Dé online community van Joods Nederland. 5 Tishri 5778 · 25 september 2017
 

Swipe voor meer nieuwsberichten
Deel dit bericht op
facebook of twitter




Meer uit categorie
Muziek





Gerelateerd
Opnamen liederen Sjoa eindelijk te horen

Tijdens de Sjoa zongen Joden liederen van verzet en geloof waaraan zij steun ontleenden in hun onbeschrijfelijke omstandigheden. En nu is een verloren gewaande opname uit 1946 gevonden die licht werpt op het ‘leven’ in de getto’s en de concentratiekampen.

Kort na de Tweede Wereldoorlog reisde David Boder, een in Letland geboren trauma-psycholoog, vanuit de Verenigde Staten naar Europa om interviews op te nemen met overlevenden van de Sjoa. Boder wilde de geestestoestand proberen te begrijpen van mensen die deze verschrikkingen hadden overleefd. Aan het begin van zijn interviews vroeg hij mensen vaak om iets te zingen, een manier om hen te ontspannen. De opnamen bleven bewaard na de dood van Boder in 1961.

In 1967 werd een deel van Boder’s archief geschonken aan het Cumming Centrum voor de Geschiedenis van de Psychologie aan de Universiteit van Akron in Ohio. Een deel bestond uit opnamen van interviews met overlevenden. De banden konden echter niet worden afgeluisterd omdat de opnameapparatuur die Boder had gebruikt inmiddels zo sterk was verouderd dat er geen apparaten meer waren die deze banden konden afspelen.

Maar een jaar of drie geleden besloot een audio-specialist van het Cummings Centrum de uitdaging aan te gaan. Hij kocht oude, niet meer werkende recorders en bouwde een geheel nieuwe. Met allerlei technische ingrepen konden de banden eindelijk worden beluisterd. Maar door het achtergrondgezoem waren de opnamen nauwelijks te horen. Na raadpleging van een ingenieur elektrotechniek werd een speciale legering van metalen gebruikt om de magneten die het gezoem veroorzaakten af te schermen.

Jon Endres, een media specialist aan het Cummings Centrum, was de eerste die het zingen hoorde. Hij was bezig met het digitaliseren van een van de opnamen toen hij hoorde zingen. Vervolgens hoorde hij de stem van Boder die de locatie aankondigde: een vluchtelingenkamp in Henonville, Frankrijk. Voordat zij over haar ervaringen vertelt, zingt de geïnterviewde vrouw liederen die haar door de verschrikkingen hadden geholpen.

De zingende vrouw was Gita Frank, een Poolse Jodin die vier jaar lang van het ene naar het andere getto was gevlucht met haar gezin. Haar ouders en broers en zusters kwamen om, en zij zelf en een zuster kwamen uiteindelijk terecht in een dwangarbeiderskamp by Czestochowa in Polen waar munitie werd gemaakt.

Het eerste lied dat hieronder te horen is, Undzer Shtetl Brent, is van de bekende dichter en componist Mordechai Gebirtig uit Krakau. Het gaat over omstanders die een dorp zien branden, maar niets doen. Het werd net voor de oorlog geschreven. Maar de versie die Frank zingt, is iets anders. In plaats van ‘shtetl’ zingt zij ‘het Joodse volk brandt’. In de opname vertelt Frank aan Boder dat de dochter van de componist het lied zong in een kelder in het getto van Krakau om mensen te inspireren in verzet te komen tegen de Duitsers.

Het tweede lied dat Frank zingt, was het officiële lied van het werkkamp waar zij gevangen zat. De kampcommandanten wilden graag dat de gevangenen zulke liederen zongen tijdens het werk. De tekst was al lang bekend, maar de melodie niet.

Undzer Shtetl Brent – Gita Frank

Unser Lager Steht am Waldrand – Gita Frank



 

Voer uw zoekopdracht in en druk op enter

X