Inkt, bloed en liefde: een originele biografie – recensie
Leo Vroman is een van de meest vruchtbare dichters van Nederland en dat bijvoeglijk naamwoord is met opzet zo gekozen. Hij was bioloog en dichter, gebieden die hij achteloos leek te beheersen en in zijn poëzie soms moeiteloos in elkaar liet overgaan. Inkt, bloed en liefde van Atte Jongstra is niet de eerste maar waarschijnlijk wel de definitieve biografie van de dichter die aan iedere definiëring ontsnapte.
Inkt, bloed en liefde is een biografie voor de liefhebber van het werk van Vroman of voor lezers die van een bijna uitputtende neerslag van een kunstenaarsleven houden. De biografie kent bijna duizend pagina’s en 3.045 noten. Het is dan ook een diepgravende en soms ook wijdlopige biografie; niet alle passages zullen voor alle lezers interessant zijn.
Zo raakt Vroman in de jaren tachtig op een gegeven moment, als altijd dichter en wetenschapper, gebiologeerd door de zogenaamde fractals van de Pools-Amerikaanse wiskundige Benoit Mandelbrot, een interesse die resulteert in de bundel Fractaal, nou niet echt toegankelijk werk.
Ongrijpbaarheid
Wat Jongstra mooi duidelijk maakt, ook door al het lees- en graafwerk heeft gedaan, is de ongrijpbaarheid van Vromans poëzie, werk dat eigenlijk niet in enige stroming, en misschien wel tijdperk, is in te delen. Misschien is de dichter wel een surrealist vanwege zijn ‘raadselquotiënt’, al doet het werk soms weer herinneren aan de Negentigers of is experimenteel een betere omschrijving?
De meeste lezers kennen de laatste vier regels van Vrede wel, het beroemdste gedicht van Vroman: ‘Kom vanavond met verhalen – hoe de oorlog is verdwenen – en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen’. Vroman schrijft het jaren na de oorlog – in 1954 – als neerslag van de jaren die hij in Japanse gevangenschap doorbracht.
Joods gezin
Vroman werd in 1915 geboren in een geassimileerd Joods gezin in Gouda. Hij volgde de HBS en studeerde biologie in Utrecht, totdat dat door het uitbreken van de oorlog onmogelijk werd. In die jeugdjaren is er eigenlijk al een ‘complete’ Vroman: hij schrijft, dicht, tekent, schildert en maakt decors voor het studententoneel. Hij weet op tijd te ontkomen, vluchtte naar Londen en kwam in Nederlands-Indië en uiteindelijk in een aantal Jappenkampen terecht.
Nieuwsgierig
Het verblijf in de kampen doorstaat Vroman door vooral zijn eigen, bijna ongestoorde, gang te gaan. Zijn houding van afzijdigheid in de kampen dreef zijn medegevangenen soms tot wanhoop. Hij ging zijn eigen gang, bleef schrijven, dichten, tekenen en knutselen. Hij was vooral ‘nieuwsgierig’, zoals hij zelf zei. “Werkelijk toegang tot zijn innerlijk kreeg niemand. Hij leefde in zijn eigen wereld en voelde zich alleen daarin autonoom,” vertelt kampgenoot Rob Nieuwenhuys, die Vroman omschreef als ‘de onaantastbare gevangene’.
Zijn afzijdigheid, en misschien wel de afwezigheid van negatieve gevoelens over zijn jarenlange gevangenschap, wordt nog eens duidelijk als hij een vriendschappelijke correspondentie begint met een burgerbewaker van het Japanse kamp Nagaoka. In 1982 publiceert hij in Hollands Maandblad een gedicht voor zijn voormalige bewaker. ‘’Voor Kadjiyana, vriend en bewaker’.
Beatrix
Na de oorlog wordt Vroman, na zeven jaar gescheiden te zijn geweest, in de Verenigde Staten met jeugdliefde Tineke herenigd. Vanaf zijn ontmoeting met haar – in zijn studententijd -–zal zij zijn enige vrouw zijn. Voor hem geen vriendinnen, buitenvrouwen of maîtresses. Zij is het ook die Leo tot activisme aanzet, al is de dichters natuurlijke houding er een van afzijdigheid.
Dat leidt tot diverse correspondentie, niet alleen met John Kennedy (dan nog geen president), maar ook met koningin Beatrix. Hij krijgt een lintje en benadert de vorstin met zijn gebruikelijke vrijmoedigheid. Even aarzelt hij over de correcte aanhef voor een brief, maar besluit dan tot het volgende: ‘Lieve Beatrix, geliefde Koningin, nog hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag en minstens zo hartelijk bedankt’.
Joods zijn
Geïnspireerd door Tineke raakt Leo Vroman ook politiek geïnteresseerd: abortus, racisme en de atoombom, het zijn allemaal onderwerpen waarvoor hij in de pen klimt. Joods leven en Joodse doelen an sich zijn niets voor Vroman, de liefdevolle humanist. Als er op een gegeven moment in New York wordt ingebroken bij het stel, ontvangen ze een aardig briefje van een plaatselijke Joodse organisatie, maar van hulp is Leo niet gediend. ‘Het is goed om te weten dat uw organisatie beschikbaar is. Ik hoop dat de diensten niet beperkt blijven tot mensen die, in geloof of in genen, Joods zijn’.
Misschien heeft Vroman zijn houding ten opzichte van zijn eigen afkomst en zijn plek tussen de mensen het mooist verwoord in Ik Joods? Een gedicht uit 1993.
Ik Joods?
Ja Heer, hier zitten wij met halfgebakken heren
Extremen onder Joden, katholieken,
islamieten en andere geesteszieken,
en de zachtgelovige heeft niets meer te beweren.
Zo kweekt elke groep
gewonde wanden,
en zo krijgt ieder geloof verharde randen,
waar blindheid niet gezien wordt als gemis
en gepreekt wordt uit gescheurde tanden,
terwijl ik geloof dat alles heilig is.
Titel: ‘Inkt, bloed en liefde’
Auteur: Atte Jongstra
Uitgeverij: De Arbeiderspers
ISBN: 9789029553179
Prijs: 49,99 euro
Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren





