Even dimmen – column Boris Dittrich
Met de zoveelste Tweede Kamerverkiezingen voor de deur houdt Boris Dittrich zijn hart vast, met name voor het taalgebruik van de politici. Van links tot rechts lijkt onbehoorlijk, beledigend en ‘op de man’ taalgebruik gewoon geworden. Hij heeft raad voor de politici die zich op 29 oktober bij de nieuwe verkiezingen verkiesbaar stellen.
Woorden die politici spreken, hebben impact. Woorden kunnen als een wapen worden gebruikt, als een drone in oorlogsgebied. Op sociale media worden ze verspreid en vergroot. Met als gevolg dreigementen en persoonsbeveiliging. Toen Kadhija Arib in 2016 door de Tweede Kamer tot voorzitter werd gekozen, zei ze:
“Alles wat wij in dit huis aan gedrag etaleren wordt gezien door burgers. Alle camera’s zijn op ons gericht, of we nu aan het twitteren zijn of elkaar voor van alles en nog wat uitmaken. Dat is het aanzien van de Kamer. Wij hebben allemaal een verantwoordelijkheid om dat aanzien goed over te laten komen. Daar speelt taalgebruik een belangrijke rol bij.”
Wijze woorden, er is helaas niet echt naar gehandeld. In Nederland spant Geert Wilders de kroon met ruwe tweets en uitspraken. Eerder werd hij tot en met de Hoge Raad veroordeeld voor groepsbelediging naar aanleiding van zijn toespraak waarin hij zijn PVV-publiek ‘Minder Marokkanen’ liet scanderen en eraan toevoegde dat hij dat wel eens even zou regelen.
Vogelaar
Ook tegen andere politici en instituties is Wilders grof in de mond. De Tweede Kamer noemde hij in 2015 een nepparlement. “Dit nepparlement, want dat is het: een nepparlement!” PvdA-minister Ella Vogelaar noemde hij ‘knettergek’. Of tegen Alexander Pechtold van D66: “Wat een zielig, miezerig en hypocriet mannetje bent u toch, mijnheer Pechtold.” De toenmalige fractievoorzitter van de PvdA, Job Cohen, noemde hij ‘de bedrijfspoedel van Rutte I’. Beledigingen te over.
Knesset
Verruwing van het taalgebruik met de bedoeling om vijandbeelden te introduceren en de politieke opponent te kleineren en uit te schakelen is een wereldwijd fenomeen. Neem nu de Knesset. Het Likud Knesset-lid, en voormalig minister van Onderwijs, Galit Distel-Atbaryan, had anderhalf jaar geleden nog haar excuses aangeboden voor het zaaien van haat en verdeeldheid.
Hond
Ze zou het nooit meer doen, maar afgelopen week kwam haar ware aard toch weer boven. “Als je een Bar Mitswa hebt voor je hond, dan kom ik,” riep ze tegen een Knessetlid van de Arbeiderspartij, rabbijn bij de liberaal Joodse gemeente. Ze zat de hoorzitting in de Knesset voor en sommeerde de beveiligers omineus: “Breng deze liberale Jood naar buiten. De Joden hier willen doorgaan met hun vergadering.”
Harris
Aan de andere kant van de plas gaat het ook rap bergafwaarts. President Trump beledigde zijn Democratische tegenkandidaat Kamala Harris in 2024. Hij zei: “Harris liegt. Eerlijk gezegd denk ik dat ze zo geboren is. Ze is geestelijk gehandicapt. Er is een steekje los bij Kamala, ik weet alleen niet wat het is, maar er is absoluut iets mis bij haar … En dan die lach van haar. Het is de lach van een gek. Ik zeg het u. Ze is zo gek als een deur.”
En in een andere toespraak over Harris: “Ze heeft een laag IQ. Ze is dom. Zou ze drinken? Gebruikt ze drugs?” En alsof dat niet genoeg was, noemde hij haar ‘zwak, zo dom als een steen en lui’. Zijn opmerkingen over de vorige president van de Verenigde Staten, Joe Biden, zijn van hetzelfde laag allooi en laat ik maar even ongenoemd.
Marijnissen
De normen zijn verschoven. Wat vroeger ongehoord was, is nu normaal. In 1997 raakte de toenmalige fractievoorzitter van de SP, Jan Marijnissen, geïrriteerd toen waarnemend voorzitter Frans Weisglas hem in de Tweede Kamer kort wilde houden. Marijnissen zei bij de interruptiemicrofoon: “Even dimmen.” Een geschokte Weisglas vroeg hem die woorden terug te nemen.
Marijnissen weigerde. Weisglas stamelde: ‘waarvan akte’ en het debat ging verder. Indertijd werd dit moment als een dieptepunt in de parlementaire omgangsvormen in Nederland beschreven. In de wandelgangen van de Tweede Kamer ging het gesprek nergens anders meer over. Marijnissen kapitaliseerde het voorval door snel erna een boek te publiceren dat hij ‘Effe dimmen’ noemde.
Antisemitisme
Hoe onschuldig zijn deze woorden anno 2025. Na de val van het kabinet Schoof zijn we pardoes in een verkiezingscampagne beland, de zoveelste. Ik hoop dat de lijsttrekkers zich in de campagne richten op echte oplossingen voor de problemen waar Nederland al jaren mee te maken heeft. Stikstof, woningbouw, migratieproblemen, antisemitisme, slecht onderwijs, gebrekkige veiligheid en gezondheidszorg, regeldruk, etcetera.
Doorbreek de stilstand en zoek samenwerking met elkaar op om het land vooruit te helpen. En mochten de lijsttrekkers in de verleiding komen op de persoon te gaan spelen, dan zeg ik: “Even dimmen.”
Deze column is mede mogelijk gemaakt door Stichting Maror.
Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren








