Dé online community van Joods Nederland. 28 Elul 5777 · 19 september 2017
 

Swipe voor meer nieuwsberichten
Jij bent mijn vijand. Ik ben jou – column Tomer Pawlicki

‘Sinds kort maak ik deel uit van Mo & Moos. Een platform van islamitische en Joodse young professionals die zich inzetten voor sociale verbinding in de Amsterdam.
Een idee dat in snelstroom kwam na de broeierige zomer van 2014 door de meest recente Israël-Gaza conflict.

In Amsterdam gebeurde iets wonderlijks. Het conflict, dat zich afspeelde op 3.396 kilometer afstand, verplaatste zich naar de Nederlandse hoofdstad. Gelukkig vielen er geen bommen. Maar de spanning was te snijden. Dat was gewoonweg voelbaar. Iedereen leek een kant te kiezen. Mensen voelden zich onveilig. Religieuze instellingen werden scherper beveiligd.
Ik zag veel “online” vrienden die anti-Israël, anti-Palestijnen, pro-Israël, pro-Palestijnen, anti-zionisten, pro-Hamas, anti-islam, anti-Joods en vooral pro-mijn mening doet er toe-artikelen plaatsen op Facebook.
Alle nuance leek verdwenen. Iedereen had een felle mening. Iedereen was boos. Iedereen was bang.

Voor het eerst overspoelde me een gevoel van angst. Waarom was iedereen zo godverdomme radicaal?
Dit conflict roept nu eenmaal veel emoties op bij iedereen. Ik kan ingaan op het hoe en waarom. Dat doe ik niet. Maar waarom spuit iedereen zo veel woede? Terwijl geen van al deze mensen zich werkelijk bevonden op de plek des onheils. En waarom voel ik een kloof ontstaan in de stad waar ik woon?

Het werd tijd om te praten met elkaar. Dat was nodig. Dat is nodig.
Een diverse groep Joden en moslims uit Amsterdam werd uitgekozen door Chantal Suissa-Runne en Taoufik ben Yahia. Er waren wel voorwaarden. Open staan voor elkaar. Gesprekken met elkaar aangaan. Elkaar leren kennen. Niet elkaar in de haren vliegen. Vertrouwen winnen.

Ik herinner me een oefening. Er werd een binnen- en buitenkring gecreëerd. We stonden tegenover elkaar. Ieder persoon kreeg vijftig seconden om te praten. Als de vijftig seconden om waren was het iemand anders zijn of haar beurt. Daarna draaide de buitenste cirkel met de klok mee. Zo stond je steeds tegenover iemand anders.
De trainers stelden vragen. Een van die vragen was “Waar zie je jezelf over vijf jaar”.
Ik stond tegenover Wissem, een orthodoxe moslim.
Wissem: “Hopelijk een nieuwe baan, wel in het onderwijs, dat vind ik leuk. Een nieuw huis, en misschien willen we nog een kind.”

Ik betrapte mezelf. Na zijn antwoord was ik opgelucht.
Een huis, kinderen, leukere baan, etcetera. Hij was op zoek naar een beter leven. Zoals wij dat eigenlijk allemaal doen. Hij was mij en ik was hem.
En toen besefte ik dat ook ik was beïnvloed. Ook ik was vergiftigd geraakt door dat conflict. Ook ik was bang geworden voor de islam. Terwijl ik claimde dat niet te zijn.
En nu ik tegenover iemand sta die simpelweg vertelt waar die gelukkig van wordt, kan ik mijn angst los laten.
Ik voel me heel klein.

Op het toneel bestaat er een wet. Hoe verder je uit elkaar staat, hoe voelbaarder de spanning is voor het publiek. Als je naar elkaar toeloopt lost de spanning zich op.
En nu terwijl wij dicht bij elkaar stonden gebeurde dat ook. Puur op basis van een klein element uit een persoonlijk gesprek.
We zijn een anderhalf jaar verder. Realiserend dat wij ook maar mensen zijn met angsten en vooroordelen. En door die te benoemen, overwinnen we ze.
Als Joden en moslims die elkaar als mensen zien. Wij zijn geen vijanden. Wij zijn elkaar.’



 

Voer uw zoekopdracht in en druk op enter

X