Erfenis van angst – essay Margalith Kleijwegt

Margalith Kleijwegt

Net als voor andere Joden in de diaspora die kritisch zijn op Israël is het voor Margalith Kleijwegt een turbulente tijd. ‘Wie Joods is én kritisch op de Israëlische bezetting, komt gemakkelijk klem te zitten. Het is voortdurend balanceren’, schrijft ze in De Groene Amsterdammer. Ook is links in verwarring en gaat rechts met de Joden aan de haal, stelt ze vast. Op haar initiatief ‘Joden zeggen Nee’ kreeg Kleijwegt veel kritiek. ‘Dat ik me over de oorlog in Gaza uit wilde spreken is geen verraad, maar trouw aan de waarden die voor mij tellen: rechtvaardigheid en mededogen’.

“Uiteindelijk hebben de Joden het gedaan,” schamperde mijn moeder als er een negatieve verwijzing langskwam. Joden als zondebok, als makkelijke prooi, als pispaal, dat stigma voedde zowel haar angst als haar defensieve houding. Ik ben van jongs af aan getraind in het herkennen van antisemitisme. Ook als je het niet zag, was het er, een sluipmoordenaar.

Als zij dat zei, moest het waar zijn, dacht ik als kind. Ze had Jodenhaat aan den lijve ondervonden, niet alleen tijdens de oorlog maar ook na de bevrijding; antisemitisme tastte haar wezen aan. In 1945 werd ze vanwege haar mooie stem radio-omroepster bij Herrijzend Nederland, maar toen de luisteraars ontdekten dat achter dit fluwelen geluid een Joodse vrouw zat, eisten ze haar ontslag. Jaren later, inmiddels was ze een bekende Nederlander, ontvingen we thuis telefoontjes met het verwijt dat Hitler vergeten was haar te vergassen.

Antenne

De neiging argwanend en hyper alert te zijn nam ik over. Talloze van mijn generatiegenoten ontwikkelden een soortgelijke antenne voor antisemitisme; de vernedering in de oorlogsjaren had er diep ingehakt. Maar de wereld is veranderd, de Tweede Wereldoorlog zakt steeds verder weg in ons geheugen, zeker bij de jonge generatie. Die maakt zich druk om hedendaagse conflicten zoals de oorlog in Gaza.

Dat stelt ons, Joden in de diaspora, voor een pijnlijke vraag: wat betekent het om Joods te zijn, als Israël in onze naam oorlog voert? Als kritiek op Israël al snel als antisemitisme wordt weggezet? Na 7 oktober zagen we een zichtbare toename van antisemitisme, maar ook van de kritiek op Israël. Wat begon als een begrijpelijke tegenreactie op de terreur van Hamas mondde uit in de totale vernietiging van Gaza.

Margalith Klejwegt met moeder Netty en zoon Kers (foto: Rineke Dijkstra)
Margalith Klejwegt met moeder Netty Rosenfeld en zoon Kers (foto: Rineke Dijkstra)

Klem

Wie Joods is én kritisch op de Israëlische bezetting, komt gemakkelijk klem te zitten. Het is voortdurend balanceren. Voor Joden die van jongs af aan hebben meegekregen dat Israël de enige veilige plek is, is het logisch om zich met Israël te identificeren, maar dat betekent niet dat je je ogen moet sluiten voor wat daar gebeurt.

Ondanks mijn Israëlische voornaam ben ik niet zionistisch opgevoed. Toch ben ik er op mijn negentiende een half jaar gaan wonen en later vele malen terug geweest, Israël speelde altijd een rol in mijn leven. Ik was er ook een paar keer in familieverband, mijn moeder kreeg tranen in haar ogen toen ze jaren geleden al die jonge soldaten door Tel Aviv zag lopen. Dat Joden niet langer weerloos waren zoals in de oorlog, raakte haar diep.

Spagaat

Dat die mogelijkheid zich te verdedigen omsloeg in nietsontziende agressie heeft ze gelukkig niet meer meegemaakt. Ik had zelf lang de neiging om het gedrag van Israël door de vingers te zien, te vergoelijken, te wijzen op de bijzondere schrijvers, denkers, kunstenaars die er ook wonen en die zich tegen de oneerlijke behandeling van Palestijnen uitspraken. De werkelijkheid onder ogen zien, beseffen wat een onrechtvaardig land Israël is geworden, schreef ik al eerder, was en is voor mij ‘een tergend langzaam rouwproces’.

Voor veel Joden is het lastig om dat geïnternaliseerde wantrouwen van zich af te werpen. Voeg daarbij dat het antisemitisme niet alleen nooit is verdwenen, maar een sentiment is dat overal ter wereld in opmars is, en je snapt de spagaat waar Joden in terecht zijn gekomen. Die realiteit roept onvermijdelijk de vraag op hoe je daarmee omgaat: hoe kun je je als Jood het beste verhouden tot deze complexe en soms uitzichtloze situatie?

‘Joden zeggen nee’

Om iets te doen aan het gevoel van machteloosheid werd ik een van de initiatiefnemers – samen met onder andere oud-directeur van het Joods Historisch Museum en oud PvdA-Kamerlid Judith Belinfante, publiciste Hella Rottenberg en socioloog Abram de Swaan – van de petitie ‘Jodenzeggennee’. Een groep Joden die vond dat je niet lijdzaam kon toezien hoe de regering van Israël zich stelselmatig misdroeg. Die stelde dat de situatie onhoudbaar is voor de Palestijnen, vreselijk is voor de Israëliërs – denk aan de gijzelaars – en voor alle joden ter wereld.

We wilden onze stem laten horen, we hoopten een netwerk te bouwen en waar mogelijk invloed uit te oefenen. Lodewijk Asscher tekende, net als Job Cohen en Danielle Hirsch, Kamerlid voor GroenLinks-PvdA en bijna tweeduizend anderen. Binnen het establishment van Joods Nederland klonk snel kritiek, men was het niet eens met een zinsnede, een punt of een komma; dat we ons uitspraken werkte alleen maar polariserend was een ander verwijt. De term ‘nestbevuiler’ viel en sommigen schuwden niet het woord ‘verrader’ te gebruiken.

Waarom is het bekritiseren van de ultrarechtse regering-Netanyahu in Joodse kring zo problematisch? Waar is men bang voor? En werkt die angst niet juist averechts?

Identificatie

De grens tussen kritiek op Israël en antisemitisme vervaagt, mede doordat Israël zélf die grens strategisch benut. Voor Joden in de diaspora, zoals ik, heeft dat steeds grotere gevolgen: we worden aangesproken op het gedrag van een staat. Of we nu sterk, minder sterk of nauwelijks verbonden zijn met Israël, we worden ermee geïdentificeerd.

Hoogleraar politieke geschiedenis Ido de Haan waarschuwde in zijn essay De politisering van antisemitisme voor het gevaar van ongerichte en instrumentele beschuldigingen van antisemitisme. Hij schreef zijn analyse in de serie Scheuren in de naoorlogse ethiek, georganiseerd door David Wertheim, directeur van het Menasseh ben Israel Instituut. Alle zestien bijdragen zijn na te lezen op de site Vrijdagavond.com.

Op één hoop

‘In het licht van de Holocaust lijkt iedere vorm van antisemitisme een stap naar totale vernietiging’, schrijft De Haan. ‘Het monitoren ervan gaat gepaard met permanente paniek.’ Alles – van voetbalhooligans tot radicale betogers – wordt op één hoop gegooid, betoogt hij. Daardoor ontstaat een opgeblazen beeld waarin antisemitisme constant toeneemt, zelfs alsof het erger is dan in 1942. ‘Dat is natuurlijk onzin’, beseft hij, ‘maar het is onzin die gevoed wordt door ongedifferentieerde angst.’

De Haan wijst ook op de rol van Israël zelf, dat doelbewust verwarring zaait tussen kritiek op beleid en Jodenhaat. ‘Daardoor vervaagt het onderscheid tussen regering, zionisten, Israëlische burgers en Joden wereldwijd. Het gevolg: Joden in de diaspora worden steeds vaker aangesproken op het gedrag van een staat waarmee zij het lang niet altijd eens zijn – maar waarmee ze wel vereenzelvigd worden’.

Zijn waarschuwing: ‘Zo wordt de beschuldiging van antisemitisme een wapen in de nationale en internationale politiek waarin het eigen gelijk over het Israëlische regeringsbeleid zwaarder weegt dan het lot van de Joden. Anders gezegd: niet iedere strijd tegen antisemitisme is goed voor de Joden’.

Als het over zionisme gaat, vergeet men voor het gemak dat veel Joden die na de Tweede Wereldoorlog naar Israël vertrokken vluchtelingen waren. Het was een moreel geladen project voor zeer getraumatiseerde mensen. Nu wordt het land vooral geassocieerd met onderdrukking. Die verschuiving raakt ook diaspora-Joden diep.

