Dé online community van Joods Nederland. 6 AdarI 5778 · 21 februari 2018
 

Swipe voor meer nieuwsberichten
Onthulling Joods monument aan Utrechtse Maliebaan

Het veelbesproken Joodse oorlogsmonument in Utrecht is sinds donderdagavond een feit. Met de onthulling afgelopen donderdagavond is er voor het eerst een officiële gedenksteen voor de 1239 Joden uit Utrecht, die in de Tweede Wereldoorlog werden vermoord. De totstandkoming daarvan is het werk van een een groep voornamelijk niet-Joodse Utrechters, die in 2012 een stichting oprichtten om “deze grote ereschuld” in te lossen.

Het monument staat bij het voormalige Maliebaanstation (het huidige Spoorwegmuseum), van waaruit de georganiseerde Jodentransporten zijn uitgevoerd. Het bestaat uit een namenwand en een standbeeld van een sjofar, een ramshoorn, op een sokkel van mannen die bijeen zijn voor een herdenkingsgebed. Beide zijn, evenals de omringende bestrating en een aantal bankjes, uitgevoerd in Jeruzalemsteen.

Onder de vele honderden aanwezigen bevonden zich naast prominenten uit de landelijke en lokale politie en de Israëlische ambassade, ook verschillende overlevenden. De kerkgenootschappen werden vertegenwoordigd door IPOR-opperrabbijn Binyomin Jacobs, rabbijn Navah-Tehila Livingstone Shmuelit van de LJG Utrecht en NIK-rabbijn Aryeh Heintz. Wim Rietkerk, voorzitter van de Stichting Joods Monument Utrecht, leidde de onthulling in.

Burgemeester Jan van Zanen prees, nadat kort daarvoor het monument formeel aan de Gemeente Utrecht was overgedragen, in zijn toespraak de initiatiefnemers om het doorzettingsvermogen dat zij hebben getoond om het monument te realiseren. Van Zanen onthulde vervolgens het monument samen met kunstenaar Amiran Djanashvili, die het grote sjofarbeeld schiep dat voor de namenwand geplaatst is.

De zusters Lonie Querido en Hadassa Hirschfeld spraken over hun moeder Betty Reichmann-Wijzenbeek, die de oorlog weliswaar overleefde, maar veel familie verloor. Hun moeder was hierdoor voor het leven getekend en was zich altijd bewust van het grote gemis dat de sjoa, de holocaust, voor haar had veroorzaakt.

In zijn toespraak riep opperrabbijn Jacobs zowel negatieve als positieve krachten in de Utrechtse oorlogsgeschiedenis in herinnering. Verraad voor zeven gulden en vijftig cent per persoon, maar ook het studentenverzet. Het NSB-hoofdkantoor aan de Maliebaan, waar ook de SS gevestigd was, maar ook de heldhaftige zusters Kohlbrugge, die om de hoek actief verzet pleegden.  Als les van de verschrikkingen, trok hij een parallel met de weerstand tegen vluchtelingen die in Nederland worden opgevangen:”Nederland moet onvoorwaardelijk openstaan voor ieder medemens in nood. Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat er onder hen elementen zijn die weigeren onze multiculturele samenleving te accepteren. Als we dat niet doen? Kijk naar de namenwand en zie het resultaat van het niet tolereren van een bepaalde groep medeburgers.”

Jacobs wees tot slot op de volledige uitroeiing van hele families, wier namen zonder het monument dreigden te worden vergeten.  “Wij zijn hier bijeen om stil te staan bij hen die op brute wijze uit hun Utrecht werden weggerukt en die nu toch nog in hun eigen Utrecht zijn vereeuwigd. Onze gedachten zijn bij hen en dan ook en juist bij hen die volledig werden uitgeroeid met hun nazaten. Niemand kent ze meer, niemand denkt nog aan ze. Alleen wij, dankzij dit monument, een paar doodstille minuten.”

(Met dank aan Ruben van Praagh.)


 

Voer uw zoekopdracht in en druk op enter

X