Retourtje concentratiekampen – column Awraham Meijers

Foto van Awraham Meijers.
Foto via Facebook.

Jarenlang had Awraham Meijers een bezoek aan de concentratiekampen uitgesteld. Hij wilde geen fysieke confrontatie met de plekken waar miljoenen zijn vermoord, waaronder zijn grootouders en tientallen familieleden. Deze maand trok hij alsnog naar Polen om alles alsnog onder ogen te komen. Het werd een bijzondere en emotionele reis.

Prachtig herfstweer. We rijden in een comfortabele touringcar van de Poolse hoofdstad Warschau naar voormalig vernietigingskamp Auschwitz, een rit die zo’n drie uur zal duren. Tegen lunchtijd stoppen we bij een wegrestaurant. In de verte een dorpje, een handjevol huizen en een kerkje met een slanke toren. Aan die kerktoren en de vele die we op onze reis passeren moest ik, eenmaal in Auschwitz en andere kampen, vaak terugdenken. 

De lunch smaakt prima. Een broodje met gerookte zalm en een prima kop koffie, plus een sanitaire stop, doen ons gezelschap van zo’n zestig mensen, goed. We zijn weer fit voor de busreis die nog anderhalf uur zal duren. We maken nader kennis met onze reisgenoten die de komende dagen een hechte groep zullen vormen. Er wordt gelachen. Als je niet beter wist, zou je denken dat het een jolige vakantiereis is.

Surrealistische aanrijroute

En dan… Langs de aanrijroute naar het kamp een McDonalds, KFC, Pizza Hut en Poolse fastfoodellende. Welkom in Auschwitz, en wat ons betreft hoef je geen honger of dorst te hebben. Je kunt met Zloty’s en ook met Euro’s betalen. Nog steeds een strakblauwe hemel als we het parkeerterrein van het voormalige vernietigingskamp oprijden. We stappen uit en de waanzinnige drukte – overal groepen en individuen, echt honderden mensen – doen me denken aan een ‘dagje Keukenhof’. Sorry, maar ik jok niet.

Geen spijt

Jarenlang heb ik een bezoek aan de concentratiekampen voor mij uitgeschoven. Durfde niet. Was bang. Nee, geen fysieke confrontatie met plekken waar miljoenen zijn vermoord, waaronder mijn grootouders en tientallen familieleden. Natuurlijk wist ik van de gruweldaden door de nazi’s, hun doortraptheid en onvoorstelbare cynisme van hun vernietigingsdrang. En juist omdat ik dit verdomd goed wist, had ik niet het lef daar heen te gaan.

Mijn vrouw Ellen en anderen probeerden me te overtuigen en te steunen om toch te gaan. Nee, was mijn antwoord telkens: Misschien later nog eens. Maar ben nu toch gegaan. Ik ervaar het zonder meer als een verplichting aan mijn grootouders en andere familieleden. Spijt en zelfverwijt achteraf van niet die stap te hebben genomen zou dieper ingrijpen dan de pijn en mateloos verdriet als ik hen wél ga bezoeken.

Machteloos vloeken

Auschwitz betekent een niet te verwerken fysieke confrontatie met een walgelijk verleden. Achter glazen wanden verzamelde haren van vermoorde mensen, hun koffers, schoenen, gebruiksvoorwerpen als pannetjes, kommen, theepotten, borden, meegebracht omdat het altijd makkelijk is voor … Ja, waarvoor?

Via een smalle helling een schemerdonkere ruimte in. Angstig. Ellen mompelt dat we niet terug kunnen. Dan staan we in een gaskamer. In de muur verweerde krassen van vingernagels. Ik breek. Troostende armen van reisgenoten. Ellen die zich tegen me aandrukt. Haar hoofd op mijn schouder. Mijn vrouw… Ik huil, kan alleen maar huilen omdat ik in gedachten beelden zie van mensen die stikken door Zyclon B-gas.

