Mijn opa, een dorpslegende – column Awraham Meijers

Foto van Awraham Meijers.
Foto via Facebook.

Dialect verbindt mensen en kan emoties en herinneringen een extra bijzondere plek geven. Dat blijkt uit het verhaal van columnist Awraham Meijers over zijn grootvader Aaron, die de Sjoa niet overleefde maar na de oorlog doorleefde in de Graafschapbode. Later zou dit de lijfkrant worden van Meijers.

Wat een mooie herinnering toch dat wekelijkse ritueel op de vrijdagavonden, destijds. Na het eten als de afwas ‘aan kant’ was, zocht moeder in het regionale dagblad de Graafschapbode naar de pagina waarop de column stond van Herman van Velzen. Later kwam ik erachter dat dit een alias was, want zijn werkelijke naam was Frans Roes, horlogemaker in Hengelo (Gld.).

Dezelfde taal

Mijn moeder kwam uit hetzelfde dorp, heeft hem persoonlijk gekend en sprak letterlijk dezelfde taal als Van Velzen, namelijk het algemeen beschaafd Hengelo’s. Grappig is trouwens dat de zoon van Roes mijn leraar Nederlands was op de middelbare school. Jaren later zou ik voor diezelfde Graafschapbode m’n wekelijkse stukkie schrijven. Inderdaad, wat een kleine wereld toch.

Dialect

De column van Van Velzen was in het Achterhoeks dialect geschreven, een taal die ik wel begreep, maar lezen was me nogal wat. Mijn vader, die voor de oorlog leraar was, stond er op dat ik ‘netjes Nederlands’ sprak. Dat vond ik als jochie hartstikke stom, want het was juist stoer om plat te praten. Mijn vriendjes deden het ook.

Bakzeil

Zo kan ik mij herinneren dat ik graag een spijkerbroek wilde en aan mijn moeder vroeg of ik een ‘spiekerboks’ – niet te verwarren met speaker box – mocht. “Wat zeg je, ik versta je niet,” riep mijn vader. “Alsjeblieft een spiekerboks, pappa.” Uiteindelijk haalde ik bakzeil en probeerde het met spijkerbroek, die ik een paar dagen later met mijn moeder ging kopen.

Traantje

De columns van Herman van Velzen gingen over Aorent Peppelenkamp, een gefingeerde dorpsbewoner met veel humor die er ook niet vies van was om, uiteraard goedmoedig, anderen bij de neus te nemen. Prachtige verhalen, waarbij moeder terwijl ze ons voorlas wel eens (vaak) een traantje wegpinkte. Wat ik toen nog niet begreep. In mijn herinnering hebben die verhalen jarenlang in de krant gestaan.

Opa Aaron

Later werd het mij duidelijk dat Aornt weliswaar een niet-bestaande dorpsgenoot van de columnist was, maar dat zijn inspiratiebron vooral mijn opa Aaron bleek te zijn, die veehandelaar, slachter en handelaar in koeienhuiden was. Bovendien was hij dorpsomroeper en ging zo’n drie maal per week met zijn handkar het dorp rond om op bepaalde plekken het laatste (dorps)nieuws te verkondigen. Breaking news avant la lettre, zal ik maar zeggen.

Reis

Opa Aaron had een vriend in Doetinchem, Bram Berlijn. Op een dag ging hij – deels te voet – naar zijn vriend. Kennelijk was er iets heuglijks te vieren, want hij had zijn zondagse pak aan. Een dorpsbewoner: “Aaron, wat zie je er sjiek uit, beste kerel.” Aaron: “Ja, ik ga vandaag naar Berlijn. Vandaar.” Dorpsbewoner: “Da’s een end van de deur, man. ik wens je een goeie reis. Een uur later wist het hele dorp dat Aaron helemaal naar Duitsland, naar Berlijn, ging. Van Velzen laat zijn Aorent dezelfde ‘reis’ maken.”       

Freule                                                                                      

Nou vooruit, nog eentje: Aaron/Aorent liep op een vroege ochtend langs een weiland en voor hem liep de in het dorp zeer gewaardeerde freule. Ze wist niet dat hij achter haar liep, want opeens liet zij een windje en riep: “Ha de eerste opluchting.” Even later weer hetzelfde en riep ze: “Ha, de tweede opluchting.” Op het moment dat hij haar bijna inhaalde liet ze potverdikkemme weer een windje, waarop Aaron/Aorent reageerde met: “Da’s alweer de derde opluchting, freule.”

Handkar

Inmiddels was de oorlog uitgebroken en was ik, een baby van nog geen jaar, met mijn ouders bij opa Aaron en oma Rebecca op bezoek. Opa heeft me stiekem met kinderwagen en al op zijn handkar gezet en is het dorp rondgereden om luid en duidelijk te verkondigen dat zijn eerste kleinkind bij hem en Rebecca op visite was; ‘En die kleine deugniet heeft warempel zijn ouwe lui ook nog meegenomen’.

Het was de eerste en laatste keer dat mijn grootouders en ik elkaar hebben gezien. Een half jaar later zijn Aaron en Rebecca door de nazi’s opgepakt en in Sobibor vermoord.

Beeldmerk Jonet.nl.Waardeert u dit artikel?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Donatie
Betaalmethode
American Express
Discover
MasterCard
Visa
Maestro
Ondersteunde creditcards: American Express, Discover, MasterCard, Visa, Maestro
 
Kies uw betaalmethode

Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren

Categorie: |

Home » Nieuws » Mijn opa, een dorpslegende – column Awraham Meijers