Joods vastgoed Zevenaar: in alle gevallen al rechtsherstel

Zevenaar, oorlogsmonument 'De vier tamboers' (M. Verbeek, https://en.wikipedia.org/wiki/Creative_Commons)

In Zevenaar is na bijna tachtig jaar duidelijkheid gekomen over wat er in de jaren ’40-’45 en daarna gebeurd is met Joods vastgoed. Uit onderzoek, dat de gemeente in de Liemers liet doen, blijkt dat in alle gevallen rechtsherstel heeft plaatsgevonden. Kortweg: na de oorlog is met alle overlevenden of nabestaanden een goede overeenkomst gemaakt over de waarde van geroofd Joods vastgoed. De rechter hoefde in Zevenaar geen tussenkomst te bieden. Niettemin wil de gemeente blijven stilstaan bij de slachtoffers en wat er in de Sjoa is gebeurd.

Net als vele andere gemeenten in Nederland liet de gemeente Zevenaar onderzoeken wat er in en na de oorlog is gebeurd met Joods vastgoed. De aanleiding daartoe vormden de bevindingen van het tv-programma Pointer uit 2020, waaruit bleek dat gemeenten in de bange jaren ’40-’45 massaal vastgoed, land en andere bezittingen van Joden hebben ingenomen en doorverkocht. In Zevenaar telde indertijd 49 Joodse inwoners, waarvan de meesten in de Sjoa zijn gedeporteerd en vermoord. Veertien Joden keerden na de oorlog terug.

Geen professionals

In tegenstelling tot wat andere gemeenten deden, koos Zevenaar niet voor professionele onderzoekers van een universiteit om te graven in het verleden. In plaats daarvan kreeg de Cultuurhistorische Vereniging Zevenaar (CVZ) de opdracht. Tijdens de bezetting werden 35 panden en percelen van Joden afgepakt, en zestien stukken landbouwgrond ingekocht. Dat gebeurde vanaf augustus 1941. Alles kwam in beheer van de Niederländische Grundstücksverwaltung, die Joods onroerend goed registreerde en verkocht aan niet-Joden. Meestal ging het naar NSB’ers.

De gemeente Zevenaar heeft niet meegedaan aan het confisqueren en verkopen van Joodse eigendommen, zo blijkt uit het onderzoek, dat eind maart werd gepresenteerd. Willem Franck van CVZ leidde het onderzoek. De gemeente was geen oorlogskoper, zegt hij, waarschijnlijk omdat er geen NSB-burgemeester was. Wie kochten de Joodse eigendommen dan wel? vroeg De Gelderlander aan Franck. Daarop weigerde hij de namen prijs te geven. “Ik wil niet meewerken aan negatieve sensatie,” zegt hij in de krant. “In totaal waren er acht kopers, waarvan een aantal uit Zevenaar kwam. Sommigen zijn ook prominente Zevenaarders uit die tijd.”

Geheimzinnig

Tijdens de presentatie van het onderzoek werden de namen van de kopers wel genoemd, onder wie de toenmalige directeur van de Doesburgse Mosterd- en Azijnfabriek. Hij was de grootste koper. Volgens Franck kon het wel worden gezegd, omdat het openbare informatie is. “Maar wij [CVZ, red.] willen het niet aan de grote klok hangen. Wij onthouden ons als onderzoekers ook van (ver)oordelen. We hebben alles tot op de bodem uitgezocht, maar we kunnen de beweegredenen van de kopers niet achterhalen. Wij kunnen wel interpreteren, maar kunnen dat niet hardmaken. Vandaar de we voorzichtig zijn met oordelen, laat staan veroordelen.”

Aan de grote klok hangen of niet, feit is volgens Franck dat vooral de gemeente Zevenaar zich destijds formalistisch heeft opgesteld. “De gemeente hoeft zich niet op de borst te gaan kloppen,” zegt hij. “Zevenaar stak namelijk geen poot uit om de Joden te helpen. Ook gingen ze na de oorlog verder met belastingen innen van de toenmalige eigenaren van de huizen. Soms zelfs van vermoorde Joden. Was dat netjes? Nee, maar de gemeente koos hierin voor een puur formele rol.” Volgens Franck hoeft de gemeente toch niet aan rechtsherstel te doen.

Dealtje maken

Daar voegt hij aan toe dat sommige Joden volgens hem de intentie moeten hebben gehad om er zelf ook beter van te worden. “Ik geloof erin dat het soms ook doorgestoken kaart was. Dat een Jood naar een niet-Jood ging om een dealtje te maken, zodat het na de oorlog onderling weer geregeld kon worden. Maar ook dat krijgen we niet hard.” Al het Joodse onroerend goed kwam na de oorlog terug bij de eigenaren middels rechtsherstel. Franck: “Ook als de oorspronkelijke eigenaar vermoord was. Dan ging het via een bewindvoerder naar de nabestaanden.”

Toch is het onderzoek volgens Franck onvolledig. Na twee jaar onderzoeken willen ze namelijk nog achterhalen of de kopers het geldbedrag terugkregen als het bij het rechtsherstel weer in eigendom kwam van de Joodse eigenaar of nabestaanden. “En we hebben ook niet kunnen vinden wat de gemeente Zevenaar na de oorlog betaalde aan eigenaren van door de oorlog volledig vernielde panden. Deze waren zowel van Joden als niet-Joden, maar werden onteigend in het kader van de wederopbouw,” zegt Franck tegen de krant. “Wat er werd betaald werd, werd niet in Zevenaar maar in Den Haag bepaald. Wij zijn benieuwd of er verschil zit in de gelden die zijn betaald aan Joden en niet-Joden. Hopelijk ontdekken we dat in de nabije toekomst nog.”

Categorie:

Home » Nieuws » Joods vastgoed Zevenaar: in alle gevallen al rechtsherstel