Winnaar Songfestival ‘in oorlog’ krijgt niet automatisch organisatie
De European Broadcasting Union (EBU), de organisatie die hoofdverantwoordelijk is voor het Eurovisie Songfestival, draait de duimschroeven voor Israël op het liedjesfestijn extra aan. Landen die ‘in oorlog’ zijn kunnen er voortaan niet op rekenen dat zij na winst het festival in het jaar erop automatisch mogen organiseren. Voor Israël betekent dat een tegenslag, want winnen en organiseren levert prestige en een goed pr-moment op.
De EBU maakte de nieuwe regels op woensdag bekend. Traditiegetrouw mag de winnaar van het Eurovisie Songfestival de volgende editie automatisch in eigen land organiseren. Vanaf volgend jaar vervalt deze garantie als er sprake is van een gewapend conflict of een ‘gevoelige geopolitieke situatie’’ die de veiligheid, stabiliteit of openbare orde van het winnende land in gevaar brengt.
Alternatief gastland
Wel komt er altijd een onafhankelijke beoordeling die bekijkt of de winnende omroep het festival veilig kan organiseren. Als dat niet het geval is, wijst de EBU een alternatief gastland aan. Deze vervangende omroep neemt dan alle rechten en plichten op zich en organiseert het festival volledig onder eigen vlag – dus niet namens het land dat eigenlijk had gewonnen.
Oekraïne
Met de nieuwe regel heeft EBU een officieel mechanisme in handen om het evenement te verplaatsen indien de situatie erom vraagt. In 2022 won Oekraïne het liedjesfestijn. Vanwege de grootschalige Russische invalsoorlog kon het land de organisatie niet op zich nemen, waardoor werd afgesproken dat de nummer twee, het Verenigd Koninkrijk, in 2023 het festival organiseerde namens Oekraïne.
Officiële regels
Met de nieuwe regel heeft de EBU nu een officieel mechanisme in handen die het duidelijker maakt wat er gebeuren moet als een land wint dat in oorlog is of waar de veiligheidssituatie niet kan worden gegarandeerd. Het komt erop neer dat Israël, gezien de huidige omstandigheden in het Midden-Oosten, volgend jaar bij winst in Bulgarije niet zomaar recht krijgt op de organisatie van het festival.
Terugslag
Voor Israël is dat een tegenslag, want winnen betekende voorheen niet alleen een goede pr op de avond zelf, maar ook dat het het festival mocht organiseren. En het gaat dan niet alleen om drie avonden met – volgens critici – slechte muziek, maar vooral ook om veel air time met positieve aandacht voor Israël. Naar het Eurovisie Songfestival kijken wereldwijd circa 350 miljoen mensen.
Boycots
De laatste jaren ligt de deelname van Israël onder vuur. Door de oorlog in Gaza vonden activisten en bepaalde omroepen het niet kunnen dat het land meedeed. Tijdens de laatste editie in Wenen boycotten Spanje, Nederland, Slovenië, IJsland en Ierland. De EBU stelde dat de Israëlische omroep neutraal is en kwam met strengere regels voor de jury en puntentelling. Momenteel denk omroep AVROTROS na over deelname in 2027.
Fraude?
Dat laatste had te maken met het feit dat de Israëlische regering bij de editie van 2025 achter de schermen actief bleek te hebben ingezet op meer punten voor het Israëlische liedje. Ook scoorde Israël tijdens de televoting in 2024, 2025 en 2026 opvallend hoog bij het publiek. Er werd gespeculeerd of er gefraudeerd zou zijn. Dit jaar werd Israël nipt tweede achter Bulgarije, dat volgend jaar het festival in Burgas organiseert.
Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren






