Tweede Kamer houdt IHRA-definitie leidend
De internationale antisemitisme-definitie (IHRA) blijft leidend voor de Nederlandse overheid waar het om Jodenhaat gaat. Dat heeft een meerderheid van de Tweede Kamer besloten. De Partij voor de Dieren (PvdD) had een motie ingediend om een streep door de IHRA-definitie te zetten, maar daar was geen meerderheid voor. Van de regeringspartijen stemde D66 voor, het CDA en de VVD tegen. Volt bekende kleur.
De International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) definitie blijft overeind. De definitie luidt: ‘Antisemitisme is een bepaalde perceptie van Joden, die zich kan uiten als haat tegen Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse individuen en/of hun eigendommen, tegen instellingen van de Joodse gemeenschap en religieuze voorzieningen’.
Geen gelijkstelling
Er is kritiek op de definitie, omdat die volgens sommigen te ver gaat wanneer kritiek op Israël overgaat in antisemitisme. Maar de IHRA-definitie stelt kritiek op Israel nooit gelijk aan antisemitisme. Hij helpt wel om antisemitische stereotypen, demonisering van Israel zoals ‘een Joods collectief’ en vergelijkingen met nazi-Duitsland te herkennen en te bestrijden.
Van tafel
In Nederland werd de IHRA in 2020 door de Tweede Kamer aangenomen als werkdefinitie voor de regering en overheid. In principe moet hiervan worden uitgegaan. Het PvdD-Kamerlid Christine Teunissen wil dat anders. In een motie eiste zij dat de definitie van tafel gaat. Volgens haar valt alle kritiek op Israël onder de vrijheid van meningsuiting, dus bijvoorbeeld ook de vergelijking van Israël met nazi-Duitsland.
Amnesty
Teunissen haalde in haar motie Amnesty International aan, de ngo die al jaren van de IHRA-definitie af wil en aanbeveelt om de VN-verklaring over de uitbanning van alle vormen van onverdraagzaamheid en discriminatie te hanteren. Veelal linkse partijen, zoals Progressief Nederland (PN), hebben de IHRA-definitie al in de ban gedaan, maar ook Forum voor Democratie (FvD) is er tegen.
Rechtse meerderheid
Bij stemming in de Tweede Kamer waren PN, D66, de SP, Volt, FvD, de Dierenpartij en DENK voor de motie van Teunissen. Samen haalden ze met hun 63 zetels geen meerderheid. De VVD, het CDA, de PVV, JA21, BBB, SGP, ChristenUnie, 50Plus, de Groep Maruszower en Mona Keijzer stemden tegen. Los van FvD heeft de rechtse meerderheid in de Kamer het voorstel verworpen.
Coalitie verdeeld
Opvallend was de splitsing van de drie regeringspartijen. Hoewel sowieso in de minderheid verdeelt het thema Israël de drie vaak. Dit keer stemde D66 voor een motie die Israël-kritisch is, een andere keer trek die partij samen met het CDA op tegen Israël. De VVD is een constantere factor: die partij staat vaak wel aan de kant van Israël en kan in het kabinet anti-Israël-maatregelen voorkomen. Dat gebeurt echter niet automatisch.
Kleur bekend
Eveneens opvallend was de steun van Volt. In Europa ligt de partij immers over dit onderwerp overhoop. Op een vergadering in Frankfurt werd de definitie vervangen voor de Jeruzalem-verklaring, die wel ruimte biedt aan antisemitische vergelijkingen met Israël. De ruzie ging vervolgens door en kwam onlangs aan het licht. Hoewel de splinterpartij zich daarover in Nederland op de vlakte hield, heeft de Tweede Kamer-fractie nu kleur bekend.
Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren






