‘Geweten’ is niets nieuws onder de zon – recensie

'Geweten' van Maurits de Bruijn (beeld: Das Mag)

Het boek ‘Geweten – over Israël en Palestina’ van Maurits de Bruijn is een must-read voor anti-zionisten, al zullen die niets nieuws leren over het Israëlisch-Palestijns conflict. Daarentegen zullen zij zich gesterkt voelen dat zij – zoals dat inmiddels heet – aan ‘de goede kant van geschiedenis’ staan.

Het is niet het eerste boek dat De Bruijn – Joodse moeder, gereformeerde opvoeding – wijdt aan een Joods onderwerp. Eerder schreef hij over de ervaringen van zijn moeder, die als onderduikkind de oorlog overleefde, en hoe dat hem heeft gevormd. Dat boek, titel: ‘Ook mijn holocaust’, werd door de media overwegend positief ontvangen.

De enige die kanttekeningen bij deze toe-eigening durfde te plaatsen, was literair weblog Tzum dat wees op de wel erg ongemakkelijke titel van het boek en de centrale plek die de schrijver zelf inneemt – De Bruijn denkt te weten dat al zijn persoonlijke sores te wijten is aan het feit dat hij een tweede generatiekind is.

Dat is in Geweten niet anders. De Bruijn neemt ons mee terug naar zijn kindertijd, waarin hij en zijn drie broers jaarlijks op 4 mei de kransen leggen bij het monument in zijn geboorteplaats Maasland. Uiteraard vanwege de geschiedenis van zijn moeder die al haar familie kwijtraakte. Het is een vormende ervaring en voor de opgroeiende De Bruijn wordt de belofte van ‘Nooit weer’ een mantra. En natuurlijk dat andere, Duitse, mantra: ‘We wisten het niet’.

Twee boodschappen

De Bruijn combineert de twee en plakt de twee boodschappen op de oorlog in Gaza en het lot van de Palestijnen in het algemeen. ‘Hoe legt hij dit uit aan zijn Joodse grootouders die werden vermoord in vernietigingskamp Sobibor’, vraagt uitgeverij Das Mag zich af op de achterflap.

Geweten is opgedeeld in een aantal hoofdstukken, waarvan de kortste uit een enkele zin bestaat. In de eerste helft schetst De Bruijn zijn achtergrond en de vervoering die hij ervaart bij zijn eerste bezoek aan Israël en de ontgoocheling als blijkt dat het allemaal niet zo ideaal is. De tweede helft is een verslag van een bezoek dat hij op uitnodiging van een niet nader genoemde NGO brengt aan de Westelijke Jordaanoever in het gezelschap van andere antizionistische Joden.

Wat er voorbijkomt, is vooral wat we de afgelopen jaren in linkse media hebben kunnen lezen: Israël is een apartheidsstaat, een wit, neokoloniaal project dat de wind in de rug heeft gehad door het schuldgevoel in het Westen over de gruwelen van de Sjoa.

En natuurlijk het nieuwste kritiekpunt: de gemiddelde Israëli lijkt zich niet te interesseren voor het lot van de Gazanen en – o gruwel – zet zich vooral in voor de terugkeer van de gegijzelden, dood dan wel levend. Dat begint als De Bruijn op Ben Gurion landt en op weg naar de uitgang langs de foto’s van de gegijzelden loopt, wat hem zeer tegen de borst stuit.

‘Islamofobie’

De Bruijn is vaak intellectueel slordig. Als hij over islamfobie spreekt – er zijn verschijningsvormen waar ieder weldenkend mens doodsbang voor is – of dat moslims in Nederland ‘de nieuwe Joden’ zouden zijn.

Het is in wezen een diep Eurocentrische kijk op Israël en haar ontstaansgeschiedenis. Het witte Westen valt heel wat aan te wrijven als het gaat om de kolonisatiegeschiedenis, van de uitbuiting tot de dehumanisering, maar daar hebben de Joden natuurlijk niets mee vandoen. Het zionisme is een van de fundamenten van het religieuze Jodendom en heeft met kolonisatie niets te maken. Ook gaat hij voorbij aan het feit dat de oorsprong van de meeste Joodse Israëli’s helemaal niet in het Westen ligt, zoals bij De Bruijn zelf, maar in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Tikkun olam

De Bruijn probeert om in woorden te vatten wat zijn Joods-zijn dan betekent. Zoals vaker bij seculiere Joden zoekt hij het in tikkun olam. Maar de beantwoording van die vraag is ten diepste politiek. ´Ik wil een Jodendom zonder uitsluiting. Zonder racisme. Een Jodendom dat niet één Grote Verzoendag heeft maar zich iedere dag met al zijn kinderen verzoent. Een Jodendom dus dat zijn eigen woorden in de praktijk brengt. Tikkun olam, de wereld repareren, verantwoordelijkheid dragen voor rechtvaardigheid, voor de moraal, dat hoort de hoogste waarde te zien, en dus niet dit – geen verwoesting van een ander volk’.

Geen emotie

Heel even is er aandacht voor de Israëlische kant. In een hoofdstuk beschrijft De Bruijn het bezoek van de groep aan kibboets Be’eri, waar hij luistert naar het verhaal van een van de overlevende. Het wordt met dezelfde soepele pen en aandacht voor details beschreven, maar van enige emotie is bij de schrijver niets te bekennen.

Veelschrijver

Overigens is De Bruijn zich wel bewust van de rol die hij speelt. ´Ook word ik alsmaar huiveriger om mezelf in het debat te mengen in deze rol: als de zoon en kleinzoon van Holocaustslachtoffers. Omdat het een shtick dreigt te worden, een truc. Omdat het me klem zet. Omdat ik daarmee net zo goed de Holocaust instrumentaliseer, voor mijn eigen karretje span’.

Misschien dat hij in een volgend boek – De Bruijn is een veelschrijver – zichzelf wat minder centraal kan stellen.

Beeldmerk Jonet.nl.Waardeert u dit artikel?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Donatie
Betaalmethode
American Express
Discover
MasterCard
Visa
Maestro
Ondersteunde creditcards: American Express, Discover, MasterCard, Visa, Maestro
 
Kies uw betaalmethode

Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren

Categorie: | |

Home » Cultuur » ‘Geweten’ is niets nieuws onder de zon – recensie