Tijdreis – column Raya Lichansky
Onlangs kreeg columniste Raya Lichansky een flash back naar 1995. Dertig jaar geleden deed ze persoonlijke ontdekkingen in Israël. Daar blikt zij op terug. Het zorgt voor een column die als een tijdreis leest. En hoeveel Lichansky’s wonen er in het Beloofde Land?
Ik mag van mezelf al een tijdje geen kookboeken meer aanschaffen, maar voor het geweldige auberginekookboek Ode van Jigal Krant moest wel een uitzondering gemaakt worden. En daarmee kwam ik onbedoeld terecht in een tijdreis die me terugbracht naar het voorjaar van 1995.
Toendertijd nodigde Near East Tours, het reisbureau van El Al, me uit om een Israël-reis met een culinair thema te begeleiden. Dat de directeur mijn naam kende, was op zich niet zo gek – ik was in die tijd vrijwel dagelijks te zien als tv-chef van RTL4. “Maar ik ken je naam van de radio in Israël!” Dat dat niet kon omdat ik nog nooit in Israël was geweest, wilde er bij hem niet in.
Het Beloofde Land
Het maakte voor hem ook niets uit: met een tiendaagse kennismakingsreis zou ik het prima redden. En zo vloog ik eind november 1995 met een groepje reisbureaumedewerksters naar het Beloofde Land. Of ik nog op familiebezoek ging, vroeg de manager van kibboets Nachsjoliem, nadat ze had geïnformeerd of we last hadden gehad van de aardbeving van de afgelopen nacht. Op beide vragen antwoordde ik ontkennend.
En hoezo familiebezoek? “Lichansky is a household name in Israël,” zei ze, en weigerde aan te nemen dat ik dat niet wist. Die reactie op mijn achternaam zou ik nog een aantal malen horen bij het inchecken in de kiboetshotels waar we overnachtten, en telkens weer was ik verbaasd. De reis eindigde in Eilat, en ook daar ging het weer over mijn naam. In het vliegtuig terug naar huis wist ik zeker dat ik in dat prachtige land iets had uit te zoeken.
ANU
Terug in Amsterdam nam ik privéles Hebreeuws en reisde, gewapend met een zeer beperkte kennis van de taal, ik in mei 1996 opnieuw naar Israël, op jacht naar familieleden. Na in een telefoonboek één Lichansky te hebben gevonden, zocht ik verder in Beit Hatfutsot-Dorot in Tel Aviv – tegenwoordig heet dat ANU [Museum van het Joodse Volk, RL.] en kreeg daar hulp van een vriendelijke dame die in Haifa een Yaakov Lichansky bleek te kennen. Ik kreeg zijn telefoonnummer en adres en het advies om contact op te nemen.
Gevoelige huid
De dag van de ontmoeting nam ik de bus naar Haifa en een taxi naar het opgegeven adres, waar ik werd ontvangen door een man op leeftijd, die me omhelsde als een lang verloren gewaand familielid. “Je moet oppassen met de zon,” zei hij, terwijl hij mijn roodverbrande gezicht – het gevolg van een wandeling van Tel Aviv naar Jafo en terug – bestudeerde. “Wij Lichansky’s hebben een gevoelige huid.”
Het leed voor hem geen twijfel dat we aan elkaar verwant waren en gaf me een fotokopie van een artikel uit een Britse krant over Lichansky’s die onder de naam Harris in Manchester waren neergestreken. Daarna vertelde hij dat hij die zomer ter gelegenheid van drieduizend jaar Jeroesjalajiem een maaltijd had gemaakt met uitsluitend producten uit de tijd van koning David. Zijn fascinatie voor voedsel dat al zoveel jaar bestond ging zo ver dat hij er al jaren allerlei nieuwe toepassingen voor bedacht die hij vervolgens in potten en flessen bewaarde.
Aubergine-boek
Bij het afscheid kreeg ik een door hem geschreven kookboek over aubergines. Op de titelpagina schreef hij To Raya Lishanski for the first meeting as a part of our tribe. Love Yaacov Lishansky Haifa 28/5/’96 – Aan Raya Lishanski voor de eerste ontmoeting als lid van onze stam. Liefs, Yaacov Lishansky, Haifa, 28/5/’96.
Pas vele jaren later zou die vanzelfsprekendheid overgaan in mijn onstuitbare nieuwsgierigheid naar de Lichansky’s. En wat weet ik eigenlijk van Yaakov?

Waardeert u dit artikel?
Doneer hier dan een klein bedrag. Jonet.nl is een journalistiek platform dat zonder giften niet kan bestaan. Wij danken u bij voorbaat.
Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren







