Ik hou van Marokkanen – column Roland Vos
Kosjere cateraar Roland Vos bracht een bezoek aan Marrakesh, een van de koningssteden in Marokko. Met enige vooroordelen ging hij er naartoe, maar uiteindelijk kwam hij zeer positief gestemd terug. In zijn column vertelt hij waarom. ‘Al met al voelde ik mij in Marokko heel erg veilig’.
Misschien denk je nu dat ik vanwege deze titel gek ben geworden en wie weet is dat ook wel zo. Maar voor je oordeelt, zal ik het uitleggen. Eind december was ik vijf dagen in Marrakesh voor een korte vakantie. Wat een stad, wat een chaos, maar ook wat een rijke cultuur en prachtige gebouwen. Ik heb er uren rondgelopen en heel veel gezien.
Regelmatig ben ik van de vaste route afgeweken en ontdekte ik andere delen van de stad. Zo heb ik plekken in de Medina [dit is het ommuurde historische centrum, RV] gezien waar bijna geen toeristen komen. Zeg maar, de rafelrandjes van de stad die Amsterdam ook bijna niet meer heeft.
Vlees en vis
Daar trof ik ambachtslieden, handelaren, door zichzelf verklaarde gidsen, sjacheraars, maar vooral veel hardwerkende mensen. Op de minder toeristische plekken wordt vlees en vis verkocht en worden kippen geslacht, uiteraard nadat je die eerst levend hebt uitgekozen. Er wordt leer gelooid, stof geweven, van alles gerepareerd en gecreëerd.
Op deze plekken keer je terug in de tijd, maar dan wel met mobieltje voor loop-navigatie en het maken van veel foto’s. Welgeteld heb ik er één Palestijnse vlag gezien, maar dat was bij een Palestijns restaurant uit 1973. Tsja, wisten ze toen veel. Verder drie Palestijnse sjaals, mogelijk van Nederlanders die dachten mee te doen of stoer te zijn.
Leerlooierij
Natuurlijk moet je niet de Medina ingaan met een aardige man die je de weg wil wijzen, want dat kost je veel geld – niet alleen voor hem maar ook voor zijn vrienden. Ik wilde naar de andere kant van de stad waar volgens Maps een rivier zou zijn, maar we kwamen bij een leerlooierij uit.
Binnen kreeg ik veel uitleg over hoe goed hun Berbers leer in tegenstelling tot dat van de Arabieren, wat volgens hen van veel mindere kwaliteit was. Na deze ongevraagde rondleiding vroeg hij om fooi en natuurlijk gaf ik dat maar toen vroeg hij ook fooi voor zijn Arabische vrienden …lief toch? Dus dat gaf ik ook maar.
Mazal
Ook heb ik de voormalige Joodse wijk bezocht. Daar at ik bij restaurant Mazal een heerlijke salade, ik bezocht onder meer een oude sjoel waar ze nu tapijten verkopen, de nog in gebruik zijnde synagoge en de Joodse begraafplaats met meer dan 20.000 graven.
Het huis van samenkomst werd bewaakt, maar dan door drie bejaarde agenten. Geen pantserwagens, opzichtige wapens, hoge hekken of wat dan ook. Naast mijn kamer in een riad [hotel, RV] stond op de gang een menora en op de souk [markt, RV] werden Joodse spullen en symbolen verkocht, met als topstuk een chanoekia met als poot een shofar [ramshoorn, RV].
Geen fatbikes
Het was echt een genot: ontspannen en genieten tussen heel aardige en beleefde Marokkanen. Zo anders dan dat we in Nederland helaas vaak gewend zijn. Verder zie je in Marokko geen jongetjes op fatbikes, maar wel veel brommertjes en scooters die haast net zo gevaarlijk doen.
Al met al voelde ik mij in Marokko heel erg veilig, gewoon op mijn gemak zeg maar en denk ik echt dat als ik een keppel had gedragen dat geen enkel probleem zou zijn geweest. Daar ik die normaal gesproken ook niet draag heb ik het maar niet geprobeerd. Misschien volgende keer.
Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren







