Dé online community van Joods Nederland. 1 Kislev 5778 · 19 november 2017
 

Swipe voor meer nieuwsberichten
Salvador Bloemgarten (93) overleden

Historicus en schrijver Salvador Bloemgarten is op 93-jarige leeftijd overleden. Hij was van groot belang voor de geschiedschrijving van Joods Nederland en het Joodse leven van de hoofdstad in het bijzonder. Bloemgarten schreef – samen met Philo Bergstein – in 1978 het boekwerk Herinneringen aan Joods Amsterdam, waarin hij het vooroorlogse leven van de Joodse Amsterdammers schetste. Het ging om een dagelijks leven dat thans niet meer bestaat en dat, dankzij het boek van Bloemgarten, opnieuw een gezicht kreeg. Hij overleed vorige week zondag aan een longontsteking in zijn woonplaats Amsterdam. In de laatste twee jaar van zijn leven werkte de historicus aan zijn memoires.

Bloemgarten werd in 1924 geboren in de Brusselse deelgemeente Schaarbeek. Later verhuisde hij naar Maastricht, waar hij  opgroeide in een familie van Joodse muzikanten. Zijn familieleden waren actief in de Limburgse hoofdstad, maar ook in Brussel. Een van zijn grootvaders was in 1883 mede-oprichter van het fameuze koor de Mastreechter Staar. Bloemgartens vader zong als bas in een koor, onder meer in katholieke kerken, en in het koor van de Opera in de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel. Oom en zanger Henri Bloemgarten zong tussen 1917 en 1929 onder meer hoofdrollen in zeventig producties van De Nederlandse Opera. Aan het Jodendom werd in de familie weinig gedaan. In 1933 verhuisde Bloemgarten, na een scheiding, met zijn moeder, broertjes en zusjes naar Amsterdam.

Maastricht bleef echter altijd in zijn hart. “Ik heb nog een boekje over Joods Maastricht waarin een brief staat aan de parnassiem met het verzoek om ook vrouwen stemrecht binnen de gemeente te geven,” biechtte Bloemgarten ooit op in het NIW. Deze brief, van augustus 1913, werd onder andere ondertekend door zijn grootouders van moederskant. Opa Salvador, de vader van auteur Salvador Hertog, stierf in 1929 in Brussel; zijn vrouw Heintje werd in mei 1943 in vernietigingskamp Sobibor vermoord. Het vooroorlogse Joods Maastricht was erg klein, waardoor er amper huwelijkspartners waren en een vorm van inteelt onvermijdelijk werd. “Er werd vaak met achterneven en achternichten of zelfs dichterbij getrouwd,” aldus Bloemgarten, die stelde dat Joden redelijk goed geïntegreerd waren in de Limburgse samenleving. “Als je het dialect beheerste, speelde de Joodse achtergrond voor de Limburgers niet zo’n rol.”

Joods Amsterdam was voor 1940 een levendige gemeenschap met alledaagse besognes. De Jonge Bloemgarten ging in de Rivierenbuurt wonen, waar de leegstaande woningen in deze jaren werden bevolkt met Nederlandse en gevluchte Duitse Joden. Zo was in bepaalde straten driekwart van de bewoners Joods. Eind jaren dertig verschaften de moeder van Bloemgarten en haar nieuwe man Max Kijzer ruimte voor gevluchte Spaanse en Italiaanse anarchisten. Zijn moeder was radicaal links. Ze stemde doorgaans op de Communistische Partij Holland (CPH). Vanaf 1936 ging Salvador Bloemgarten naar school op het Vossius Gymnasium, waar hij medeleerling van Gerard van het Reve was. Hij las al vroeg kranten en boeken, en begreep in 1939 dat de uitgebroken oorlog tussen Duitsland en Polen ook gevolgen zou hebben voor Nederland. In mei 1940 was het zo ver met de Duitse inval in, en de bezetting van het kikkerland.

Op dringend advies van een goede Oostenrijkse vriend van Bloemgartens oudste broer Rudi besloot de familie onder te duiken. Dat gebeurde in de zomer van 1941. De familie had geen geld, maar kon via een goed netwerk van vrienden en kennissen toch onderduiken. Moeder en haar vier kinderen zaten apart verstopt. Moeder Bernadine werd in 1943 ontdekt en vermoord in Sobibor. Ondertussen werd zijn vader, Victor Bloemgarten, in Brussel opgepakt en via de Dossin Kazerne in Mechelen naar het oosten gebracht om in Auschwitz de dood te vinden. Zelf wist Salvador Bloemgarten de oorlog te overleven. Hij werd op zijn laatste onderduikadres in het dorp Olst bevrijd. Alleen zijn zusje en andere broer overleefden de oorlog.

Na de bange jaren ’40-’45 studeerde Bloemgarten geschiedenis bij Jan Romijn. “Ik wilde begrijpen hoe het zover had kunnen komen. Een rol speelde ook dat ik op het Vossius les kreeg van Jacques Presser, die later op de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam een van mijn boeiendste hoogleraren werd,” aldus Bloemgarten later in een interview. Voor NRC-Handelsblad en – eerder – het Algemeen Handelsblad ging hij muziekrecensies schrijven, en later werkte hij als eindredacteur bij Vrij Nederland. Ook werd hij werd docent geschiedenis en had hij sportjournalist Jack van Gelder als leerling in de klas.

Bloemgarten begon zich eveneens toe te leggen aan het schrijven van boeken. Zo was hij de samensteller van het fotoboek Joods Amsterdam in een bewogen tijd 1890-1940. En aan de UvA promoveerde hij op een biografie over de vakbondsleider Henri Polak. Voor zijn boek Hartog de Hartog Lémon, joodse revolutionair in Franse Tijd kreeg hij in 2007 de eerste Dr. Henriette Boasprijs. Zijn boeken vormen een zeer belangrijke bijdrage aan de herinnering van het vooroorlogse Joodse proletariaat van Amsterdam. “Mijn werk is eigenlijk ook een eerbetoon aan die mensen. De gemeenschap is vrijwel totaal uitgeroeid.”

Twee jaar geleden publiceerde Bloemgarten het boek Justus Swavings Wondere Bestaan, Wereldreiziger van 1784 tot 1835. Hij werkte sindsdien aan zijn memoires, met een belangrijke rol voor de Tweede Wereldoorlog, waar hij bijna klaar mee was. Helaas heeft hij dat boek niet kunnen afmaken.



 

Voer uw zoekopdracht in en druk op enter

X