Veiligheid

Joden in de diaspora voelen zich onveiliger, schreef Hella Rottenberg in haar bijdrage aan de serie van David Wertheim. Ze stelde dat Joden ook daadwerkelijk minder veilig zijn – en legde een groot deel van de verantwoordelijkheid daarvoor bij Israël. ‘Zij worden immers geassocieerd met een Israël dat oorlogsmisdaden pleegt en zich niets aantrekt van internationale normen of de publieke opinie. Als Europese politici, mede uit angst te worden beticht van antisemitisme, Israël niet durven aan te pakken, dan meten zij met twee maten en geven voedsel aan aloude complottheorieën die beweren dat joden achter de schermen aan de touwtjes trekken’.

Links in verwarring

Het PvdA-congres afgelopen juni liet pijnlijk zien hoe links in verwarring is. Ooit bestond er een warme band tussen leden van de Israëlische Arbeiderspartij en die van de PvdA. Ze kwamen graag bij elkaar over de vloer. Voormalig premier Joop den Uyl had zelfs een foto van de Israëlische premier Golda Meïr op zijn bureau staan.

Die tijd is voorgoed voorbij. Dat werd duidelijk door de motie van PvdA-Kamerlid Kati Piri, die opriep tot een volledig wapenembargo tegen Israël, waaronder ook onderdelen voor de Iron Dome, een raketafweersysteem waarmee onschuldige burgers worden beschermd. Veel Joodse PvdA-leden zegden daarop hun lidmaatschap op – voor hen was een grens overschreden.

Het gevoel van verbondenheid is ingeruild voor een diep gevoel van wantrouwen bleek op het congres, waar jongeren hun kritiek op de Israëlische regering luid en duidelijk uitdroegen en oudgedienden die het niet eens waren met de motie Piri – zoals voormalig Kamervoorzitter Gerdi Verbeet – werden uitgejoeld. Voor veel jonge GroenLinks-PvdA’ers is Israël voornamelijk een staat die zich ernstig misdraagt.

Argwaan

Jelle Zijlstra, theatermaker en activist, schreef in zijn essay in dezelfde serie van Wertheim dat Joden tegenwoordig met argwaan worden bekeken in radicaal-linkse kring – ook hijzelf, ondanks zijn uitgesproken kritiek op Israël:

‘Vrijwel altijd viel dat wantrouwen terug te voeren op mijn vermeende loyaliteit aan Israël. Als ik zei dat deze impliciete beschuldiging van dubbele loyaliteit een antisemitische connotatie heeft, werd ik weggehoond’. Hij concludeerde: ‘Als Joden en linkse bewegingen weer schouder aan schouder willen staan, zullen beide partijen in de spiegel moeten kijken. Links zal het antisemitisme in eigen kring moeten benoemen om de relatie met Joden te herstellen’.

Even dimmen

Zijn ervaring staat niet op zichzelf. Binnen links klinkt steeds vaker het sentiment dat Joden nu maar even moeten dimmen. Tijdens protesten tegen het geweld in Gaza blijven de Israëlische gijzelaars vrijwel altijd onbenoemd. Het woord ‘zionisme’ is verworden tot een scheldwoord, dat niets meer te maken lijkt te hebben met het streven naar een veilig thuis voor Joden, maar alleen nog met kolonialisme, racisme en onderdrukking.

Op rechts zie je het omgekeerde. Daar worden de Joden wereldwijd als vogelvrije wezens beschouwd die koste wat het kost beschermd moeten worden. Voor de grove mensenrechtenschendingen is nauwelijks aandacht. Al die doden en zwaargewonden zijn volgens rechts wel sneu, maar dat is uiteindelijk de schuld van dat Hamas-geteisem. Behalve dat je de Joden met zo’n verknipte visie echt geen dienst bewijst, is zo’n versimpeling ook een gotspe.

Vage grens

Waar Israël door links ooit werd gezien als bondgenoot in de strijd voor gerechtigheid, overheerst nu de kritiek. Iemand als Job Cohen bleef wel lid van de PvdA, ook al was hij het oneens met de motie van Piri – hij diende samen met Lodewijk Asscher een tegenmotie in die het niet haalde. Vermoedelijk nam hij de kritiek minder persoonlijk.

Het gaat tenslotte om politieke kritiek, niet om een aanval op iemands identiteit. Toch blijft die grens voor veel Joden vaag, kritiek voelt snel als een aanval, als gevaar. Een beetje eelt op de ziel, zoals bij Cohen, is niet iedereen gegeven. Dat rechts nu in het gat springt dat links heeft achtergelaten, maakt de situatie alleen maar schrijnender.

Douwe Bob

Zo toont het woord antisemitisme zich steeds meer een splijtzwam, niet alleen bij links, maar ook bij rechts. Daar wordt antisemitisme gretig ingezet als politiek wapen. Op de rechterflank treedt Wilders, en inmiddels ook Yeşilgöz, op als hoeder van het Joodse volk. Bij ieder incident, zie de affaire Douwe Bob, deinzen ze er niet voor terug vol op het orgel te slaan.

‘Haat, in het volle zicht’, schreef Yeşilgöz op X. Ook Eddo Verdoner, de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding, gebruikte op X zware woorden. Dat Douwe Bob had besloten niet op te treden op het Jom Ha Voetbal-toernooi noemde hij: ‘een zorgelijke stap in een klimaat dat medemenselijkheid inruilt voor polarisatie en verlies van de ander, die recht voor je staat’.

De veronderstelling van Douwe Bob dat Joods-zijn en belangstelling voor Israël op zo’n evenement helemaal los van elkaar zouden staan bleek naïef. Zeker onder georganiseerde Joodse gemeenschappen bestaan er allerlei verbindingen met Israël, variërend van uitgesproken tegenstanders tot fervente aanhangers van de Netanyahu-regering.

Explosief thema

De Britse historicus Mark Mazower, hoogleraar aan Harvard, besteedt in zijn recent gepubliceerde boek, Over antisemitisme, de geschiedenis van een woord, uitgebreid aandacht aan de gespannen verhouding tussen Israël en de Joodse diaspora. ‘Israëli’s, diaspora-Joden en vrienden van Israël wereldwijd moeten begrijpen, dat de manier waarop Israël oorlog voert in Gaza zal bepalen hoe Israël en Joden in de toekomst zullen worden gezien’, betoogt hij net als Ido de Haan.

‘Israël zal niet langer als een veilige haven voor antisemitisme worden beschouwd maar eerder als een nieuwe machine die het aanwakkert. Veel Israëli’s zullen in de rij staan om te emigreren naar Australië en Amerika’, is zijn voorspelling. ‘Vroeger werden de bestrijding van antisemitisme en steun aan Israël grotendeels als gescheiden zaken gezien’, gaat hij verder. ‘Het gelijkstellen van kritiek op Israël met antisemitisme is funest’, zei hij tegen NRC. De Joodse diaspora lijdt volgens Mazower onder een regering in Israël die antisemitisme tot zo’n explosief thema maakt.

Alarmistisch

De toon van het Centraal Joods Overleg (CJO), dat zegt de belangen van alle Joden in Nederland te vertegenwoordigen, is al langer alarmistisch. Zionisme wordt gezien als symbool van het kwaad, sprak CJO-voorzitter Chanan Hertzberger tijdens de Kristalnachtherdenking in 2023, terug te lezen op de site van het CJO. “En Joden zijn zionisten, dus Joden zijn het kwaad. Tenzij ze een verklaring tekenen dat ze geen zionist zijn…” Hij vervolgde: “Dat lijkt misschien ver weg, zo’n verklaring. Maar de bordjes ‘Verboden voor zionisten’, die steeds vaker opduiken, verschillen in wezen niet van de bordjes ‘Verboden voor Joden’.”

Hij ging verder: “Soms lijkt het of Jodenhaat weer vrij spel krijgt, gemaskerde actievoerders verspreiden op hogescholen, universiteiten, pleinen en treinstations openlijk hun haat, onder het mom van vrijheid van meningsuiting. In debatten, zelfs in de gemeenteraad en het parlement, wenden sommige politici zich af van de Joodse gemeenschap. En media, ook kranten met een verzetsverleden, brengen vaak eenzijdige berichtgeving, met weinig historische kennis of context.”

Halsema

De gevestigde Joodse organisaties zijn begrijpelijkerwijs beschermend tegenover hun achterban, maar deze bangmakerij brengt ons niet verder. Nogal logisch dat mensen zo hun huis niet meer uit durven. Kritiek op de oorlog die Israël voert, voelt als een aanval op henzelf.

Hoe diep dat zit, bleek na het statement van burgemeester Halsema op 14 mei toen ze in de gemeenteraad sprak over hoezeer het lot van de Palestijnen veel Amsterdammers aangreep: “De verwoesting van Gaza moet stoppen, de uithongering moet stoppen, de moord op Palestijnen moet stoppen.’”Ze citeerde de NIOD-directeur, die sprak van ‘genocidaal geweld’, een term die veel discussie losmaakte; en ze riep het kabinet op Israël tot de orde te roepen.

Ontluisterend

Naast veel steun kreeg ze ook scherpe kritiek van belangrijke Joodse instituties. Ze ontving een brief, ondertekend door het CJO, de Liberaal Joodse Gemeente, de Portugees-Israëlitische Gemeente en de Nederlands Israëlitische Hoofdsynagoge, waarin ze de burgemeester verweten met haar woorden polarisatie de stad binnen te brengen. ‘Uw houding versterkt bij veel Joodse Amsterdammers het gevoel niet gezien of gehoord te worden, in een stad waar ze zich toch al veel minder veilig voelen’.

Halsema reageerde fel. Ze wees de suggestie af dat haar kritiek op het optreden van Israël een aanval zou zijn op het gevoel van veiligheid van Amsterdamse Joden. ‘Joden hier mogen niet verantwoordelijk worden gehouden voor het gedrag van de Israëlische regering’, schreef ze. ‘Dat noem ik onomwonden antisemitisme’.

Vervolgens draaide ze het verwijt om: ‘Door die link nu wél te leggen, doet u precies wat u uw tegenstanders (terecht) verwijt. U brengt mij ook in de onmogelijke positie dat ik geen kritiek meer mag hebben op mensenrechtenschendingen elders, omdat ik daarmee uw gemeenschap zou kwetsen. Anders gezegd: ik verwar internationale politiek niet met de lokale verhoudingen – u doet dat wel’.

Het contrast tussen de harde toon van het CJO en antisemitisme-bestrijder Eddo Verdoner bij elke uiting die zij als antisemitisch benoemen, en hun zwijgen over de mensenrechtenschendingen in Gaza, is ontluisterend. Die eenzijdigheid ondermijnt ook hun morele gezag in de strijd tegen antisemitisme.

Schaduw van Israël

Terug naar Mazower en zijn gedachten over het begrip antisemitisme. Hij schrijft: ‘Een term die begon als een manier om vijandigheid te beschrijven jegens Joden toen ze nog een minderheid vormden die voor haar wettelijke rechten moest vechten, wordt nu gebruikt om een meerderheidsstaat te verdedigen die de minderheid van haar rechten berooft. Antizionisme is antisemitisme, zeggen sommigen; zionisme is antisemitisme zeggen anderen’.

Vroeger bepaalden vooral de herinneringen aan de Holocaust hoe we tegen antisemitisme aankeken, stelt Mazower, maar tegenwoordig wordt dat steeds meer overschaduwd door de daden van Israël. Zijn voorspelling: ‘Die schaduw zal alleen nog maar groter worden’.

Hoe pijnlijk ook, ik vrees dat Mazower gelijk heeft. Het handelen van Israël zal steeds meer invloed hebben op hoe Joden wereldwijd worden gezien. Juist voor een nieuwe generatie, die de ballast van de Tweede Wereldoorlog niet langer draagt, is dit onrecht onverdraaglijk. Dit is hun Vietnam.

Angsten

Dat ik me over de oorlog in Gaza uit wilde spreken is geen verraad, maar trouw aan de waarden die voor mij tellen: rechtvaardigheid en mededogen. Ik heb me voorgenomen me niet langer te laten gijzelen door het geërfde wantrouwen. Mijn angsten heb ik daarom een flinke schop gegeven. Ze zullen niet verdwijnen, maar ik wil me er niet langer door laten verlammen.

Margalith Kleijwegt is publiciste en journaliste. Dit artikel verscheen eerder in De Groene Amsterdammer.

Beeldmerk Jonet.nl.Waardeert u dit artikel?

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Donatie
Betaalmethode
American Express
Discover
MasterCard
Visa
Maestro
Ondersteunde creditcards: American Express, Discover, MasterCard, Visa, Maestro
 
Kies uw betaalmethode

Wil je meer informatie of een hoger bedrag doneren? Ga naar jonet.nl/doneren

Categorie: | |

Home » Columns en opinie » Erfenis van angst – essay Margalith Kleijwegt