Chanoekerst, maar dan anders – column Raya Lichansky
De feestdagen liepen in 2025 voor Raya Lichansky anders dan normaal. Een flinke val zorgde ervoor dat haar arm uit de kom ging. Pijnlijk. Vervolgens moest het roer om, maar ze liet zich niet uit het veld slaan. Lees Lichansky’s column hier.
Tussen mijn jeugdfoto’s is er één die me dierbaarder is dan alle andere. Hij werd gemaakt op 25 december 1950, in mijn geboortehuis aan de Van Baerlestraat in Amsterdam. Op het beeld, in zwartwit en niet heel scherp, zit ik bij mijn moeder op schoot, naast, nee zelfs bijna ónder een enorme, weelderig versierde kerstboom.
Er wordt gezegd dat ons brein herinneringen steeds weer bijslijpt, maar voor mij mag déze toewijding en koestering nooit anders worden. Moeder was voor haar werk veel van huis, dus zulke momenten moeten echt zeldzaam zijn geweest. Het is vreemd dat ik niet kan terughalen of ik in mijn vroege zelfstandige levensjaren ooit een kerstboom had.
Boom in huis
Pas toen ik, ruim dertig jaar later, zelf kinderen kreeg, kwam er weer een boom. Een grote, met ballen, slingers, figuurtjes en stanioollametta (wie weet nog wat dat was) en ook heel veel echte kaarsjes die door de vader des huizes met een emmer water en een lap bewaakt werden. Ik wilde niets liever dan dat gevoel van toen terugbrengen om het met mijn zoons te delen.
Inmiddels zijn beiden zelf vader en hebben ze hun eigen kerstbomen, en sinds wij ons dynamisch drietal katten hebben, blijven de kerstspullen op zolder, want een kater van drie-en-eenhalf wil je toch niet tussen je antieke glazen versiering hebben…
Chanoekia’s
Bovendien hebben we nu ook plek nodig voor de chanoekia’s: de éne is een kleintje van messing, soort van art déco, gekocht op een markt in Haifa in de tijd dan ik nog nergens enig idee van had. De andere kreeg ik cadeau van een vriendin die met niks van het jodendom nog maar iets te maken wilde hebben. Zo kwam ik in het bezit van een unieke design chanoekia die me ieder jaar weer laat uitpuzzelen waar de onderdelen om de sjamasj moeten worden geplaatst.
Met vooruitziende blik had ik vorig jaar voldoende kaarsjes ingeslagen voor beide chanoekia’s. Laat het Maoz Tzur maar komen, wij waren er klaar voor. Maar het liep anders. Na een akelige smak ging tot tweemaal toe mijn rechterarm uit de kom, en werd ik veroordeeld tot zes weken rust en vooral bijna niets doen. De chanoekia’s hebben dit jaar niet gebrand, en in ons eclectische huishouden bleef ook andere seizoensgezelligheid beperkt. Ik werd er niet vrolijk van.
Andere wereld
Maar er waren wel een paar aftelmomenten in het verschiet: een dinertje bij de ene zoon met partner, en een familieweekend bij mijn zwager met de hele misjpoge. En dat bezoek zou beginnen met een rondleiding langs het productieproces van een grote staalfabriek. Zou ik het aandurven met mijn arm in mitella? Zouden er enge trappen zijn, en wel voldoende plekken om me vast te houden? Maar in een bedrijf waar veiligheid op plaats één met stip staat had ik niets te vrezen, bleek al snel.
En zo belandde ik, na drie weken van vooral binnenhuis sudderen, opeens in een andere wereld vol stoom, vuur, water, knallen, sissen en witheet staal! En opeens wist ik weer dat ik als kind dat dolgraag eens had willen zien, en nu gebeurde het! Ruim anderhalf uur hebben we, veilig boven al het geweld, onze ogen uitgekeken. Een absoluut onvergetelijke ervaring, met dank aan ons daar werkzame familielid.
Nog vol van alle indrukken passeerden we, bij het verlaten van de fabriek, een rangeerterrein met een lange trein waarvan de wagons met canvas waren afgedekt. De laatste was voorzien van het woord JEW!!! met daarnaast een oer-antisemitische afbeelding die zo van een Duitse jaren-dertigposter was overgenomen. De keiharde realiteit blijkt helaas onontkoombaar.

Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren







