Codetaal – column Boris Dittrich

Boris Dittrich

Het is anno 2025 moeilijk om openlijk over een Joodse bijeenkomst te praten, zo werd Boris Dittrich onlangs in de trein tussen Amsterdam en Den Haag duidelijk. Ook openlijk praten over Israël is moeilijk. In zijn column schrijft hij erover.

Op uitnodiging van het Centraal Joods Overleg (CJO) ging ik naar de Rosj Hasjana-receptie in Den Haag. Het was mooi weer en dus besloot ik naar station Zuid in Amsterdam te lopen om daar de trein te nemen. Een simpele wandeling door de straten van Amsterdam kan gevaarlijk zijn. Stoeptegels steken uit, soms door boomwortels omhooggedrukt.

Soms is de ondergrond onder de tegels weg en als je er op stapt, wipt de tegel omhoog. Als het daarvoor geregend heeft, grote kans dat je schoen en broekspijp met modder wordt bespat. En dat gebeurde me dus op de Beethovenstraat. Terwijl ik opzij keek, wipte een stoeptegel omhoog, en prompt lag ik languit op het trottoir. Gauw opstaan, zodat niemand me hier ziet liggen, schoot het door me heen.

Met mijn hand zette ik me af om overeind te komen en zag toen de Stolperstein. De dramatische datum waarop de persoon naar Auschwitz was afgevoerd, liet even een afdruk achter in mijn hand. ‘Struikelsteen’ is de Nederlandse vertaling, maar in dit geval was de gewone Amsterdamse stoeptegel ernaast de boosdoener. Ik klopte de broek van mijn pak af en zag de modder op mijn gepoetste zwarte schoenen.

Enfin, snel doorlopen naar het station, want als ik de trein zou missen, zou ik het begin van de nieuwjaarsbijeenkomst niet halen. De naam van degene die vermoord was in 1943 liet me niet meer los.

Gangpad

Ondanks dat het spitsuur was, had de NS een korte trein ingezet. Algauw waren alle plaatsen bezet en stonden er ook passagiers in het gangpad. Naast me was een man komen zitten. Ik zag hem naar mijn schoen en broekspijp kijken, even maar, maar net lang genoeg om me te laten weten dat hij het had opgemerkt. Ik deed mijn mond open om uitleg te geven, maar op dat moment ontdekte hij een bekende die schuin tegenover hem aan de andere kant van het gangpad zat.

“Wat leuk je te zien! Ga je ook naar….. je weet wel?”

Het was verder stil in de trein, de meeste passagiers tuurden op hun mobiele telefoon. Sommigen keken op en luisterden mee met het gesprek dat zich ontspon. “Ja, ik wil dit jaar mijn gezicht laten zien. Belangrijk om ons er niet onder te laten krijgen,” antwoordde ze.

“Zeker. Maar vrolijk word je niet van het nieuws.”

“Nee, ik sla het over. Ik werd er depressief van. Elke dag doet ie wel iets waardoor je denkt: moet dat nou, helpt dat?”

“Vanwege mijn werk moet ik het allemaal volgen, maar ik begrijp wat je bedoelt,” zei hij.

“Ga je nog naar ….?” Hier haperde ze even. “…. dat land binnenkort?”

“Dat wil ik wel. Heb de familie al een tijd niet gezien. Maar vliegt de KLM alweer?”

“Geen idee. Maar die andere wel.”

“Het moet wel een raar gevoel zijn om daar in de stad op een terras te zitten, wetend wat er verderop gebeurt.”

“Snap ik. Wij waren er een paar maanden geleden. Eigenlijk merk je niet zo veel van de situatie, het leven gaat gewoon door. Maar af en toe, met name ’s nachts, je weet wel wat er kan gebeuren. Dat is wel een heel gedoe. En mensen hebben het er natuurlijk wel de hele tijd over,” keek ze mij met bezorgde blik aan.

“Met mijn zus heb ik afgesproken het onderwerp te mijden. We zijn het niet eens en er komt alleen maar ruzie van als we de dingen bespreken.”

“O nee,” riep de vrouw opeens. Iedereen keek op. “Ik ben mijn paspoort vergeten. Zou ik er wel in komen? Ik hoorde dat ze bij de deur extra streng zijn.” Ze keek verschrikt op van haar handtas. Haar blik viel op mijn schoen en broekspijp. Beschaamd trok ik mijn voet naar achteren.

“Vast wel. Probeer het gewoon. Weet jij eigenlijk hoe we er moeten komen?” vroeg hij.

“Het zou maar een paar minuten lopen zijn, ik kijk wel even op mijn telefoon.”

De trein reed Den Haag Centraal binnen en we stonden op. Andere passagiers wurmden zich tussen ons in het gangpad, ik kon ze niet meer aanspreken om de weg te wijzen. Toen we uitstapten, liepen voor ons een paar Joodse mannen in het zwart met hoed op naar de uitgang van het perron.

De vrouw knikte naar haar medepassagier en borg haar telefoon op.

“We vinden het wel,” sprak ze met herwonnen zelfvertrouwen.

Beeldmerk Jonet.nl.Waardeert u dit artikel?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Donatie
Betaalmethode
American Express
Discover
MasterCard
Visa
Maestro
Ondersteunde creditcards: American Express, Discover, MasterCard, Visa, Maestro
 
Kies uw betaalmethode

Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren

Categorie: |

Home » Columns en opinie » Codetaal – column Boris Dittrich