Dikke pil voor wie meer inzicht wil – boekrecensie
‘Het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen’ bevat maar liefst 934 pagina’s, maar het is het ook waard, zeker als je er als – Joodse – lezer helemaal voor gaat. Dick Hage waagde zich aan het boek en deed er maanden over om het te lezen. Dat leverde zeker wat moois op: een bespreking over een volgens hem zeer waardevol en inzichtelijk boekwerk.
Elke week bestudeer ik een parasja en een haftara uit de Tanach. Op school had ik wel eens wat Bijbelverhalen gehoord en het boek van David Flusser over Jezus heb ik in de kast staan, maar nog nooit had ik het Nieuwe Testament in zijn geheel gelezen. Nu wel, want ik las ‘Het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen’ waar meer dan tachtig auteurs aan hebben gewerkt onder redactie van Amy-Jill Levine en Marc Zvi Brettler.
De Nederlandse editie van dit van oorsprong Engelstalige werk begint met een voorwoord van Rabbijn Menno ten Brink, kardinaal Jozef De Kesel en dominee René de Reuver, van telkens slechts een halve bladzijde lang. Dan volgt een verantwoording bij de Nederlandse vertaling over het gebruik van NBV21, een vernieuwde en verbeterde versie van de Nieuwe Bijbelvertaling.
Verluchtigd
Als je daarna doorleest, krijg je een kleine zeshonderd pagina’s met de tekst van het Nieuwe Testament, verluchtigd met kaarten en kaderteksten, gevolgd door circa driehonderd bladzijden met allerhande essays waarin allerlei verschillende auteurs een toelichting geven bij de teksten van het Nieuwe Testament – op drie na uit het Engels vertaald.
Bij citaten uit historische werken – zoals Tacitus en Flavius Josephus – zijn de bestaande Nederlandse vertalingen gevolgd. En om de vertaling te laten aansluiten bij de Nederlandse en Vlaamse situatie is een tweetal teksten toegevoegd, essays over de Joods-christelijke dialoog in België en Nederland. Ook is er nog een uit het Duits vertaald artikel over Maarten Luther en de Joden.
Vertrouwde wortels
Het boek heeft de bedoeling om niet-Joodse lezers te leren waarderen dat het Nieuwe Testament grotendeels voortkomt uit het hart van het Jodendom. Ook wil het dat Bijbeldeel voor Joodse lezers herkenbaarder en toegankelijker maken. Mede daarom bestaan de meeste pagina’s voor een derde uit wetenschappelijk verantwoorde voetnoten bij de oorspronkelijke tekst.
Het Nieuwe testament wordt systematisch ingeleid en toegelicht. Wat het boek dat ik heb gelezen zo bijzonder maakt, is dat de inleidingen, de kaderteksten, de voetnoten en de essays allemaal vanuit Joods perspectief zijn geschreven. Het biedt inzicht in de verschillende opvattingen die naar voren komen over de Jezus-figuur in de vier Evangeliën en in de brieven van met name Paulus. Het behandelt ook de stromingen die daarna in de Christologie zijn ontstaan.
Essentiële inzichten
Binnen het veelzijdige eerste-eeuwse Jodendom in Klein-Azië nam de Jezusbeweging diverse vormen aan. Hoewel Griekssprekende groeperingen opener waren naar de wereld en de Hebreeuws en Aramees sprekenden juist uiterst wets- en tempelgetrouw waren, was er van onderlinge concurrentie geen sprake. Ook bestond er nog geen scheiding tussen ‘christendom’ en ‘Jodendom’.
Tikoen olam
Voor volgelingen van Jezus was synagogebezoek volkomen verenigbaar met hun overtuigingen.
Het was toen ook niet belangrijk of men besneden of onbesneden was, belangrijk was dat men de geboden van God in acht nam. De profeet Jezus komt in dit boek naar voren als een Tora-getrouwe, Aramees sprekende Jood uit Galilea. Hij praktiseerde en predikte het koningschap van God op basis van de Tora als verbetering van de wereld – tikoen olam.
Voor Jezus bestond tikoen olam uit: zieken genezen, hongerigen voeden, onwetenden onderwijzen, spijtoptanten vergeven en zonder geweld optreden – zij het onder de toenmalige omstandigheden. Jezus opereerde als een charismatische volksleraar die erop uit was het gewone Joodse volk mee te krijgen. En Jezus veranderde het exclusief Joodse verbond van de Tora in een wet van Christus (1 Kor. 9:21) waarin niet-Joden waren inbegrepen.
Verschuiving
De term ‘christen’ heeft Paulus zelf ook nooit gebruikt, zo blijkt uit dit boek. Hij was een vrome Jood, had toegang tot het Griekse onderwijs en bezat het Romeinse burgerschap. Hij schreef in een tijd van grote verdeeldheid tussen een volk van boeren en ambachtslieden tegenover een elite van hogepriesters en landeigenaren. Er ontstond toen in Israël een politiek verschuivingsproces. Pas aan het einde van de vierde eeuw kwam ‘de scheiding der wegen’ in beeld: tussen kerk en synagoge.
Kanttekeningen
De inhoud van het laatste deel, de Openbaring van Johannes, verraste mij: hemelse geheimen, engelen, monsters, demonen, aardbevingen, hoeren. De vorm is compleet verschillend van de voorgaande leringen. Johannes biedt dramatische visioenen van de Eindtijd en het lijkt wel een script van een horrorfilm.
Los daarvan wordt in dit boek geregeld naar islamitische bronnen verwezen. Jammer dat daar geen essays of kaderteksten aan zijn gewijd. Joden lezen in de Tanach telkens de Sidra van de Week. Lezen christenen het Nieuwe Testament ook in een bepaald ritme? vroeg ik mij af. Het antwoord op die vraag heb ik in dit boek helaas niet kunnen vinden.
Verder bevat dit naslagwerk onder meer een tijdlijn, een chronologisch overzicht van heersers, belangrijke rabbijnen, kalenders, synoptische parallellen, de structuur van de Talmoed en de tractaten, en een woordenlijst. Alles bij elkaar genomen maakt dat ‘Het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen’ zeker tot een interreligieuze encyclopedie.
Titel: Het Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen
Onder redactie van: Amy-Jill Levine en Marc Zvi Brettler
Uitgeverij: Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
ISBN: 978-90-8912-283-4
Prijs: 65 euro
Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren






