Mezoeza – column David Serphos

C. Kamerodski

Mijn eerste mezoeza sloeg ik in 1988 aan toen ik een huurhuis betrok in de Achillesstraat in Amsterdam, (nummer 95, 1-hoog). Ik maakte er een klein feestje van, een chinoech habajit  – inwijding van het huis.

Rabbijn Ies Vorst, al vanaf de brugklas van het Maimonides mijn rabbinale mentor, nam het officiële deel voor zijn rekening. Niet nadat hij eerst mijn boekenkast had bekeken en er een boek uit had getrokken dat door een afvallige Jood was geschreven. Hij keek me met een veelzeggende blik aan. Ik herinner me zijn toespraakje die middag met een voor hem typische woordspeling: hij legde een verband tussen Achilles en het Hebreeuwse ‘achila’ – eten – een liefhebberij die er bij mij de loop der jaren niet minder op is geworden. Ellen was op dat moment nog niet eens in mijn leven, die zou heel kort daarna pas ten tonele verschijnen, maar nog geen jaar later zou rabbijn Vorst op ons huwelijksfeest spreken. Zo kan dat gaan. Sterker nog: zo is het gegaan. Vele mezoezot zouden volgen op vele huizen in Curaçao en in Amstelveen.

Joods exhibitionisme
De mezoeza is een eigenaardig ding waar een sterke spirituele kracht vanuit gaat. De goddelijke opdracht om de Sjema-tekst (‘Hoor Israël, God onze God, is de enige’) aan de deurpost te bevestigen is naast de opdracht om onze zonen op de achtste dag te besnijden één van de essentiële rituelen waar het gros van de Joden, godsdienstig of niet, zich aan houdt. Het is misschien ook wel één van de meest exhibitionistische uitingen van ons Joods-zijn. Het besneden lichaamsdeel is per slot van rekening niet voor iedereen zichtbaar, maar dat rolletje perkament, verpakt in een kunststof of metalen huls, maakt voor iedereen duidelijk: hier woont een Jood. In mijn tijd als directeur van de Joodse Gemeente Amsterdam maakte ik kennis met diverse mensen die uit angst voor antisemitisme uit de buurt hun mezoeza hadden verwijderd, of naar de binnenkant van de deurpost hadden verplaatst. Zou iemand wel eens hebben onderzocht hoeveel Joden in Amsterdam dit hebben gedaan de afgelopen decennia?

Overigens was deze angst voor antisemitisme dezelfde reden waarom een aantal – vooral oudere – gemeenteleden het maandblad Hakehillot, dat een Mageen Davied (Davidster) in zijn logo had, liever in een envelop wilden ontvangen, zodat de postbode niet kon zien dat het een Joods blad was. De Hakehillot bestaat niet meer, maar waarschijnlijk heeft het feit dat we het NIW en de Benjamin ook helemaal in plastic bezorgd krijgen en niet meer met een klein papieren wikkeltje eromheen dezelfde reden.

Ganzenveer en perkament
De buitenkant van de mezoeza is vaak een kunstwerkje op zich dat veel cadeau wordt gedaan. In Israël en de VS (en ook bij de Wizo-winkel!) zijn de prachtigste exemplaren te koop. Maar belangrijker is toch echt die binnenkant. Als het een ‘kosjere’ mezoeza is, dan is die binnenkant niet van papier maar van een heel fijn laagje perkament (meestal de huid van een rund), beschreven met speciale inkt aangebracht op een ganzenveer door een sofeer, iemand die een lange opleiding heeft afgerond om dit te kunnen en te mogen doen.

Als je het opgerolde stukje perkament uitrolt, ziet de tekst eruit alsof het is gedrukt en met een computer is aangebracht. Het is misschien wel kunstzinniger dan de fraaie huls waarin het zich bevindt. Als jonge jongens namen mijn vriend Ronnie en ik sofroet-les bij de toen in Amsterdam woonachtige sofeer Rav Rosenbaum z”l. In het Maimonides-gebouw gaf hij ons ‘s avonds les in het schrijven volgens deze traditie. Het zijn mooie herinneringen. Wie mij kent, weet dat ik het geduld niet heb om dit ooit te kunnen doen, laat staan de Joodse kennis die ervoor nodig is en de bijbehorende leefstijl.

Verzekeringspolis
Ook van de spirituele kracht die van de mezoeza uitgaat, heb ik vaak genoeg kunnen getuigen. Orthodoxe Joden die ongelukkige dingen meemaken laten vaak hun mezoezot nakijken. Het minste geringste foutje (bijvoorbeeld een letter die in de loop der tijd niet meer leesbaar is geworden, een scheur in het perkament) kan een voorteken zijn geweest dat de bewoner iets onaangenaams te wachten stond. De mezoeza (de binnenkant dus) wordt dan onmiddellijk vervangen. Als een soort verzekeringspolis tegen onheil. Een mij en velen bekende rebbetzin (echtgenote van een rabbijn) kan u veel verhalen vertellen van mensen die een ongeluk meemaakten en een niet-kosjere mezoeza hadden, maar ook evenzoveel verhalen van mensen die tijdig hun mezoeza hadden vervangen en plotseling positieve dingen gingen meemaken. Haar verhalen zijn even kostelijk als schrikbarend en moeten met een korreltje zout worden genomen, maar vertéllen dat ze kan!

Geluksbrenger
De komende week mag ik aanwezig zijn bij een chinuch habajit, de inwijding van een nieuwe woning hier op  Curaçao. De eigenaresse vroeg me of ik de mezoezot uit haar oude huis wilde nakijken. Het viel me op dat de laatste letter van de Sjema-tekst was weggevallen. Ook was het perkament volgens mij gewoon een stukje papier en het leek me gedrukt in plaats van handgeschreven, iets dat voor een ongetraind oog moeilijk valt te onderscheiden. Voor alle zekerheid heb ik een nieuwe binnenkant besteld en als cadeautje voor haar nieuwe huis aan haar gegeven. Die wordt geplaatst in een bijzondere huls die ze van haar moeder heeft gekregen en die op haar voordeur wordt bevestigd. Op de juiste plek, aan de buitenkant van de deurpost, waar iedereen het kan zien. En ik ben ervan overtuigd dat deze mezoeza veel geluk zal brengen en dat deze dame in haar nieuwe woning en in deze nieuwe fase van haar leven hele mooie momenten gaat meemaken.

Lees ook:
‘Stop met de struikelstenen in het straatbeeld’ – column David Serphos

‘Ik herinner me nog hoe enthousaist ik was toen ik voor het eerst hoorde over het ‘Stolpersteine’-project, geesteskind van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Het zal zo’n dertien, veertien jaar geleden zijn geweest dat ze voor het eerst in Nederland verrezen. Demnig, inmiddels 74, maakte – en legde!– jarenlang hoogst persoonlijk alle betonnen steentjes met een messing plaatje waarop de naam, de geboortedatum en sterfdatum staat vermeld van de persoon die tijdens de Tweede Wereldoorlog op dat adres woonachtig was…’

Logo Maror.

Deze column is mede mogelijk gemaakt door Stichting Maror.

Categorie: | |

Home » Nieuws » Mezoeza – column David Serphos