Geen blasfemie

Eenmaal buiten hoor ik vanuit de gaskamer nog steeds het geschreeuw en gehuil van Joodse mensen, die niet meer als mensen werden beschouwd, toen. Uit pure frustratie begon ik te vloeken. Wat hebben die vervloekte nazi’s godverdomme de wereld aangedaan!

Een arm om me heen van een predikant uit onze groep. “Jouw gevloek is geen godslastering. God zal je immense woede begrijpen.”  Herdenking en kranslegging bij het Nederlands monument. Wondermooi om te beleven dat onze groep, mensen waarvan we een paar dagen geleden niet van hun bestaan wisten, elkaar troosten, met elkaar optrekken, het verdriet delen.

Kraaien

Door naar Vernichtungslager Majdanek, bij de stad Lublin. Hier zijn zo’n 78.000 mensen vermoord waaronder 59.000 Joden. Een gigantisch, tientallen hectaren groot terrein, omzoomd door bossen. In de verte een drukke verkeersweg, de wereld nu, anno 2025. Het voor eeuwig verdoemde oord is gesitueerd in een pijnlijkmooi natuurgebied.

Reisbegeleider rabbijn Menno ten Brink nodigde Jacques Grishaver (oud-voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité) en mij uit ‘om even’ achter een ijzeren hek te gaan staan, waarna hij dit een minuut afsloot. Definitieve gevangenschap gesymboliseerd. Jacques en ik zijn in de oorlog geboren. Overal om ons heen in Majdanek zwarte kraaien met hun naargeestige gekras. Iemand opperde dat het wel eens de zielen konden zijn van de vermoordden.

Eeuwige stilte

Dan naar Sobibor, een kamp waar voornamelijk Nederlandse Joden zijn vermoord. Geschat wordt tussen de 170.000 en 185.000 – te vergelijken met het inwonertal van een stad als Groningen of Eindhoven.

Nadat hun lijken op spoorbielzen waren gecremeerd, werden de asresten over het kamp verspreid. Enkele jaren geleden is die as verzameld, op een veld uitgestrooid, en afgedekt met duizenden stenen. Een lugubere plek, die op velen van onze groep misschien wel de meeste indruk heeft gemaakt. Hier geen krassende kraaien, maar geen enkel teken van leven. In de anderhalf uur dat we hier waren zelfs niet één vogel of ander dier gezien of gehoord. Mysterieus.

Nadat een krans is gelegd konden de namen van vermoorde familieleden worden gezegd. Ik noemde de namen van mijn grootouders: Abraham Meijers en Johanna Meijers-Walg.  Aaron Meijers en Rebecca Meijers-Jacobs. Ik heb hen en nog veel andere vermoorde familieleden niet mogen kennen en realiseerde mij dat, als ik ze zou tegenkomen, ze niet eens zou kennen.

Tot inkeer?

Terug naar Warschau. Onderweg lieflijke kerkjes, in de steden imposante kerkgebouwen. Hoe is het Godsmogelijk dat de moffen, die ze ook hebben gezien, geen moment tot inkeer zijn gekomen. Immers, deze bouwwerken die het zinnebeeld van het christendom uitstralen, hebben dat tuig niet kunnen afbrengen van hun weerzinwekkende misdaden.

Terug naar Nederland, naar huis. Want ik heb in tegenstelling tot al die miljoenen een retourticket. Een deel van mijn verdriet heb ik in de voormalige concentratiekampen achtergelaten. Een deel zal ik wellicht de rest van mijn leven moeten dragen.

Beeldmerk Jonet.nl.Waardeert u dit artikel?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Donatie
Betaalmethode
American Express
Discover
MasterCard
Visa
Maestro
Ondersteunde creditcards: American Express, Discover, MasterCard, Visa, Maestro
 
Kies uw betaalmethode

Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren

Categorie: |

Home » Columns en opinie » Retourtje concentratiekampen – column Awraham Meijers