Dé online community van Joods Nederland. 5 Tishri 5778 · 25 september 2017
 

Swipe voor meer nieuwsberichten
Deel dit bericht op
facebook of twitter




Meer uit categorie
Achtergrond





Gerelateerd
Bijzondere vondst in kistje te Amsterdam-Zuid

‘De kruipruimte van het huis aan de Stadionkade in Amsterdam-Zuid is donker, ligt vol gruis en is niet meer dan een halve meter hoog. Getooid met een lamp wurmt elektricien Guus Braam zich langs rioolbuizen en leidingen en door openingen van amper 25 centimeter om te laten zien waar het kistje zat. Aan de achterkant van het huis houdt hij stil. “Hier, achter deze balk, zag ik ineens een stuk krantenpapier. In dit nisje bij de ventilatiegaten zat het verstopt”, wijst Braam aan. “Ik dacht meteen: Dat moet iets met de oorlog te maken hebben.”

Het kistje zat gewikkeld in een krant en een getuigschrift van de Talmud Tora Schule uit Hamburg. Nadat een slotenmaker het had weten te openen, kwamen er onder meer getuigschriften, brieven, geld en een schoolrapport tevoorschijn van de 19-jarige Joodse jongen Peter Redlich, geboren in 1922. Braam en de bewoner van het huis brachten het naar het Joods Historisch Museum, waar onderzoeker Peter Buijs zich over de documenten ontfermde. Buijs: “Het bleek een spectaculaire vondst, temeer daar er ook een glasnegatief bij zat. Aan de hand van de documenten kwam een beeld naar voren van deze jongen en het drama van zijn familie. Peter Redlich kreeg een gezicht.”

Grote plichtsvervulling
De Duits-Joodse familie Redlich, ouders en twee kinderen, was in 1938 vanuit Hamburg naar Amsterdam gevlucht. Peters vader, Fritz Redlich, was eigenaar van regenjassenfabriek Rera. In Amsterdam ging Peter voor een overgangscursus naar een voorbereidingsschool voor kinderen van vreemde nationaliteiten, de Deurlooschool. Op zijn rapport staan achten voor rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis en de opmerking: ‘Peter heeft zich doen kennen als een ernstige vlijtige leerling die met grote plichtsvervulling zijn werk heeft opgevat.’

Die ijver is ook te zien in de boekhouding die Peter nauwgezet van al zijn uitgaven bijhield. Op boekhoudpapier noteerde hij, in het Nederlands, zijn wekelijkse loon van 3,97 gulden en te betalen maandelijkse schoolgeld. Hij ging naar de film, kocht een Schepenboek, sporthemd, een cadeau voor Mutti (potlood), cadeau voor Vati (vuuraansteker) en een snoepje voor 10 cent.

Van Schoorl naar Mauthausen
“Hij had ook een boot gekocht, die hij keurig afbetaalde à 10,10 gulden per maand,” zegt Buijs. Op 11 juni 1941 werd Peter Redlich tijdens een razzia opgepakt en met 310 mannen naar kamp Schoorl overgebracht. De razzia was een represaille voor een bomaanslag op een villa aan de Bernard Zweerskade, waar Duitse officieren woonden. In het kistje zit een brief van Peter van 23 juni 1941 aan zijn ouders, waarin hij schrijft dat het hem goed gaat en dat hij zijn overall nog niet nodig heeft.

Lang bleef hij niet in Schoorl. De briefkaart die zijn ouders naar hun zoon stuurden, kwam onbestelbaar retour. Peter kwam op 1 juli in concentratiekamp Mauthausen aan, zo vernamen zijn ouders via een standaardbriefkaart. Een maand later stuurde Peter nog een brief uit Mauthausen. ‘Mir geht es gut und Ihr braucht Euch keine Sorgen zu machen.’ Het plichtsbesef waarover zijn leraren repten, komt in deze brief naar voren. Peter maande zijn broertje om het geld voor zijn geliefde boot wel te betalen. Deze brief is het laatste levensteken. Peter Redlich werd op 13 september 1941 vermoord. Het bedrijf waar Peter voor werkte, Asscher Interieurs, stuurde in november 1941 het loon van drie maanden naar de familie en drong erop aan dat zij dit geld aannamen ter nagedachtenis aan hun omgekomen zoon.

Emigratie naar Amerika
In het kistje zitten ook vier registratiebewijzen van een aanvraag voor emigratie naar Amerika. Uit een aanvraagformulier van latere datum blijkt dat ze weten dat hun zoon Peter is gestorven. Dit formulier is het meest recente document in het kleine archief. Peters ouders en broertje Günther zouden de oorlog ook niet overleven, zo blijkt uit het kaartsysteem van de Joodse Raad. In januari 1944 kwamen Peters ouders in Westerbork terecht. Op de kaart staat een S (Strafgeval), wat er vermoedelijk op wijst dat het gezin zat ondergedoken en is verraden. Op 11 februari 1944 zijn Peters ouders in Auschwitz vergast. Zijn broer Günther leefde iets langer. Hij kwam in juni 1944 ergens in Midden-Europa om het leven.’

Bron: Het Parool



 

Voer uw zoekopdracht in en druk op enter

X