Quickscan Dordrecht naar geroofd Joods vastgoed voldoet niet, diepgravender onderzoek nodig
De gemeente Dordrecht heeft in 1955 een stuk grond van twee Joodse broers onteigend zonder hun erfgenamen te compenseren. Het gaat om eigendom van de broers Isidor en Felix Leviticus, die in Auschwitz werden vermoord. Dat blijkt uit onderzoek van Jan Willem Boezeman van het kennis- en documentatiecentrum Augustijnenhof. Eerder meldde de gemeente dat in de oorlogsjaren geen Joods vastgoed was geroofd.
Uit het onderzoek van Boezeman blijkt dat het stadsbestuur van Dordrecht de erfgenamen van de eigenaren van het stuk grond wel heeft gezocht, maar niet kon vinden. Hij wil dat het college van B&W experts op het gebied van de Tweede Wereldoorlog nader onderzoek laat doen naar transacties in en na de oorlog. “De gemeente roept dat er niets aan de hand is, maar dat is dus wel het geval”, zegt Boezeman in een interview met de PZC.
Quickscan
De gemeente liet een quickscan (kort onderzoek) uitvoeren naar de situatie tijdens en na de oorlog. Dat gebeurde nadat het televisieprogramma Pointer meldde dat veel gemeenten Joods onroerend goed in beslag namen en doorverkochten. Bij de presentatie van het onderzoek in Dordrecht bleek dat er uit de archieven niet is op te maken of de gemeente zich daaraan schuldig heeft gemaakt. Die archieven zijn in de loop der jaren deels vernietigd.
Het Centraal Joods Overleg (CJO) was direct al kritisch. Een quickscan is een kort en bondig onderzoek en dus geen diepgravend onderzoek. Volgens voorzitter Ronny Naftaniel is dat ontoereikend. “Er is alleen gekeken naar de Verkaufsbücher, maar er zijn bijna twee keer zoveel Joodse woningen onteigend. Bovendien is dit achter de schermen uitgevoerd, terwijl het essentieel is dat overlevenden en nabestaanden daarvan kennis kunnen nemen”, zei Naftaniel destijds.
Erfpacht
Het centrum Augustijnenhof wist dat sommige grond van omgekomen Joden in erfpacht was uitgeven. De broers Isidor en Felix Leviticus bezaten een perceel met een pakhuis. Daarvoor ontvingen ze in 1913 erfpacht voor een periode van 65 jaar. Dus tot 1978. De beide broers werden in 1942 in Auschwitz vermoord. Het pakhuis werd in 1944 gesloopt. Na die tijd was de grond niet in gebruik. Hoewel de erfpacht nog looptijd had van 23 jaar, besloot de gemeenteraad in 1955 de overeenkomst eenzijdig te beëindigen. Een van de redenen was dat de erfpacht al een aantal jaar niet was betaald.
Volgens Boezeman probeerden de erfgenamen na de oorlog het geroofde onroerend goed van de broers terug te krijgen. Van het grondbezit wisten zij toen niet. Ze ontvingen dus geen schadeloosstelling. De mogelijkheid bestaat dat dit bij meer Joodse erfpachtpercelen is gebeurd. De quickscan volstaat niet, zegt hij. “We hebben nu één voorbeeld gevonden, maar er zijn er wellicht meer.”
Lees ook:
Opmerkelijk: ‘Gemeente Dordrecht roofde in jaren ’40-’45 geen Joods vastgoed’.
De gemeente Dordrecht heeft in de Tweede Wereldoorlog geen Joods vastgoed geroofd. Dat blijkt uit een quickscan (kort onderzoek) naar de situatie van destijds. Het onderzoek werd ingesteld nadat tv-programma Pointer meldde dat vele gemeenten Joods onroerend goed in beslag hadden genomen en hebben doorverkocht. Vaak moesten overlevenden na 1945 een boete betalen en hard vechten om hun geroofde eigendommen terug te krijgen. In Dordrecht vond van dit alles dus niets plaats, een unicum.
Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren






