Dé online community van Joods Nederland. 1 Kislev 5778 · 19 november 2017
 

Swipe voor meer nieuwsberichten
Cohen legt Stolpersteine voor vermoorde grootouders

Oud-burgemeester Job Cohen van Amsterdam legt maandagmiddag zelf een stel Stolpersteine voor zijn grootouders die in de Tweede Wereldoorlog zijn afgevoerd en vermoord. De ceremonie, die de familie Cohen zelf heeft georganiseerd, is bij sommige Nederlandse Joden omstreden. De grootvader van de oud-politicus was immers voorzitter van de Joodsche Raad, die door de Duitse bezetter werd opgericht voor het registreren van de Joden. De stenen worden gelegd in de Rozenburglaan te Rotterdam.

Het gaat om Hendrik Cohen en Flora Cohen-Polak. Beiden werden vermoord in het Duitse concentratiekamp Bergen-Belsen. Dat gebeurde begin 1945. Ze waren 65 en 59 jaar oud. Kleinzoon Job Cohen opperde eerder dit jaar tijdens een familiereünie om de steen te leggen. “Ik vroeg mijn broer Floris of hij het laten leggen van Stolpersteine voor onze grootouders ook geen prachtig idee vond. Binnen de kortste keren had nicht Tootje Polak uitgevist hoe en waar de gedenkstenen moesten worden aangevraagd. Alvorens de daad bij het woord te voegen, belde ik de huidige bewoners van Rozenburglaan 100. Die vonden het geen enkel probleem,” zegt Cohen in NRC-Handelsblad.

Maandag is Cohen met een aantal familieleden in de Maasstad. Zelf zal hij niet op de voorgrond treden. “Mijn broer, een historicus, houdt een toespraak waarin hij heden en verleden verbindt, de verschrikkingen van de oorlog belicht maar ook zijn angst dat elementen daarvan weer terugkeren. Neef Remmert spreekt over Bergen-Belsen.” Bij Cohen was tot onlangs weinig over zijn opa en oma bekend. “Er waren mij drie dingen bekend: dat ze in Rotterdam woonden, dat mijn grootvader apotheker was én lid van de Joodsche Raad.” Cohens medewerking aan het NTR-programma ‘Verborgen Verleden’ bracht daar verandering in. Tijdens dit onderzoek naar zijn familieverleden ontdekte hij dat zijn grootvader voorzitter was van de Joodsche Raad.

“Dat hij werd geconfronteerd met mensen die zeiden: Je wordt misbruikt,” aldus Cohen. “Dat hij desondanks doorging. Heel confronterend. Mijn reactie was dat hij als ‘burgemeester in oorlogstijd’ zal hebben gedacht: laat ik maar doen wat de bezetter zegt. Gelukkig speelde de Joodsche Raad in Rotterdam een minder treurige rol dan die in Amsterdam. Zo waren er banden met de illegaliteit over ondergedoken Joden.” Hendrik Cohen bleef voorzitter van de Joodsche Raad tot zijn deportatie naar Westerbork. Zijn vrouw Flora moest ook mee, terwijl zonen Dolf (1913, Cohens vader) en Ernst (1916) konden onderduiken.

Niet alleen ontdekte Cohen wat zijn grootvader in de Joodsche Raad had gedaan. “Hij zat in allerlei commissies en besturen in Joods Rotterdam. Toen herkende ik opeens mijn grootvader in mijn vader en in mezelf. Naast apotheker was mijn grootvader privaatdocent in de geschiedenis van de farmacie aan de universiteit van Leiden. Die academische, wetenschappelijke rol beviel hem meer dan de bestuurlijke. Mijn vader was hoogleraar aan dezelfde universiteit maar vond zichzelf een mislukking als wetenschapper. Hij beleefde de meeste lol aan bestuurlijke functies. Ik vind mezelf ook geen goede wetenschapper en hou eveneens meer van de bestuurlijke kant.”

Voordat het plaatsen van de stenen vandaag plaatsvindt, is Cohen aanwezig bij de boekpresentatie bij van ‘Loeki Metz en het Joods Monument in Rotterdam’. Het boek gaat over de lastige totstandkoming van het Joods Monument in de Maasstad. Beeldhouwster Metz maakte het zeker vijftig jaar terug voor het Comité Ereschuld aan Joodse Stadsgenoten. Het ‘excuusgeschenk’ werd binnen 24 uur verwijderd van de Blijdorpse synagogemuur aan het A.B.N. Davidsplein vanwege klachten uit de Joodse gemeente. Pas na vijftien jaar van gedoe kreeg het een plaats in de tuin van het stadhuis. In het boek is een voorwoord van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) opgenomen. Metz’ zoon Serge ontvangt het eerste exemplaar.

 



 

Voer uw zoekopdracht in en druk op enter

X