Rechter: importverbod producten nederzettingen kan
Het Israël Producten Centrum (IPC) vangt bot bij de rechtbank. De importeur en verkoper van Israëlische producten was naar de rechter gestapt om het importverbod van goederen uit de betwiste gebieden te voorkomen. Het doel van de sancties uit Den Haag weegt op tegen de belangen van het IPC, aldus de Haagse voorzieningenrechter. Het productencentrum is teleurgesteld. Op 22 september gaat het verbod in. Update: het IPC gaat in hoger beroep.
Eerder kondigde het kabinet-Jetten aan met een importverbod te komen van producten uit de Westelijke Jordaanoever, het oosten van Jeruzalem en de Golan Hoogvlakte. Met de maatregel, die al door de Tweede Kamer is en die ook een positief advies van de Raad van State gekregen heeft, wil het kabinet Israël onder druk zetten. Andere landen, zoals het VK en Canada, volgen nu het Haagse voorbeeld.
Symboolpolitiek
Het IPC in Nijkerk is de dupe van de maatregel. De winkel, die onderdeel is van het netwerk van actiegroep Christenen voor Israël (CvI), verkoopt onder andere wijnen, parfum, helva, tahine en andere producten uit de betwiste gebieden. Volgens de leiding van het IPC gaat het om een klein aantal goederen en heeft het verbod ook geen impact op de Israëlische economie. Gesproken wordt van symboolpolitiek van het kabinet.
Argumenten
Om de maatregel van tafel te krijgen, spande het IPC samen met de European Jewish Association (EJA) uit Brussel een kort geding aan tegen de Staat der Nederlanden. Volgens hen is het niet aan Den Haag maar aan de EU om handelsbeleid inzake te voeren. Ook zou het besluit van het kabinet geen deugdelijke juridische grondslag hebben, en niet geschikt, coherent of noodzakelijk zijn.
Geschikt
In het oordeel van de rechter staat: ‘Met de Staat is de voorzieningenrechter voorts van oordeel dat het Sanctiebesluit voldoende geschikt is om het daarmee beoogde doel te bereiken. Voorshands is niet onaannemelijk dat instandhouding van Nederlandse economische activiteiten in/met de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden bijdraagt aan de instandhouding van de onrechtmatige bezetting’.
Goed onderbouwd
Het importverbod dient volgens de rechter een legitiem doel. ‘Niet aannemelijk is geworden dat dit doel met andere, minder vergaande, maatregelen kan worden bereikt. De stelling van het IPC dat handhaving van het sanctiebesluit feitelijk illusoir is vanwege controle- en handhavingsproblemen ontbeert een deugdelijke onderbouwing. Het advies van de Raad van State onderschrijft – naar de Staat terecht stelt – die stelling niet’.
Handhaafbaar?
Wel erkent de rechter dat de Raad van State kanttekeningen heeft geplaatst bij de handhaafbaarheid van het importverbod. Toch hoeft op grond daarvan niet van de invoering te worden afgezien, aldus de rechtbank. ‘Ook de FIOD, de Douane en het OM komen niet tot die conclusie’. Verder mag de Staat binnen de EU eigenhandig dergelijke maatregelen nemen.
Teleurgesteld
Op 22 september gaat het handelsverbod in. Het IPC laat aan het AD weten teleurgesteld te zijn over de uitspraak van de rechter. “Het handelsverbod heeft ingrijpende gevolgen voor ons bedrijf, voor Israël en ook voor lokale Palestijnse werknemers. We gaan het vonnis bestuderen en gaan nadenken over mogelijke vervolgstappen,” aldus een zegsvrouw. Update: de winkel heeft besloten in hoger beroep te gaan.
Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren






