Rookmaaker: ‘de term Vader-Joden levert veel verwarring op’ – interview

Rookmaker
M. Ballak

Joram Rookmaaker is sinds januari de nieuwste rabbijn van de Liberaal Joodse Gemeente (LJG) in Amsterdam. In het kader van zijn afstudeerscriptie organiseert hij op 16 juni een speciaal symposium over Joden met alleen een Joodse vader. “Er zijn veel vragen over dit thema, maar het wordt zelden openlijk besproken. Ik vind dat het bij het Jodendom, maar ook bij onze rol als rabbijnen, hoort om ook lastige thema’s bespreekbaar te maken,” zegt Rookmaaker daarover. In een interview vertelt hij over zijn leven, zijn roeping om rabbijn te worden en over het evenement.

U wilde al op uw veertiende rabbijn worden, ondanks dat u niet religieus Joods bent opgevoed. Hoe kwam u zo op dit idee en hoe raakte u Joods geëngageerd?

“Het Jodendom heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in mijn leven. Als kind van Nederlandse ondergedoken ouders was ik me vanaf heel jong bewust van mijn Joodse identiteit. Aanvankelijk werd die vooral bepaald door de pijn van de de oorlog. Mijn vader moest met zijn Joodse moeder onderduiken, terwijl zijn vader als Nederlands officier in Mauthausen vast zat en daar uiteindelijk vermoord werd. Mijn moeder zat tijdens de oorlog ondergedoken in België. Op 4 mei kwamen bij ons thuis steevast de overlijdensverklaringen van de in Auschwitz vermoorde familieleden op tafel. Gaandeweg werd ik mij echter meer bewust van de kracht en waarde van het Jodendom. Ik deed machanot, werd bestuurder van Joodse studentenverenigingen, nationaal en internationaal, ging rondleiden in het Joods Historisch Museum, en besloot uiteindelijk de Levisson Rabbijnenopleiding te volgen. Aanvankelijk was dat vooral uit interesse.”

Hoe bent u zo bij de JLG verzeild geraakt en hoe bent u uiteindelijk de tweede rabbijn van de LJG Amsterdam geworden?

“Mijn vrouw en ik zijn destijds bij de LJG getrouwd, onder andere omdat het voor ons evident was dat het Liberale Jodendom qua denken en doen overeen komt met de manier waarop wij ons Joodse leven vormgeven. Tegelijkertijd hecht ik grote waarde aan de diversiteit van Joods Nederland. Dat heb ik ook tot uitdrukking willen brengen in De Brede Hagada die ik in 2011 uitbracht, samen met een team van experts van diverse achtergronden. Die hagada was een dermate groot succes dat het mij ook inspireerde om mijn rabbinale studie, die ik in 2009 had onderbroken, voort te zetten en mij volledig te richten op het rabbinaat. Toen duidelijk werd dat de LJG Amsterdam, mede vanwege de voortgaande groei, een extra rabbijn zocht, kwamen een aantal wegen bij elkaar. Ik trad in 2015 in dienst bij de LJG Amsterdam, eerst als rabbinaal medewerker, maar sinds begin dit jaar als rabbijn, samen met rabbijn Menno ten Brink.”

In januari werd u geïnstalleerd. Het was een grote gebeurtenis. Hoe kijkt u daar op terug?

“De grote belangstelling, vanuit de eigen kehila, maar ook daarbuiten, liberaal en orthodox, Joods en niet-Joods, was indrukwekkend. Het was voor mij en mijn gezin een bijzonder moment, er ging immers een intensieve periode van studie aan vooraf; maar het bevestigde voor mij ook de vitaliteit van het hedendaags Nederlands Jodendom. Er is soms de neiging om wat somber te kijken naar de staat van het Jodendom hier. De focus ligt veel op antisemitisme en op de problemen waar we binnen de Joodse gemeenschap mee worstelen. Die problemen zijn er, zeker. Maar ik zie ook actieve jongerenorganisaties, initiatieven voor vernieuwing, dialoog binnen de gemeenschap en met andere groepen, 25 bar- en bat mitswes per jaar bij onze LJG, een bloeiend Joods onderwijs, en vele andere zaken. De vraag naar onderwijs voor volwassenen neemt ook weer toe. Zo zijn we onlangs weer een paar lern-groepen gestart.”

Uw afstudeerscriptie ging over de Joodse identiteit, kunt u vertellen waarom u daarvoor koos en wat de conclusie van uw onderzoek was?

“De scriptie ging over het beleid van de LJG met betrekking tot mensen met een Joodse vader. Dat thema is ongelooflijk belangrijk in Joods Nederland. Het is geen geheim dat er veel gemengde huwelijken zijn, simpelweg omdat de gemeenschap klein is en veel Joden uitstekend geïntegreerd zijn in de niet-Joodse samenleving. Dat is op zich goed, maar het levert soms vragen op, waarbij mensen met alleen een Joodse vader tevergeefs op de deur kloppen van Joodse gemeentes. Ze voelen zich wel Joods, maar worden vaak niet als zodanig erkend. Dat doet pijn. Als we kijken naar het beleid van de LJG sinds de Sjoa, blijkt dat we deze mensen aanvankelijk veel gemakkelijker toelieten en dat het in de loop der tijd complexer is geworden. Dat komt enerzijds omdat mensen zelf prijs stelden op een formele ‘rite de passage’, anderzijds omdat de LJG zich meer wilde conformeren aan wat elders in de Joodse wereld gebruikelijk is. Tegenwoordig kan iemand met een Joodse vader niet zonder meer lid worden van de LJG: daar gaat eerst een ‘bevestiging van de Joodse status’ aan vooraf. Dat proces is recent wel laagdrempeliger gemaakt dan het was, maar nog steeds kan je met alleen een Joodse vader niet direct lid worden.”

Op zondag 16 juni organiseert u vanuit de LJG Amsterdam samen met het Levisson Instituut het mini-symposium over het LJG-beleid voor mensen met een Joodse vader. Waarom?

“Er zijn veel vragen over dit thema, maar het wordt zelden openlijk besproken. Ik vind dat het bij het Jodendom, maar ook bij onze rol als rabbijnen, hoort om ook lastige thema’s bespreekbaar te maken, erover met elkaar te leren, en te luisteren naar de impact die beslissingen over Joodse status hebben op degenen die het betreft. Er waren zoveel vragen naar aanleiding van mijn scriptie dat het Levisson Instituut samen met de LJG Amsterdam heeft besloten om een publiek symposium te organiseren.”

Hoe ziet het programma eruit en wat is het meest interessante onderdeel voor u?

“We zullen de halachische zin, en onzin, naar voren brengen die over dit onderwerp de ronde doet. Daarnaast zullen we ook het beleid van de LJG hierover toelichten. Er zal ruimte zijn voor persoonlijke verhalen, zowel van een aantal sprekers, als ook van mensen die het symposium bezoeken. Zij kunnen in gesprek met een aantal sprekers die veel met het thema te maken hebben, zoals de rabbijnen ten Brink en Van Praag, maar ook Roos van den Berg van JMW. Ik hoop dat mensen voor wie dit speelt daar een plek vinden om van gedachten te wisselen, ook met anderen. Welke weg ze daarna bewandelen: of ze lid willen worden van een Joodse gemeente, of juist daar verre van willen blijven, dat maakt mij eigenlijk niet zoveel uit. We willen erkennen dat dit thema relevant is en velen diep raakt.”

Waarom gebruikt u de term ‘vader-Joden’ niet graag?

“De term is destijds geïntroduceerd door Andreas Burnier en voelt voor velen heel passend. Het geeft erkenning aan de specifieke groep, maar het levert ook verwarring op. Want het probleem is nu juist dat een groot aantal Joodse instellingen, waaronder bijvoorbeeld de scholen Rosj Pina en Maimonides deze mensen niet als Joods beschouwd, ook niet als ze bij de LJG bevestigd zijn en actief meedraaien in het Joodse leven. De term werkt verhullend. Als iemand een Joodse vader heeft en bij de LJG is bevestigd, dan is hij of zij gewoon Joods. Niet vader-Joods.”

Wat verwacht u van de bijeenkomst en wat zijn de doelen?

“Ik hoop en verwacht dat er veel mensen komen, dat er een geanimeerd en respectvol gesprek zal zijn en dat het voor velen een versterking kan betekenen van de Joodse identiteit. Mensen met een Joodse vader dragen vaak de Joodse geschiedenis en traditie, en helaas ook vaak de pijn, met zich mee, net als degenen met een Joodse moeder of twee Joodse ouders. Gebruiken en regelgeving die over de eeuwen zijn ontwikkeld, gaan wij niet van de ene op de andere dag veranderen, maar we kunnen wel proberen om te kijken wat er binnen de geldende kaders wel mogelijk is. Als we dat gesprek goed kunnen voeren, dan is het wat mij betreft geslaagd.”

Categorie: |

Home » Nieuws » Rookmaaker: ‘de term Vader-Joden levert veel verwarring op’ – interview