Veni, vidi, risi – column Jonath Weinberger

Jonath Weinberger (beeld: J. Weinberger)

In deze column fileert Jonath Weinberger de tijdgeest met een wapen dat haar tegenstanders ontberen: Joodse humor. In een wereld die steeds grimmiger wordt, laat zij zien waarom lachen geen zwakte is, maar juist een vorm van verzet. ‘Wij weten als geen ander: haat bestrijd je met liefde, humor en hoop’.

Joden staan bekend om hun zelfspot en humor. Namen als Mel Brooks, Woody Allen, Jerry Seinfeld, Larry David en Sacha Baron Cohen gelden als voorbeelden van zelfrelativerende, satirische humor. Joodse humor is een vorm van overlevingsstrategie. Want hoe ga je om met de zwarte, traumatische ervaringen die ons volk is overkomen?

Joden zijn al eeuwenlang onvrijwillige ervaringsdeskundigen in overleven en de draad weer oppakken. Deze overlevingsvaardigheden worden van generatie op generatie doorgegeven: we zijn voorzichtiger en alerter, maar verliezen nooit hoop. Humor is een positieve manier om de pijn te verwerken die we collectief lijden. Ik vind het alvast een grote overwinning op allen die ons kwaad willen berokkenen.

Mensen die gevuld zijn met haat, zijn het vermogen om te lachen verloren. Wij lachen die haat juist weg.

Het is dan ook veelzeggend dat vorig jaar de Israëlische stand-up comedian, Yohai Sponder, twee weken voor zijn optreden in Boom Chicago gecanceld werd. De meeste landen in Europa geven toe aan de groeiende haat tegen Joden en Israël. Uiteindelijk vond Yohai een plek in de Schouwburg Amstelveen, waar hij in zijn performance – hoe kan het ook anders – de schandalige boycot weglachte.

Hij grapte dat hij de pro-Palestijnse activisten dankbaar was, want hij verkocht in Amstelveen meer kaarten dan oorspronkelijk in Amsterdam. Het is bovendien ironisch hoe spot met Joden online en in de media als bon ton geldt, terwijl Joodse cabaretiers van het podium worden geweerd.

Echter, de algemene indruk van Free Palestine-activisten is er een van bitterheid, woede en haat. Er vallen geen glimlachende gezichten te bespeuren, enkel een boze menigte die hatelijke slogans scandeert. In een scherp contrast zijn de pro-Israël manifestaties een baken van verbroedering, liefde en hoop.

Ik herinner mij hoe ik met mijn echtgenoot voor het eerst publiek als koppel naar zo’n manifestatie ging, en dat dit zelfs een foto in het NIW haalde met als ondertitel ‘jonge liefde’. Want wij zien liever stralende, lachende gezichten dan een cultus die haat predikt en verheerlijkt.  We zijn in de minderheid, maar we geloven in de veerkracht en overlevingsdrang van onze gemeenschap. Het Israëlische nationale volkslied heet niet bij toeval Hatikva, De hoop

Wij weten als geen ander: haat bestrijd je met liefde, humor en hoop. 

Het lijkt me daarom passend om deze column met een positieve noot af te sluiten. Net zoals de Belgische premier Bart De Wever zijn speeches graag kruidt met Latijnse citaten, eindig ik met een knipoog naar de beroemde woorden van Julius Caesar: veni, vidi, risi — ik kwam, ik zag en ik lachte.

Beeldmerk Jonet.nl.Waardeert u dit artikel?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Donatie
Betaalmethode
American Express
Discover
MasterCard
Visa
Maestro
Ondersteunde creditcards: American Express, Discover, MasterCard, Visa, Maestro
 
Kies uw betaalmethode

Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren

Categorie: |

Home » Columns en opinie » Veni, vidi, risi – column Jonath Weinberger