen indruk maakte. In zijn toespraak benadrukte hij het belang van de jeugd voor de toekomst. “Juist nu is het moment om met vastberadenheid te bouwen. Om voort te zetten wat generaties voor ons hebben opgebouwd. Om met waardigheid, visie en hoop de toekomst vorm te geven.” Lees de toespraak hier integraal.
‘Majesteit,
Your Excellencies the Ambassador of the Portuguese Republic: Mrs Nunes Dos Santos, and the Ambassador Designate of the State of Israel: Mr Aviner-Vapni. Mijnheer de Commissaris van de Koning. Burgemeesters van Amsterdam en Ouder-Amstel. Meneer Chacham en mevrouw Toledan Geachte aanwezigen, beste vrienden en,
bovenal beste leden van Kahal Kados Talmud Tora, de Portugees Israëlietische Gemeente.
Wat een voorrecht om vandaag op deze heilige plek te mogen spreken in onze unieke, statige Snoge, die de afgelopen jaren zo prachtig is gerestaureerd. Deze dag verenigt ons in dankbaarheid, herinnering en hoop.
Terwijl in 1672 de Republiek werd aangevallen, de gebroeders De Witt gruwelijk werden vermoord, en het volk in paniek verkeerde, besloten de Portugese Joden in Amsterdam tot iets ongekends: zij bouwden. Geen schuilplaats, maar een monument. Geen vesting, maar een synagoge. Terwijl de wereld wankelde, richtten zij zich op wat standhoudt: geloof, gemeenschap, traditie.
En nu, in 2025, leven wij opnieuw in een wereld vol onzekerheden: oorlogen, antisemitisme, klimaatcrises, technologische ontregeling.
Maar net als toen moeten wij ons richten op wat ons draagt.
Niet op angst, maar op vertrouwen.
Niet op verdeeldheid, maar op verbondenheid.
Niet op het tijdelijke, maar op het eeuwige.
Wij vieren 350 jaar “Snoge” – een mijlpaal die ons niet alleen verbindt met het verleden maar ons ook uitdaagt om na te denken over de toekomst.
Snoge is niet louter een gebouw – zij is een ziel, een ademtocht van eeuwen, een symbool van onverwoestbare hoop. Ze is een getuigenis van veerkracht, van geloof, van gemeenschapszin. Ze is het levende bewijs dat Joods leven in Nederland ondanks alles niet alleen heeft overleefd – maar bloeit en wordt doorgegeven van generatie op generatie.
En dat brengt mij bij het hart van mijn boodschap van vanmiddag: de toekomst van onze Gemeente. Want als we willen dat Snoge over 350 jaar nog steeds gevuld is met zelfbewuste Joden, met gebed, met zang, kortom met leven – dan moeten we vandaag doelgericht investeren in de stemmen van morgen – in onze jongeren dus, want in hen leeft de toekomst van onze kehila. Voor diegenen die gisteren aanwezig waren, was dat duidelijk te zien en te horen tijdens de dienst.
Eeuwenlang leerden kinderen hier in Amsterdam niet alleen lezen en schrijven maar ook Tora – onze heilige geschriften –, en de tangamiem, een vorm van muzikale notatie, die mondeling wordt doorgegeven, en een essentieel onderdeel vormt van de Joodse liturgische traditie hier.
Kortom, ze leerden de melodieën waarmee de Tora wordt voorgedragen, de taal van onze voorouders – het Hebreeuws – en, groeiden op met de klanken en ritmes die generaties met elkaar verbinden. Deze klanken zijn in Amsterdam alleen op deze plek te horen.
Onze voorouders begrepen iets fundamenteels. Namelijk dat het behoud van onze identiteit niet zit in stenen of rituelen alleen, maar in de overdracht van gemeenschapszin. Het zit hem in het doorgeven van kennis, taal en melodie, van mens tot mens, gekoppeld aan een open blik naar buiten, naar de wereld om ons heen. De manier waarop we met elkaar om willen gaan, zit verweven in de manier waarop kinderen leren lezen, zingen, – en uiteindelijk voorgaan. We vieren met recht dat Snoge al 350 jaar bestaat, maar wat betekent dat zonder inhoud, zonder de diensten en onze leden?
Door de eeuwen heen hebben leden van onze Gemeente een onschatbare bijdrage geleverd aan de samenleving – in het bijzonder aan Mokum, onze geliefde stad Amsterdam. Onze Gemeente bracht leraren en leerlingen voort die hun kennis, waarden en tradities verspreidden naar alle uithoeken van de wereld. Wij waren zichtbaar, hoorbaar en voelbaar in het maatschappelijke en culturele leven van de stad.
Deze periode van bloei en verbondenheid kende een tragische onderbreking. De catastrofe van de Tweede Wereldoorlog vormde een pijnlijke kentering, die diepe littekens achterliet. Niet alleen binnen onze Gemeente, maar ook in de bredere Joodse wereld en in de Mokumse samenleving, waarmee wij onlosmakelijk verbonden waren. Slechts achttien procent van onze Gemeente overleefde.
Vandaag zijn wij kleiner in aantal. Maar onze geest is krachtig. Onze missie is helder. De vanzelfsprekendheid van vroeger is verdwenen. Toch is onze opdracht niet verminderd – integendeel. Juist nu is het moment om met vastberadenheid te bouwen. Om voort te zetten wat generaties voor ons hebben opgebouwd. Om met waardigheid, visie en hoop de toekomst vorm te geven.
Met vijfhonderd leden is het behoud van onze eeuwenoude identiteit geen vanzelfsprekendheid, maar een nobele opdracht, waar we met elkaar actief invulling aan dienen te geven. Hoe zetten wij behoedzaam, een rijke kwetsbare traditie voort, en blijven we in verbinding met generaties vóór ons, terwijl we een stevig fundament bieden aan de generaties ná ons?
In de parasa die wij gisteren lazen – Ki Tetsee – staat een vers dat mij diep raakte: “De vaders mogen niet ter dood gebracht worden om de kinderen, en de kinderen niet om de vaders; ieder zal om zijn eigen zonde ter dood gebracht worden.”
Wat leert dit vers ons? Het is een krachtige oproep tot individuele verantwoordelijkheid. Elke generatie draagt haar eigen opdracht. Wij, als volgende generatie, kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor wat onze ouders hadden kunnen of moeten doen. Maar waar wij wél verantwoordelijk voor zijn, is ons eigen handelen – en voor de wijze waarop wij voortbouwen op de inspanningen van hen die ons voorgingen.
Dit vers spreekt niet alleen over rechtvaardigheid, maar ook over hoop. Want het leert ons dat het verleden ons mag vormen, maar niet hoeft te bepalen. Wij zijn geroepen om onze eigen keuzes te maken, onze eigen wegen te gaan – en om met overtuiging verder te bouwen aan wat zij begonnen.
De kleine groep overlevenden van de Shoah heeft hier na 1945 op moedige wijze een ongelooflijke inspanning geleverd, waarvoor ik mijn diepe dankbaarheid wil uitspreken. Ik zie vele van hun kinderen en kleinkinderen hier vandaag. Zij vonden, ondanks het onvoorstelbare verlies, de kracht om dit bastion van traditie, gravidade, en schoonheid levend te houden. Zij zijn erin geslaagd, om onze tradities door te geven, zodat wij vandaag kunnen bouwen aan ónze toekomst.
We moderniseren waar we kunnen. Zo zijn er al vele jaren niet alleen vrouwen in ons bestuur, maar ook op sleutelposities in andere rollen binnen de gemeente, actief. Een voorbeeld dat laat zien dat aanpassing aan de tijd, met behoud van tradities, juist een verrijking kan betekenen.
Liefde voor onze tradities heeft altijd verschillende uitingsvormen gehad, zoals het schenken van tijd, van talent, en materialen om onze eredienst te verfraaien, zoals dat ook gebeurde in de zeventiende en achttiende eeuw. Het deelnemen aan de samenleving, en daaraan een bijdrage te leveren, is ook een kenmerk van deze gemeente. Het is mij een eer om hier te verwijzen naar de warme en respectvolle relatie met het huidige Portugal. Tijdens het staatsbezoek van vorig jaar, mochten wij een bijzonder betrokken delegatie ontvangen.
Een van de mantels voor de Thora die u vandaag heeft gezien, werd afgelopen zomer met de hand vervaardigd in Portugal, en geschonken door Zijne Excellentie president Marcelo Rebelo de Sousa. Deze schenking vormt een erkenning van het pijnlijke verleden, maar ook een gebaar van goede wil en hoop, richting de toekomst. Voor dit gebaar zijn wij hem diep dankbaar.
Ik bouw hier als uw voorzitter namens u, en nadrukkelijk het liefst samen mét u, aan een Portugese gemeente waarin jonge mensen weer worden opgeleid tot voorzangers, tot parasa-lezers, tot bewuste en trotse deelnemers aan onze diensten, die ook bijdragen aan de niet-Joodse samenleving daarbuiten. Waar zij niet alleen Hebreeuws leren lezen, maar ook leren voelen wat zij lezen.
Waar zij de melodieën van de Tora en de Nebi’iem, het Hebreeuwse woord voor “Profeten”, niet alleen technisch beheersen, maar ook leren ervaren, als een vorm van spirituele expressie. Voor mij is het belangrijk dat wat hier binnen deze vier muren gebeurt, bezield blijft. En dat geldt evenzeer voor onze Snoge in Amstelveen.
We werken hieraan middels nieuwe lesprogramma’s, met bevlogen leraren, en met onze kinderen. Van hun eerste Alef-Bet (de letters van het Hebreeuwse alfabet) tot het voordragen van een volledige haftara, of het voorgaan in gebed.
We willen lesmateriaal ontwikkelen dat aansluit bij de belevingswereld van nu – modern, misschien wel meer gedigitaliseerd, maar geworteld. Want dit is geen nostalgie. Dit is een kompas. Een oproep. Een visie die vraagt om moedige actie.
Daarom doe ik vandaag een oproep – aan u allen, waarde leden van deze Kahal Kados: investeer in onderwijs, in Joods onderwijs. Investeer in de toekomst van onze jeugd. Niet alleen financieel, maar vooral met tijd, aandacht en betrokkenheid. Help ons bouwen aan een gemeente waarin jongeren zich verbonden voelen – met hun geschiedenis, met hun traditie, en met elkaar.
In Joods Nederland wordt al veel gedaan om onze kinderen fysiek weerbaar te maken. Toch geloof ik dat het die combinatie is van kracht en kennis, van trots en traditie, alsook uitwisseling, die hen werkelijk weerbaar maakt. Laten we samen zorgen dat Snoge – dit monument van 350 jaar Joods leven – niet alleen een herinnering is aan wat was, maar een belofte aan wat nog komt: een richting waarin we kunnen groeien.
Zodat over vijftig, honderd, misschien wel 350 jaar, opnieuw iemand hier mag staan – om te getuigen van een levende traditie, een ongebroken keten van geloof en gemeenschap – vanuit het besef: “Hier leeft iets. Hier wordt iets van waarde doorgegeven.
Tot slot wil ik mijn oprechte dank uitspreken, aan allen die deze viering van 350 jaar Snoge mogelijk hebben gemaakt. Aan de vrijwilligers die met toewijding, liefde, tijd en energie hebben gegeven; aan de fondsen en particulieren die ons hebben gesteund, om deze nationale viering tot een waardige en feestelijke gebeurtenis te maken!
Chazak Baruch.
Dank u wel.’
Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren







