Dé online community van Joods Nederland. 30 Nisan 5777 · 26 april 2017
 

Swipe voor meer nieuwsberichten
Jacobs’ Chanoeka-toer, dag 8: Zutphen

‘Alle acht lichtjes branden! Mijn laatste dag van de Chanoeka toer 5776 en dus ook van dit Jonet Dagboek. Balans opmaken? Steeds weer schoten mij vermeldenswaardige gebeurtenissen te binnen, nadat ik mijn dagboek al had ingeleverd: tijdens één van de avonden heeft een Joodse dame, geïnspireerd door de menora, besloten om in haar testament de crematie te veranderen in een Joodse begrafenis. Ik heb een man mogen ontmoeten, die geboren was in Westerbork, zijn ouders nooit gekend heeft, is opgegroeid bij niet-Joodse pleegouders en nu voor het eerst in zijn leven aanwezig was bij een Joodse bijeenkomst. Hoe hij daar kwam? Een niet-Joodse buurman, die zijn verleden kende en die jaarlijks bij het aansteken van de menora aanwezig was, heeft hem meegenomen. Weet u hoeveel niet-Joden mij na afloop met tranen in de ogen de hand drukten om te bedanken? Hoeveel Joden zich hierdoor dan weer gesterkt weten? Een Joods echtpaar had mij aangegeven, voor de bijeenkomst, dit jaar bij hun thuis de menora uit het zicht te houden. Toen ik een paar uur later, na de bijeenkomst, langs hun huis reed, stond de menora pontificaal en duidelijk zichtbaar aan de straatkant voor het raam! Maar in onze productiemaatschappij tellen dit soort resultaten niet. Ik kan hiermee niet scoren. En toch is dit het doel van Chanoeka: het ontsteken van vlammetjes.

In Zutphen hadden we een prelude! Voorafgaand aan het aansteken van de menora met Ma’oz Tsoer en de gebruikelijke toespraak van de burgemeester en van mij, kwamen we bijeen op het plein voor de kerk om vervolgens voorzien van fakkels via de moskee bij de sjoel aan te komen. Het doel was niet om tot een religieuze eenheidsworst te komen, maar te tonen dat christenen, islamieten en Joden ook naast en met elkaar kunnen leven. Een indrukwekkende stoet die warmte en eenheid binnen diversiteit uitstraalde in de straten van Zutphen. Voorwaar een belangrijke boodschap. Alle lichtjes brandden en verlichtten de prachtige sjoel van Zutphen, die vandaag dertig jaar geleden werd ingewijd. Er was toen nog hoop op een regelmatig gebruik, een opleving van wat eens was…..En weer heb ik huiswerk meegekregen: Een zieke bellen en proberen tot steun te zijn. Een klacht over een collega rabbijn aanhoren en proberen te begrijpen. Aanhoren, luisteren, begrip tonen, vriendschap uitstralen en uiteraard even samen met de opperrabbijn op de foto! En dan een vervelend vaak terugkerend probleem. ‘Ooit heb ik u ontmoet’, vertelt ze mij, ‘bij een receptie, en u heeft toen heel goed naar mij geluisterd, u begreep mij!’. Geen idee wie ze is en geen notie van wat ik toen zou hebben moeten begrijpen. Ik pieker me suf. Probeer uit haar te halen wanneer en waar. Maar alles loopt dood. Uiteindelijke na vele pogingen om achter haar naam te komen, begrijp ik dat ze een collega-rabbijn had gesproken en wij elkaar niet gezien en niet gesproken hadden! Dit voorval deed me even denken aan een lewaja-begrafenis die ik leidde. Na afloop komt een dame mij bedanken voor mijn goede en warme toespraak: ‘Dank u wel rabbijn Vorst’. ‘Sorry’, zei ik, ‘ik ben rabbijn Jacobs’. Ze ontplofte bijna toen ze mijn naam hoorde: ‘dan heb ik nog een appeltje met u te schillen’, brulde ze. ‘Ik had gewoon rabbijn Vorst moeten blijven, dacht ik bij mezelf. Het kan geen kwaad om soms jezelf even niet te zijn’.

Rest mij om de lokale organisatoren te bedanken voor hun inzet. Ook de vele vrijwilligers die mij het stuur uit handen hebben genomen gedurende de 2.227 km. En uiteraard Jonet voor de fijne samenwerking, die ertoe heeft geleid dat het vlammetje van de menora veel verder heeft gereikt dan de locatie van de bijeenkomst. Voor velen hebben wij in de duisternis een beetje warmte en licht mogen brengen.’



 

Voer uw zoekopdracht in en druk op enter

X