Sjoa-conferentie in Parijs: veel deelnemers angstig
Onlangs hield de World Federation of Jewish Holocaust Survivors & Descendants (WFJHS&D) tachtig jaar na de Sjoa een conferentie voor overlevenden en hun nakomelingen. Plaats van samenkomst: Parijs. Onderwerp: Hoe houden we de herinnering levend? Conclusie van een deelnemer: ‘Als je ziet wat er op de straten in de Europese hoofdsteden gebeurt, ben ik bang.’
Door Sivan Behr
Veertig jaar geleden werd ik als leerling-journalist, door mijn hoofdredacteur, voor een week naar Parijs gestuurd. ‘Je spreekt toch Frans?’ Drie dagen achtereen woonde ik als het ware in een kleine donkere bioscoop, waar delen van drie uur van de negen uur durende documentairefilm Shoah werden vertoond. De Franse regisseur Claude Lanzmann had elf jaar gewerkt aan wat zijn magnum opus zou worden. Hij liet getuigen van de mechanische uitroeiing van de Joden aan het woord: overlevenden, SS’ers, meelopers, ooggetuigen, dorpelingen, buren. Ze spraken Frans, Duits, Jiddisch, Pools, Engels, Hebreeuws, Oekraïens, Russisch.
Eigen verleden
Deze talen werden ook gesproken op de onlangs in Parijs georganiseerde conferentie van de World Federation of Jewish Holocaust Survivors & Descendants (WFJHS&D). Zo’n vierhonderd deelnemers uit alle windstreken van de wereld bogen zich over hun eigen geschiedenis of die van hun familie, of die van hun mede conferentiegangers. Opnieuw ging ik naar Parijs om verslag te doen.
Theresienstadt
“Mijn vrouw en ik komen altijd naar dit soort bijeenkomsten,” vertelt Jackie Young uit Londen. Jackie werd geboren in Wenen als Jona Spiegel, 18 december 1941. Hij kwam terecht in een Joods weeshuis van waaruit hij door de nazi’s werd gedeporteerd naar Theresienstadt. Hij werd daar op 8 mei 1945 bevrijd. Retorisch: “Waarom ik hier ben? Ik ga altijd naar dit soort congressen. Het is de enige manier om lotgenoten te ontmoeten. Wat er in de oorlog met mij is gebeurd, draag ik altijd met me mee.” Hij lacht. “Gelukkig heb ik in Engeland deze schoonheid ontmoet.” Hij slaat een arm om zijn echtgenote die het geluk tijdens de Tweede Wereldoorlog ten deel viel al in Groot-Brittannië te wonen, hoewel ook sommige van haar familieleden in Midden-Europa zijn vermoord.
Workshops
Op de conferentie komen ettelijke thema’s aan bod: Het Joodse verzet in Frankrijk; Hoe is het om als LHBTIQ+’er op te groeien in een familie van overlevenden?; Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen leden van de Tweede Generatie in de diverse landen? Bij deze laatste workshop is de opkomst opvallend groot. Het DNA van oorlog en vervolging heeft zich, zoals onderzoeken van onder andere de Amerikaanse neuropsycholoog en psychiater Rachel Yehuda hebben aangetoond, in volgende generaties genesteld. De herkenning is aanzienlijk.
Een timide blonde vrouw uit Frankrijk: “Mijn vader was een Duitse Jood en heeft ondergedoken gezeten. Je kon hem niet peilen, hij was onvoorspelbaar. Hij had zomaar enorme woedeaanvallen.”
Een grote man uit Texas: “Mijn moeder, ze heeft in Auschwitz gezeten, was zo pushy. Ze accepteerde nooit een neen. Het moest altijd op haar manier. Herkent iemand dat?”
Een dove mevrouw uit Canada: “Mijn moeder verwende me als een prinsesje. Maar ze zag me niet echt. Toen ik twee jaar was kwamen ze er pas achter dat ik doof was.”

Lodz
Voorafgaand aan de conferentie is aan de deelnemers gevraagd om hun huidige woonplaats aan te geven, evenals de landen waar ouders en grootouders zijn geboren en van waaruit ze moesten vluchten. Het blijkt dat het leeuwendeel wortels in Polen heeft, met als kern Lodz, een Poolse stad waar voor de oorlog 230.000 Joden woonden, ongeveer een derde van de stadsbevolking. De Joden van Lodz werden door de nazi’s in het getto opgesloten met als eindbestemming Auschwitz. Zo ook de ouders van Tommy Ringarts, een gepensioneerde radiojournalist die bij de SVT, de Zweedse equivalent van de NOS, werkte.
Witte bussen
Tommy oogt niet Zweeds, hij mist lengte en blond haar. Zijn donkerblauwe ogen, zijn zwarte borstelige wenkbrauwen en grijze haar met donkere ondertoon passen bij zijn Midden-Europese gezicht. Hij is voorzitter van The Association of Holocaust Survivors in Zweden, in 1992 opgericht door zijn vader als reactie op de ontkenning van de Sjoa in Scandinavië.
Hoe de ouders van Tommy het kamp overleefden en elkaar in Zweden ontmoetten, is een wonderlijke samenloop van omstandigheden. Het heeft te maken met de zogenaamde witte bussen en witte schepen waardoor duizenden gevangenen – voornamelijk uit Duitse concentratiekampen – werden gered door ze met wit geschilderde bussen en schepen met een rood kruis erop naar Zweden te transporteren.
Argusogen
Tommy is nog elke dag dankbaar dat zijn ouders naar Zweden zijn gebracht, dat hij daar geboren kon worden en een machtig mooie jeugd heeft gehad. Echter tegenwoordig beziet hij met argusogen hoe de straten van Stockholm het decor zijn van pro-Gaza demonstraties, hoe er antizionistische en antisemitische leuzen worden gescandeerd, hoe onveilig de piepkleine Zweedse Joodse gemeenschap van nog geen 20.000 zielen zich voelt.
Hij benadrukt: “Ik wil ook dat de Israëlische premier Netanyahu aftreedt en dat de oorlog in Gaza stopt. Als ik in Israël ben, doe ik mee aan de demonstraties voor de vrijlating van de gijzelaars. Maar ik begrijp niet dat het Midden-Oostenconflict op deze manier overwaait naar Europese hoofdsteden. Als ik zie hoe het antisemitisme toeneemt, dan moet ik je zeggen dat het angstaanjagend is. Een andere deelnemer knikt. Die zegt: “Ik bang ben, zo bang. Waar gaat dit naartoe?”

Wellicht cynisch te concluderen dat de educatieve projecten over de Sjoa op Zweedse scholen die door de stichting van Tommy in het leven zijn geroepen weinig lijken te helpen. Andere deelnemers uit Duitsland en België beamen zijn ervaringen.
Basisonderwijs
Evenals Fanny uit Den Haag, die vloeiend Engels, Frans en Hebreeuws spreekt. Ze is tolk en vertaler. Haar Poolse moeder was voor de oorlog naar Nederland gevlucht, ging onderduiken, werd verraden en werd naar het Duitse vrouwenkamp Ravensbrück gedeporteerd; waar ze het einde van de oorlog beleefde. Fanny’s Weense vader moest omzwervingen maken langs concentratiekampen zoals Theresienstadt, Auschwitz en Bergen-Belsen. Zijn eerste echtgenote en zijn vijfjarige zoontje Harry werden vergast.
Fanny spreekt over deze persoonlijke verhalen als ze aan de hoogste klassen van het basisonderwijs de Sjoa probeert te duiden. Ze neemt het portret mee van haar vijfjarige vermoorde halfbroertje. Dat maakt indruk. Laatst kwam een jongetje naar haar toe en vroeg: “Dit is toch niet echt he?”

Fanny: ‘De kinderen hebben geen idee van de Tweede Wereldoorlog en van de Holocaust. Ze komen bijna altijd uit moslimgezinnen. Ik ben gestopt om voorlichting te geven op Haagse middelbare scholen. Daar zitten vooral moslimleerlingen: Vijftien-, zestienjarigen die helemaal niet willen luisteren, die met mij in discussie willen over Israël. Daar heb ik geen zin in. Ik kom vertellen over de Sjoa, over het lot van het Joodse volk in de oorlog. Dat interesseert ze echt niet.”
Sartre
Het is een verdrietige conclusie van de Parijse conferentie maar ‘we zullen altijd vechten tegen antisemitisme en onverdraagzaamheid’, aldus een van de grondregels van de WFJHS&D. “We proberen de herinnering aan de Sjoa levend te houden en dat is best moeilijk,” meent Max Arpels Lezer uit Amsterdam. Hij is de voorzitter van WFJHS&D en recht voor zijn raap.
“Weet je, eigenlijk hoort de educatie over de Sjoa te beginnen thuis, in de zitkamer en in de keuken. Als het hele gezin er niet bij wordt betrokken, vrees ik dat het weinig helpt.” Het geeft te denken. Was het niet de Parijse filosoof Jean Paul Sartre die al in 1946 in Reflexions sur la question Juive stelde: “Als de Jood niet bestond had de antisemiet hem uitgevonden.”

Sivan Behr is schrijfster van de roman ‘100 Jaar Familie’. Onlangs is deze roman in het Engels verschenen bij uitgeverij Austinmacauley.
Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren






