Am Yisrael Chai – column David Serphos
Met enige trots keek ik vorige week naar de uitzending ‘Beth Amstelveen, Jeruzalem aan de Amstel‘ op NPO2, gemaakt door Özgür Canel en de Joodse afdeling van de EO. Bij de opening credits van het programma werd ik verrast om als inspirator te worden genoemd, een heel sympathieke geste van Özgür en de EO. Want het idee voor deze documentaire en een eerste script kwam anderhalf jaar geleden inderdaad van mij, maar door mijn vertrek naar Curaçao is mijn bijdrage beperkt gebleven.
Ik vond het eindresultaat zeer de moeite waard. Het laat goed zien hoe Amstelveen bijna uit het niets mid-jaren zestig uitgroeide tot de grote Joodse gemeenschap in Nederland. Ik durf te zeggen de grootste. Dus niet na Amsterdam, maar op zichzelf. Want alhoewel een deel van de Joodse infrastructuur (scholen, slager en winkels) zich nog in de hoofdstad bevindt –in de woonwijk Buitenveldert – wonen de meeste Joden, van vroom tot vrij, inmiddels wel in deze groene gemeente ten zuiden van de Kalfjeslaan.
Rabbijn Vorst
Terecht gaat een groot deel van de eer voor die transformatie naar rabbijn Ies Vorst en het was een groot plezier om hem nog zo enthousiast en jong van geest voorbij te zien komen, voetballend en vertellend over diverse van de projecten die hij heeft bedacht. De CD ‘Sjiroe’ mocht ik in 2003 produceren ter gelegenheid van zijn 65ste verjaardag. Het was het cadeautje van de Joodse Gemeente Amsterdam aan Rav Vorst en wat was het leuk om hieraan te hebben mogen meewerken. Ik herinner me de opnamen in het Joods Cultureel Centrum nog goed met het kinderkoor. Veel van de liedjes kon ik meezingen omdat ik ze had gehoord en gezongen tijdens de diverse machanot (vakantiekampen) van Tikwatenoe waar ikzelf als jongetje aan had deelgenomen. Het zijn vrijwel allemaal knappe en humoristische ‘Joodse’ teksten op de melodie van oud-Hollandse liedjes. Zingt u maar mee op de wijs van ‘In den Haag daar woont een graaf’:
In Den Haag daar woont een rav [rabbijn]
en zijn zoon heet Moosje
als je vraagt: ‘wat doet je pa?‘
dan werkt ‘ie aan een droosje. [toespraak]
Maar dat is slechts een hele kleine bijdrage van ‘mijn’ rabbijn Vorst aan het Joodse leven. Hij was de centrale man achter de bouw van de synagoge aan de Straat van Messina en heeft daar als rabbijn van de sjoel een enorme – zeer positieve – stempel op gedrukt. Bij zowel de sjoelgaande mensen als bij de vrijzinnige Joden in zijn kehilla (gemeente) was en is hij de energieke en sympathieke opbouwwerker, die maling heeft aan erkenning en elke dag zijn best doet om mensen op een ongedwongen manier bij het Jodendom te betrekken. Wanneer hij iemand tegenkomt die hij lange tijd niet heeft gezien, zal hij steevast vragen naar ouders, grootouders en schoonouders (die hij allemaal bij naam kent). Hij weet nog precies wat hij veertig jaar geleden heeft gezegd ter gelegenheid van een barmitswa of een choepa (huwelijk). Hij schreef boeken die op een laagdrempelige manier Joodse onderwerpen belichten, zoals Badèrech (Op Weg). Hij schreef over persoonlijk verlies binnen zijn eigen gezin als hulpboek voor anderen in Over pijn zingen – overpeinzingen bij het verlies van een geliefde. Ik kan een heel artikel aan hem – en ook zijn echtgenote, rebbetzin Dobbe Vorst – wijden. Daarvoor is de ruimte in deze column te klein. Feit is dat hij in meer dan één opzicht mijn heldis als rabbijn, leraar, inspirator en Mensch.
De Eroev
De docu opent met mijn goede vriend rabbijn Shmuel Katz, die de kijker vertelt over de Eroev (de Sjabbatgrens) die rond Amsterdam èn Amstelveen loopt. In 2007 is gestart met het herstel van deze eeuwenoude grens, die alles wat zich erbinnen bevindt met elkaar verbindt, waardoor het in halachische (Joods-wettelijke) zijn één grote woning vormt van de Joodse gemeenschap en er allerlei dingen mogelijk worden die zonder de eroev op Sjabbat niet mogen. Bijvoorbeeld het voortduwen van een kinderwagen of een rolstoel. Het bij je dragen van een tallit (gebedskleed) of van een sidoer (gebedenboek). Toenmalig opperrabbijn Arjeh Ralbag – daartoe van harte aangemoedigd door Ronnie Eisenmann en Chanan Hertzberger – stortte zich op de talloze halachische aanpassingen die aan de grens moesten worden gemaakt (denk aan het maken van oprolbare draden, het met elkaar verbinden van lantaarnpalen, het opmeten van de oevers van de Amstel, de Ringvaart en het IJ, het inspecteren van bruggen en viaducten. Met zijn geniale kennis van de specifieke Joodse wetten en regels was hij in staat om leiding te geven aan dit proces.
Als directeur van de Joodse Gemeente Amsterdam had ik de taak om de betrokken burgerlijke gemeenten Amsterdam, Amstelveen, Uithoorn, Sint Jacobswoude en Aalsmeer, de Provincie Zuid- Holland, maar ook de NS, Prorail, Rijkswaterstaat, het gemeentelijk vervoerbedrijf en tal van andere organisaties en instituties te overtuigen van de noodzaak van de eroev; en hen te vragen hun medewerking te verlenen aan het project. Symbolische aankooptransacties hebben plaatsgevonden op stadhuizen, auto-, trein- en metroverkeer moesten worden stilgelegd, constructies over bruggen – met name bij Leimuiden – moesten worden gerealiseerd. Het was een uniek project, waar ik met genoegen en dankbaarheid op terugkijk. Toen de eroev in 2008 gereed was, waren veel families ontzettend blij. Ze konden weer met kinderwagens naar speeltuinen familieleden met de rolstoel naar sjoel brengen, zonder de regels van de Sjabbat te overtreden. In Amsterdam èn in Amstelveen. Het was mijn laatste officiële bijdrage aan mijn toenmalige werkgever, de NIHS.
Groei en bloei
Ook andere projecten waar ik een aandeel in had, passeren in de docu de revue. Het prachtig vorm gegeven Sjoa-monument ‘Nooit meer teruggekomen’, ontworpen door Piet Cohen, met daarop de namen van 165 Amstelveense Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord, kwam kort in beeld. Het is het kleine broertje van het grote Namenmonument in Amsterdam. Het kwam begin 2020 gereed en werd zonder enige wanklank van buurtbewoners opgeleverd. Maar gelukkig gingen de interviews vooral over vreugde, hoop en toekomst. Over de groei en bloei van Joods Amstelveen en over de veelkleurigheid van deze levende Joodse gemeenschap, met immigranten uit onder meer de voormalige Sovjet-Unie, uit Israël en uit Turkije. Het was een programma om vrolijk van te worden.
Curaçao
Ik bekeek de uitzending uiteraard vanuit Curaçao, waar ik nog steeds verblijf in verband met mijn werk. Net als Amsterdam en Amstelveen gebeurt er ook hier veel op het gebied van de Joodse gemeenschap. Een nieuwe website belicht niet alleen de vier eeuwen oude geschiedenis van Joods Curaçao, maar is meteen ook de alles-in-één zoekplaats voor de andere interessante informatie, onder andere van de initiatiefnemer van deze site, het Joods Cultuur Historisch Museum. Maar ook de Mongui Maduro Bibliotheek de Joodse begraafplaatsen, de Portugese Snoa en de Ashkenazische gemeenschap en Chabad Curaçao zijn via deze site makkelijk te vinden. Op JewishCuracao.com zijn bovendien mijn eigen drone-video’s te vinden die ik eerder dit jaar tijdens de lockdown maakte van de vele stranden en diverse andere bezienswaardigheden op het eiland.
Neemt u vooral de tijd om Joods Curaçao op deze sites te ontdekken en u zult zien dat ook hier sprake is van een gemeenschap die niet alleen een rijke historie heeft zoals Amsterdam, maar ook op weg is naar een rijke Joodse toekomst, zoals Amstelveen. In alle gevallen kan ik zeggen: Am Yisrael Chai!
Lees ook:
Mezoeza – column David Serphos
Mijn eerste mezoeza sloeg ik in 1988 aan toen ik een huurhuis betrok in de Achillesstraat in Amsterdam, (nummer 95, 1-hoog). Ik maakte er een klein feestje van, een chinoech habajit – inwijding van het huis. Rabbijn Ies Vorst, al vanaf de brugklas van het Maimonides mijn rabbinale mentor, nam het officiële deel voor zijn rekening. Niet nadat hij eerst mijn boekenkast had bekeken en er een boek uit had getrokken dat door een afvallige Jood was geschreven.
Deze column is mede mogelijk gemaakt door Stichting Maror.
Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren







